Randstad mist de jazz uit het niemandsland

In de ondertitelingen van buitenlandse tv-series wordt het Engelse `twelve' soms vertaald met `elf' en verandert het Duitse `fünf' wel eens in `vier'. Ook in de jazz wordt gegoocheld met cijfers en zo kan het festival Les Trois Jours twee avonden muziek bieden. Alleen Groningen kreeg een derde avond met `grensoverschrijdende jazz'. Amsterdam, Utrecht en Rotterdam moesten het doen zonder de recycle-elektro van Ambitronix, het Groningse VJ-collectief Channel Zero en andere geluiden uit het muzikale niemandsland.

Het Franse trio Bum Cello, een van de vier bands die wel in de Randstad opgtraden, sloot goed aan bij de hang naar dance en elektronica in het exclusief Groningse programma. Drummer Cyril Atef bleek naast zijn raï-verleden als begeleider van Cheb Mami ook het nodige te hebben opgestoken in drum `n' bass-kringen. Wat hij aan breakbeats niet voor elkaar kreeg met zijn stokken, compenseerde hij door belletjes, tamboerijntjes en geneuzelde Hare Krishna-mantra's door een sampler te halen en zo eindeloos te herhalen. Ook Vincent Segal heeft een groot zwak voor pedalen, knoppen, draadjes en schakelaars. Met een bijna maniakale grijns vereeuwigde hij de jankerige uithalen van zijn elektrische cello in loops. Alleen bandleider Yves Robert beperkte zich tot het eerlijke akoestische geluid van zijn trombone. Maar dat was niet genoeg om de band te redden. Een kwartier industrieel klinkende assemblage-jazz kon met goede wil nog worden uitgelegd als `hypnotisch', maar het uur non-stop gehobby van Bum Cello was toch teveel van het goede.

Het contrast met het zuivere meesterschap van Simon Nabatov kon niet groter. De Russische klavierleeuw liet zich bijstaan door drummer Han Bennink en bassist Ernst Glerum, een ideaal recept voor spannende improvisatie met extreme dynamiek. Zo kon een subtiel stukje swing en een romantische waaier pianonoten in een fractie van een seconde ontsporen in een kakofonische draaikolk. Uit het oog van de storm wist Nabatov met schijnbaar groot gemak een fragment Locomotive tevoorschijn te trekken om het citaat met fladderende rechterhand en gebalde linker- te lijf te gaan. Zelden een pianist gehoord die Monk zo lieflijk en tegelijkertijd lomp kon laten klinken als Nabatov.

In de twee overige acts lag de nadruk meer op Oost-Europese volksmuziek dan jazz. Maar het Noors-Bulgaarse Farmers Market lardeerde zijn Bulgaarse struikelritmes ruimhartig met ieder denkbare muziekstijl tussen honkietonk en disco. Hoogtepunt van deze potpourri was een fenomenaal strak gespeelde medley waarin de herkenningsmelodie van de Flinstones aan Ravels Boléro werd gekoppeld en ABBA's Dancing Queen aan De vlooienmars.

Het Special Project van de uit Sarajevo afkomstige pianist Bojan Zulfikarpasic was stijlvaster. Macedonische, Turkse en Servische melodieën vormden hier het fundament. Gastmuzikant Matt Darriau, de Amerikaanse rietblazer die eerder al met zijn Paradox Trio bewees thuis te zijn in de 9/16 en 5/8 maten, vormde met zijn krullerige solo's een prima sparringpartner voor de Bulgaar Krassine Lutzkanov. Deze bespeelde de kaval, een inheemse houten fluit, met zo'n hoge snelheid dat er soms niet meer dan een roze vlek te zien was op de plek waar zijn handen waren. Aangezien de Algerijnse drummer Karim Ziad en Franse bassist Olivier Sens hun muzikale achtergrond toch ook niet onder stoelen of banken staken, ontaardde een ingetogen zigeunerballade in een interculturele muziek-

explosie.

Les Trois Jours. Gehoord: 12, 13/5 Nighttown, Rotterdam.