Toch verrassing bij Pärt

De Estlander Arvo Pärt (1935) geldt weliswaar als een cultcomponist, maar na een doorbraak in de jaren '70 voelde hij zich in zijn nieuwe woonplaats Berlijn de laatste decennia van de vorige eeuw even verlaten als zijn zelfgecomponeerde labyrinten van eenzaamheid en deemoed. Dankzij Estlanders als Tönu Kaljuste bij het Nederlands Kamerkoor en Eri Klas bij het Radio Symfonie Orkest, al twee keer door Klas meegenomen op tournee door Estland, blijven we in Nederland op de hoogte van Pärts min of meer stokkende ontwikkeling. Toch verraste zaterdag in Utrecht het weerzien met Pärt in Como anhela la cierva (Als een hinde die naar water smacht) naar Psalm 42 en ook Psalm 43 hoort bij deze groots opgezette com-

positie, die niet geheel probleemloos is.

De zetting is voor een geëxalteerd hoge sopraan tegenover een wat log symfonieorkest waaronder veel slagwerk. De psalmcompositie ontstond in 1998 in opdracht van het Festival van de Canarische Eilanden wat de Spaanse taal en de quasi-Spaanse versieringen verklaart, De Nederlandse première betrof een geheel herziene versie. Met Pärts befaamde tintinnabuli-klokjesstijl in serene mineur-drieklanken en ritualistisch trage toonladderfiguren had dit alles niets te maken. Zo mogelijk nog minder met het ascetische witte licht dat alle kleuren in zich draagt en waarvan de componist zich voorstelde dat de ziel van de luisteraar als een prisma zou werken om ze te kunnen oproepen.

Kleuren waren ditmaal volop aanwezig: bont, bonter, bontst! Ontbreken in de Berliner Messe uit 1990 nog archaïserend kaal alle voordrachtstekens, deze partituur oogt geheel `normaal'. Verstilling is op enkele plaatsen gebleven, maar veelbetekenender vind ik in deze worsteling om een nieuwe stijl te vinden een wringende onrust, waarvan in de psalmteksten ook enkele keren sprake is. Er zijn nog wel bijzondere aanzetten zoals op Dia y noche (Dag en nacht zijn mijn tranen mij tot spijze) waarin een sopraansolo verstikt in een beklemmende pauze, gevolgd door kurkdroge pianissimo paukenslagen.

Ook een bizar aangehouden triller in de fluit op Le digo a Dios (God, mijn rots, waarom vergeet Gij mij?) doet opveren van spanning. Helaas: ook dit zet niet door. Het meest uitgewerkt en zeer karakteristiek is het lange naspel por qué voy a desanimarme? waarin de onrustige ziel zich uit in een extatische blazersepisode. Die begint hoog in de piccolo om laag in een duet van fagot en contrafagot af te breken, weer na zo'n stokkende generale pauze waarna het klokkenspel zacht zoekend een vereenzaamd octaaf doet verklinken, de luisteraar in verwarring achterlatend, — zo kennen we Pärt weer.

De Engels-Indiase sopraan Patricia Rozario overmeesterde moeiteloos en onbedoezeld fraai de veeleisende strakke lange lijnen, evenals in Dona nobis pacem van Ralph Vaughan Williams.

Concert: Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Eri Klas. Gehoord: 12/5 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio 4: 5/6 20.02 uur.