Mediacratie

ITALIË HUNKERT naar verandering, maar blijft een verdeeld land. De verkiezingen van gisteren hebben dat weer eens aan het licht gebracht. Maar eerst het goede nieuws. Anders dan opiniepeilers voorspelden, bekommeren de Italianen zich wel degelijk om hun land, met 57 miljoen inwoners de vierde staat van de Europese Unie. Tachtig procent van de kiezers is opgekomen. Omdat het aantal stembureaus om budgettaire redenen met een derde was teruggebracht, leidde de hoge opkomst zelfs tot chaos. Om te voorkomen dat rijen wachtenden van hun stemrecht zouden worden beroofd, werden de bureaus 's avonds niet gesloten. Het gevolg was dat de verkiezingen tot diep in de vroege morgen doorgingen. Deze opkomst logenstraft het ook in Nederland levende idee dat de burgers steeds minder waarde hechten aan formele democratische rechten, omdat ze hun belangen op andere wijze tot gelding kunnen brengen.

In Italië gingen de verkiezingen bovendien ergens om: een voortgezet mandaat voor het regerende centrumlinkse blok om het tot nu toe weinig succesvolle hervormingsbeleid voort te zetten, dan wel steun voor de `revolutie' die de oppositie in het vooruitzicht had gesteld. Beide houdingen werden belichaamd door de leiders van de twee blokken. Tegenover de ingehouden ex-burgemeester Rutelli van Rome stond de brutale mediamagnaat Berlusconi uit Milaan.

DE UITSLAG zelf is echter geen onverdeeld goed nieuws. Binnen de democratische context dat de verliezer van gisteren de winnaar van morgen moet kunnen zijn, hebben de kiezers altijd gelijk. Het is niettemin de vraag of hun gelijk ertoe zal leiden dat Italië in stabieler vaarwater komt.

De coalitie Huis der Vrijheid rondom Berlusconi heeft de verkiezingen nominaal gewonnen. Onduidelijk is echter of dit bondgenootschap de meerderheid in de gehele volksvertegenwoordiging zal verwerven. In de Kamer van Afgevaardigden stevent Berlusconi af op zeker 330 zetels, vijftien meer dan de absolute meerderheid. In de belangrijke Senaat daarentegen zal Huis der Vrijheid mogelijk iets tekort komen. Als zich daar een patstelling aandient, kunnen kleinere partijen (mits ze de kiesdrempel halen) een wippositie uitbuiten.

Belangrijker is echter de vraag of de coalitie van Berlusconi voldoende interne cohesie heeft. De partij Forza Italia van de zakenman zelf heeft haar bondgenoten (voormalige neofascisten en Noord-Italiaanse separatisten, die op hun beurt weer lijnrecht tegenover elkaar staan als de staatkundige eenheid aan de orde is) achter zich gelaten. Maar door de wankele basis in de Senaat kunnen deze twee verliezers hun huid duur verkopen. Aan de traditionele coalitiepolitiek, die Italië sinds decennia kenmerkt, zal ondanks de geveinsde daadkracht van Berlusconi niet in één klap een einde komen.

HET ALLERBELANGRIJKSTE is de persoon Berlusconi zelf. Of hij zijn zakelijke imperium heeft kunnen opbouwen met behulp van maffiageld staat niet vast. Vast staat wel dat er nog steeds rechtzaken tegen hem lopen. Vast staat eveneens dat hij een groot deel van de media bezit, zodat belangenverstrengeling dreigt.

Vast staat ten slotte ook dat zijn verkiezingsprogramma op serieuze punten een zware wissel kan trekken op de toch al moeizame eenwording van de Europese Unie. Kortom: hoe diep gaat zijn democratische gezindheid? Zijn verkiezingscampagne heeft een tipje van deze sluier gelicht. Zijn weigering om met Rutelli publiek in debat te gaan, zou in andere EU-landen ondenkbaar zijn.

Omdat de kiezers in een rijpe democratie bijna altijd gelijk hebben, rest de EU vooralsnog niet veel meer dan Berlusconi het voordeel van de twijfel te gunnen. Dit democratische uitgangspunt biedt de EU-partners tevens de kans de potentiële premier voortdurend te toetsen aan de Europese normen (materiële én immateriële) waartoe Berlusconi zichzelf naar eigen zeggen ook heeft bekend.