`We zijn te veel kwijtgeraakt'

Met een wandeltocht en een herdenkingsplechtigheid herdachten duizenden dit weekeinde in Enschede de vuurwerkramp.

Het weer helpt Enschede herinneren hoe het een jaar geleden was. De zon schijnt, de temperatuur ligt ver boven de twintig graden en zelfs de wind waait uit het oosten. ,,Hoe is dat in godsnaam mogelijk'', vraagt Tonnie Drenth zich af. Samen met zijn vrouw wandelt de oud-bewoner van de Renbaanstraat langs de markante punten rond het rampterrein. De brandweerkazerne, het bloemenmonument, de fabriek van Grolsch, overal staan ze letterlijk en figuurlijk even stil. Bij het bloemenmonument legt zijn vrouw twee bossen bloemen. Met de rug van zijn hand strijkt Tonnie over zijn ogen. Herinneringen komen boven. De omgekomen buurtgenoten, de hindoestaanse familie die tevergeefs bescherming zocht in de badkamer, het moment dat ze, gestoken in witte pakken, voor het eerst terug mochten. Alles staat in het geheugen gegrift.

,,En dan zeggen ze dat het maar eens over moet zijn met de emoties'', zegt mevrouw Drenth. ,,Dat gaat toch niet. Daarvoor zijn we te veel kwijtgeraakt. Van een theelepeltje tot de slaapkamer. Alles.''

Alle betrokkenen zien op tegen dit herdenkingsweekeinde. Velen blijven weg. Zo maakt zaterdag slechts de helft van de nabestaanden gebruik van de uitnodiging om de officiële herdenking voor het Rijksmuseum bij te wonen. Namens het kabinet zijn de ministers De Vries (Binnenlandse Zaken) en Borst (Volksgezondheid) aanwezig. Als burgemeester Mans spreekt over een ramp die nooit voorbijgaat, krijgen twee mensen het te kwaad. Onder de toehoorders die ook vechten tegen de emoties, de familie Drenth. ,,We moesten ernaartoe'', zegt mevrouw Drenth. ,,Als je het niet doet, doe je jezelf tekort'', vult haar echtgenoot Tonnie aan.

Zij zijn niet de enigen die vinden dat ze niet mogen ontbreken. ,,Voor mij is het een verplichting'', zegt vrijwillige brandweerman Patrick Peezenkamp uit Hengelo. Bij de brandweerkazerne, waar even tevoren een korte plechtigheid is gehouden ter ere van de vier omgekomen brandweerlieden, legt hij zondag bloemen. ,,Lange tijd durfde ik niet terug te gaan. Ik had te veel dingen gezien in het oorlogsgebied. Dit is voor mij een soort afsluiting.''

De looproute is verkeersvrij gemaakt. Aan veel gevels hangen vlaggen halfstok. Op strategische punten zijn ontmoetingsplekken ingericht. In het Van Heekpark, waar een jaar geleden de eerste opvang voor gewonden was, blijken veel tafels en stoelen overbodig. De meeste mensen verzamelen zich tegenover de Grolschfabriek aan de Roomweg, waar ze door een hek een vrij uitzicht hebben op het rampterrein. Brandweerlieden uit Losser wijzen elkaar de plaatsen aan waar ze een jaar geleden dag en nacht in touw waren. ,,Wij kennen hier iedere steen, iedere muur.'' Honderd meter verder, bij een van de vele kijkgaten, legt de familie Ramnares bloemen bij de plek waar ze gewoond hebben. ,,Dit was de voordeur'', zegt mevrouw Ramnares en ze tikt met haar knokkels op de schutting. Uit de herdenking putten ze moed. ,,We hebben net met onze oude buren gepraat, dat doet je goed.'' Veel meer mensen gebruiken de wandeltocht om bij te praten met kennissen en buurtgenoten. Overal staan groepjes mensen ervaringen en adressen uit te wisselen.

Wanneer om 15.30 uur in heel Enschede de klokken luiden, verstommen de stemmen en staan veel mensen stil. Bij het hek aan de Roomweg kijkt iedereen strak voor zich uit, het rampgebied in. Een enkeling huilt. Fotograaf Reinier van Willigen maakt zijn foto's, zoals hij dat precies een jaar in de Tollensstraat ook deed. Toen ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. ,,Ik sta hier wel met een brok in de keel'', bekent hij. ,,Maar voor mijzelf moet ik dit vastleggen.''

Als het laatste klokgelui in de verte wegsterft, staat de Duitse brandweerman Chris Waggendorf nog enkele minuten stil voor het hek. Het hoofd gebogen, de gedachten een jaar terug. Waggendorf heeft bewust zijn oranje bedrijfskleding aangetrokken. ,,In dit pak kwam ik een jaar geleden, in dit pak wilde ik terugkomen.'' Eerder die dag heeft hij in Enschede een kerkdienst bijgewoond en hoewel hij de taal niet machtig is, is hij diep onder de indruk van alles wat hij hoort en ziet. Maatschappelijk werkster Marian Freriksen spreekt hem aan en neemt hem mee naar een rustige plek. Eerder die dag heeft ze ook al drie lange gesprekken gevoerd met mensen die het moeilijk hadden. ,,Die mensen trilden over hun hele lichaam.''

Voorzitter Albert Vasse van de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp kijkt tevreden terug op de herdenkingsweek. ,,Veel slachtoffers zijn weggebleven, maar die waren er eerder deze week wellicht wel. Dat is de kracht van deze herdenkingsweek. Iedereen kon er zijn moment uitpikken.'' Vasse denkt dat veel slachtoffers een periode kunnen afsluiten. ,,Bij de presentatie van het rapport-Oosting zette ik een komma, nu zetten we een punt. Maar er komt nog wel een zin achteraan.''

    • Martin Steenbeeke