Choufoer

Hij is 78 geworden: de donderdag overleden Herman Choufoer, oud-speler en aanvoerder van ADO, later voorzitter van de Haagse club en bestuurslid van de KNVB sectie betaald voetbal. Als zodanig was hij ook betrokken bij het Nederlands elftal. Dat was niet Choufoers gelukkigste periode. Herman was een niet onvriendelijke maar wat starre man.

Zijn beste voetbalperiode beleefde hij in de oorlogsjaren toen zijn club tot tweemaal toe kampioen van Nederland werd en onder anderen Abe Lenstra en diens Heerenveen uitschakelde voor de titel. Hij was een gestroomlijnde verdediger, die met clubgenoot Aad de Jong een ijzeren duo vormde. Meer dan een zeer verdienstelijk clubspeler is Choufoer nooit geworden: een poging om als international te slagen werd in 1940 verhinderd door (nota bene de `dwergen' uit Luxemburg) die in Rotterdam met 5-4 wonnen.

Rechtsback in het Nederlands elftal was Kees Slot van Blauw Wit, net als Choufoer een debutant en even onzeker als de Hagenaar. In zijn nadagen heeft Choufoer nog voor het Haagse Quick gespeeld, waar hij zich door zijn gladde techniek gemakkelijk kon handhaven.

In zijn bestuursperiode bij ADO was hij de man die Ernst Happel naar het Zuiderpark haalde. Karakterologisch was nauwelijks een groter verschil denkbaar dan tussen Happel en Choufoer, maar dat heeft een goede samenwerking niet in de weg gestaan. Hij had wel iets van Bertus Caldenhove in zijn manier van spelen. Sterk op de vierkante meter, maar niet overdreven snel. Als bestuurder was hij koel en afstandelijk, wars van populariteit.