Treinvertragingen bij Den Haag door `spoorspattingen'

De plotseling opkomende warmte van het afgelopen weekeinde heeft de Nederlandse Spoorwegen in onvoorziene moeilijkheden gebracht. Zaterdagmiddag laat deden zich op het spoortraject tussen Voorburg en het station Laan van Nieuw Oost-Indië in Den Haag op twee plaatsen onafhankelijk van elkaar zogenoemde `spoorspattingen' voor die tot grote vertragingen leidden. Zondagochtend vroeg was het euvel verholpen. Op het traject Zandvoort-Haarlem had vrijdag een zogenoemde `schifslag', een voorbode van een spoorspatting, ook al vertraging opgeleverd.

Bij een spoorspatting ontstaat onder invloed van hitte plotseling en onbedoeld een knik, bocht of uitstulping in de rails. De natuurlijke neiging van de stalen rails om bij vergaande opwarming uit te zetten wordt niet langer beheerst en de spoorstaven zoeken een uitweg door naar opzij weg te buigen, ongeveer zoals bij een limonaderietje dat men in lengterichting teveel op druk belast.

Spoorspattingen komen niet veel meer voor. In de beginjaren van het railvervoer werden ingenieurs nog verrast door het uitzetten van het spoorstaal. Snel leerde men dat het gevaar werd voorkomen door de spoorstaven voldoende ruimte voor het uitzetten te bieden: men liet `voegen' over tussen de staven. Een spoorstaaf van 18 meter (een klassieke maat) wordt bij een temperatuurstijging van 60 graden ongeveer 1,3 centimeter langer.

Het bezwaar van de voegen was dat de stalen wielen van de trein er nogal van te lijden hadden en dat de voegen door remmende treinen geregeld werden dichtgereden en dan hun functie verloren. Daarom zijn de Nederlandse Spoorwegen een jaar of vijfentwintig geleden geleidelijk aan weer al het voegenspoor door voegloos spoor gaan vervangen. De spoorstaven werden weer zonder tussenruimte aan elkaar vastgelast maar worden nu, anders dan voorheen, in hete toestand en/of lichtelijk hydraulisch voorgerekt op de dwarsliggers (de `bielzen') vastgezet. Tijdens de montage wordt het spoorstaal met gasbranders verhit. Daardoor zijn ze voortaan in zomerse hitte nagenoeg spanningloos.

Bij felle kou ontstaat nu een wat grotere trekspanning dan vroeger en die zou in theorie tot een spoorbreuk kunnen leiden, ware het niet dat de dwarsliggers tegenwoordg beter vastliggen in de ballast. Mét de overgang naar voegloos spoor is het oude ronde en beweeglijke Maasgrind van voorheen vervangen door het veel hoekiger en ruwere steenslag (porfier en graniet) uit steengroeven in België en Noorwegen. Met moderne vibratietechnieken wordt de ballast optimaal verdicht.

Railinfrabeheer kon vanochtend nog geen verklaring geven voor de spoorspattingen bij Den Haag. Opvallend is dat ze beide in een `boog' (een bocht) optraden.