Beursgang Statoil lijkt verstandig

Volgende maand gaat het Noorse olieconcern Statoil, eigenaar van het gigantische aardgasveld Trolls in de Noordzee, naar de beurs. Dit is de grootste privatisering in Noorwegen tot nu toe.

Enige voorzichtigheid is wel op zijn plaats. Slechts 15 tot 25 procent van de aandelen wordt naar de beurs gebracht en er zijn geen tekenen dat de staat zijn meerderheidsbelang snel zal opgeven. Topman Olav Fjell is er in geslaagd om binnen twee jaar de kosten aanmerkelijk terug te dringen. Het rendement op geïnvesteerd kapitaal is al behoorlijk, maar nog niet zo groot als bij gelijkwaardige bedrijven als het Italiaanse Eni of het Spaanse Repsol. En Fjell rekent erop dat de privatisering ook tot andere positieve veranderingen zal leiden. Als het bedrijf eenmaal aan de beurs genoteerd is, kan het delen van zichzelf verkopen of ruilen door bondgenootschappen met buitenlandse ondernemingen te sluiten. Daardoor zal de arbeidsproductiviteit in het thuisland waarschijnlijk stijgen. Tegelijkertijd zal expansie in het buitenland mogelijk worden.

Wel bestaan er enige zorgen over de liquiditeit. Als minder dan 20 procent van de aandelen vrij verhandelbaar wordt, zou Statoil niet opgenomen worden in de MSCI-lijsten. Dat zou de internationale vraag naar de aandelen drukken. De andere grote vraag is de prijs. Een korting ten opzichte van het Italiaanse ENI is te billijken. Dat zou de bedrijfswaarde op net iets minder dan zesmaal de voor schulden gecorrigeerde cash-flow vaststellen, ofwel op 18 à 19 miljard dollar. Beleggers die op dit moment hun belangen in energiefondsen niet willen vergroten, kunnen de overstap vanuit Repsol overwegen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld