MASOESARIJST

De masoesavrucht heeft vier zaden. Als je die pelt blijken ze oranje te zijn met zwarte pitjes. De zaden kun je kneden in warm water waardoor een gele kleurstof vrijkomt, dat vervolgens gezeefd en ingekookt moet worden. Het vocht geeft aan rijst een feestelijke gele kleur. Het kneden behoort tot het verleden nu er in Surinaamse winkels masoesapoeder te koop is. In onderstaand recept gebruik ik garnalen en kip. De kip kan vervangen worden door gedroogde vis, zoutvlees of ham.

Week de gedroogde garnalen tien minuten in heet water. Kook de kipfilet in ongeveer tien minuten gaar. Bak de kip in olie of boter rondom bruin en laat ze in 30-40 minuten gaar worden. Pel en snipper de ui. Pel de teentjes knoflook en pers ze uit. Snijd de peper in stukjes of kook hem, voor een minder pittig resultaat, in zijn geheel met de rijst mee. Snijd ook de tomaten in stukjes.

Verdeel de filet in plukjes; `pluizen' heet dat in Suriname. Laat de garnalen uitlekken. Was de rijst in een zeef tot het water helder is. Verhit vier eetlepels olie in een ruime pan en bak hierin garnalen, plukjes kip, ui, knoflook en peper drie minuten lang op half hoog vuur. Doe tomaat, bladselderij en laurierbladeren erbij. Los het masoesapoeder op in een liter water en schenk dit vocht in de pan. Voeg de rijst en de maggiblokjes toe. Alles een kwartier zachtjes laten koken met deksel op de pan. Snijd intussen de schoongemaakte kool in smalle repen.

Roer na het kwartier de kool door de rijst en giet er desgewenst kokosmelk bij (of anders heet water als de rijst dreigt aan te koeken). Laat het gerecht in nog eens tien minuten gaar en droog worden. Proef of er zout bij moet. Serveer de kip bij de rijst.