Meesterlijk humorist

In de literaire wereld is het geen geheim dat V.S. Naipaul zich vooral heeft laten inspireren door R.K. Narayan, die gisterochtend op 94-jarige leeftijd in Madras overleed. Trek je niets aan van politiek, was een van Narayans stellingen, toen alle schrijvers uit de Derde Wereld nog vonden dat ze in de eerste plaats het onrecht moesten bestrijden. Schrijf vooral met humor, leerde Narayan, toen veel auteurs hun talent lieten overschaduwen door woede. Laat de grote wereld voor wat zij is en creëer een eigen omgeving, beweerde hij. Het is vooral ter harte genomen door Gabriel Garcia Marquez, die de stad Macondo schiep en de Nobelprijs won.

Narayan zelf won nooit de Nobelprijs. Zijn fictieve stadje Malgudi was minstens zo tastbaar, maar volgens de Zweedse jury had er al een Indiër gewonnen – de dichter Rabindranath Tagore, in 1913 – en was Narayan niet Indiaas genoeg. R.K. Narayan schreef namelijk in het Engels en hij was bepaald niet `spiritueel'. Godsdienst irriteerde hem. Het was volgens hem een misverstand dat alle hindoe's gelovig waren. Zijn karakters, meestal bewoners van Malgudi, waren eenvoudige mensen, zonder een kwade of goede inborst. Ze werden komisch door hoe ze leefden en dachten, zonder het zelf komisch te bedoelen. Het was Narayans tedere en natuurlijke pen, die hen in al hun charme tot leven bracht in wat men gerust kan rekenen tot de beste literatuur van India.

Toch werd Narayans eerste boek, Swami and Friends, in 1935 door verschillende Britse uitgevers geweigerd. Indiërs waren toen nog niet zo in, smaalde Narayan jaren later. Dat Swami and Friends uiteindelijk werd gepubliceerd, had hij vooral te danken aan zijn boezemvriend Graham Greene. Op de vraag waarom hij zich daarvoor zo had ingezet, zei Greene: omdat Narayan als enige de diepere aard van de Indiër weet te verklaren. Dat is een belangrijke verdienste, maar Greene heeft Narayan op meerdere manieren moeten helpen om wereldroem te vergaren. Zo merkte hij op dat de naam van de schrijver langer was dan de titel van zijn boek. De schrijver heette officieel: Rasipuram Krishnaswamyi Aiyar Naranayanaswamy. Behandel je naam zoals je je verhalen behandelt, raadde Greene hem aan, laat wat weg en kort iets in.

R.K. Narayan blonk uit in het korte verhaal. Met enkele soepele streken schilderde hij een plaats en een toestand die even herkenbaar was als hilarisch. Deze gave deelt Narayan overigens met zijn broer, de vermaarde cartoonist R.K. Laxman, die al een halve eeuw dagelijks op de voorpagina staat van de grootste Engelstalige krant van India.

Anders dan zijn latere volgelingen, zoals Vikram Seth, Arundhati Roy en Amitav Ghosh, had R.K. Narayan geen sterallures. Hij was een sympatieke man die altijd toezegde te zullen komen op een conferentie of een boekenbal, maar hij kwam nooit opdagen. Hij vond het zelfs vervelend om al te ver buiten Madras te gaan, de stad waar hij in 1906 geboren werd en waar hij gistermiddag werd gecremeerd. Ook dit totale gebrek aan reislust schijnt een reden voor de Zweedse jury te zijn geweest om hem de Nobelprijs te onthouden.