Wet voor toegang tot data

Politie en Justitie moeten een wettelijk geregelde toegang krijgen tot klantengegevens van bedrijven en instellingen, wanneer dat nodig is voor opsporingsonderzoek. Hierbij gaat het onder meer om locatiegegevens van mobiele bellers, namen, klantnummers en adressen. Dat staat in een rapport dat minister Korthals (Justitie) vanmiddag krijgt aangeboden van de commissie `strafvorderlijke gegevensverzameling in de informatiemaatschappij'.

De huidige bevoegdheden van politie en justitie zijn volgens de commissie te beperkt en onvoldoende precies omschreven. Opsporingsinstanties mogen weliswaar `geautomatiseerd werk' vergaren, maar alleen als dat door een verdachte is ingevoerd, voor hem is bestemd of tot het begaan van strafbare feiten heeft gediend. Locatiegegevens die telecomaanbieders, winkels en vervoersbedrijven van hun klanten kunnen hebben, vallen hier niet onder.

Met de huidige regelgeving is het voor bedrijven vaak onduidelijk wanneer zij de plicht hebben informatie af te staan. Inzage in bestanden wordt nu vaak op vrijwillige basis gegeven. Of het belang van justitieel onderzoek daarbij opweegt tegen het privacybelang van klanten, wordt niet door justitie besloten, maar door de eigenaren van de gegevens. Voor de vrijgave van gevoelige gegevens als levensovertuiging, ras, gezondheid of lidmaatschap van een vakbond blijven strenge regels gelden.