Pure filmkunst uit Portugal

De nieuwe film van de Portugese regisseur De Oliveira torent op het filmfestival van Cannes als een baken uit boven de rest van het aanbod. Joel en Ethan Coen vertonen hun gemiddelde vorm in The Man Who Wasn't There, een pastiche in zwart-wit op de film noir.

De 92-jarige Portugese regisseur Manoel de Oliveira presenteert traditiegetrouw elk jaar in Cannes zijn nieuwe film. Dat is niet altijd een onverdeeld genoegen, want De Oliveira is een man van standvastige opvattingen over film en iemand die het de kijker niet gemakkelijk pleegt te maken met zijn voorkeur voor statische, theatrale beelden. Maar Je rentre à la maison, waarin Michel Piccoli een al even standvastige theateracteur speelt die moeite heeft zich aan te passen bij de naar compromissen strevende tijdgeest, is een juweel van een film.

De Oliveira tovert met licht, geluid en een montage die weigert intense scènes tot hapklare brokken te versnijden. Ongeveer halverwege het 54ste filmfestival van Cannes zijn er al heel wat goede en minder goede films in de competitie vertoond. De Oliveira's film torent boven het veld uit als een baken van pure, radicale filmkunst. Het zou wel eens de beste gelegenheid kunnen blijken om de nestor onder de filmauteurs een Gouden Palm toe te kennen, voor zover Piccoli (75) al niet de prijs voor de beste acteur wint.

Aan het andere einde van het spectrum staan verschillende jonge debutanten die degelijke, om niet te zeggen ouderwets vormgegeven films met een interessant scenario afleveren. De 27-jarige Belg Lieven Debrauwer bijvoorbeeld kreeg van het publiek van de Quinzaine des Réalisateurs een lange ovatie voor zijn aangename en hartveroverende komedie Pauline & Paulette, een coproductie met de Nederlandse Emjay Rechsteiner. Dora van der Groen speelt daarin een geestelijk gehandicapte dame, die na de dood van haar zuster in een tehuis opgenomen dreigt te worden, maar zelf liever intrekt bij een andere zuster (Ann Petersen), die fournituren verkoopt en diva is van de plaatselijke operettevereniging.

Goed werd ook het debuut ontvangen van de in België wonende en werkende Bosniër Danis Tanovic (32). Het in Slovenië opgenomen No Man's Land is een even bittere als komische en absurde oorlogsfilm, over de onmacht van de blauwhelmen (`smurfen', zeggen ze in voormalig Joegoslavië) om drie tussen de Bosnische en Servische frontlijnen gestrande militairen in veiligheid te brengen. Het voortreffelijke scenario spaart evenmin de heetgebakerdheid van Serviërs en Bosniërs als de gierenmentaliteit van de internationale media.

Tussen de conventionele kwaliteiten van de debutanten en de compromisloze filmkunst van De Oliveira in bevindt zich een breed scala aan auteurs die doen wat je van ze verwachten mag. De Amerikaanse broers Joel en Ethan Coen vertonen hun gemiddelde vorm in The Man Who Wasn't There, een pastiche in zwart-wit op de film noir, over chantage en moord door een herenkapper (Billy Bob Thornton) in 1949. Todd Solondz' vervolg op Happiness heet Storytelling: het tweeluik, bestaande uit de delen `Fiction' en `Non-Fiction', levert schrander, soms aan Jean-Luc Godard herinnerend commentaar op de karikaturen in recente films over de Amerikaanse burgerlijke samenleving als American Beauty. Daarentegen laat Michael Haneke in zijn verfilming van Elfriede Jelineks roman La pianiste voor het eerst zijn neiging varen om de kijker er voortdurend van te doordringen dat hij naar filmtaal zit te kijken. Het Franstalige La pianiste is een emotioneel doorwrocht portret van seksuele repressie en geestelijke zelfverminking. Isabelle Huppert is de ideale vertolkster van de pianodocente aan een Weens conservatorium, die maar niet van haar moeder kan loskomen en beweert dat ze geen gevoel heeft. Die monumentale rol van een gevaarlijke ijsberg zou ook Huppert wel eens een prijs kunnen opleveren.

    • Hans Beerekamp