Librisprijs 2001 voor auteur Tomas Lieske

Tomas Lieske heeft de Librisprijs 2001 gewonnen voor zijn roman Franklin. Die verrassende keuze van de jury onder voorzitterschap van ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager werd gisteravond laat bekend gemaakt tijdens een diner in Amsterdam. Lieske wordt in het juryrapport geroemd om zijn `stilistische brille en zijn brutale geestigheid'.

De toekenning van het prijzengeld van 100.000 gulden aan Lieske kwam aan het einde van een lange en warme avond in de koepelzaal van het Amsterdamse Park Plaza, die grotendeels werd overschaduwd door de zeer kritische stukken die de afgelopen week verschenen in kranten en tijdschriften. Daarin werd vooral de jury (behalve Sorgdrager waren dat de critici Marjoleine de Vos en Aukje Holtrop, schrijver Willem van Toorn en de Antwerpse hoogleraar letterkunde Georges Wildemeersch) ongewoon hard aangepakt. Het niveau van de genomineerde boeken zou onder de maat zijn, de juryleden zouden een te sterke voorkeur hebben voor boeken van uitgeverij Querido (vijf nominaties), zich laten leiden door de meningen van hun gezinsleden en zich in de keuze van de nominaties beperken tot auteurs uit Amsterdam-Zuid. In die buurt wonen sommigen van de juryleden en genomineerden. Curieuze kritiek, maar genoeg voor nogal wat bedrukte gezichten op de feestavond.

Vooral het boek van Lieske was daarbij niet gespaard. Lieske zelf zei na afloop dat hij door een verblijf in Rome niet in staat was geweest de artikelen te lezen. ,,Ik hoorde pas vanavond hier dat er allemaal gedonder was. Ik had die stukken niet willen lezen. Zinnen over je eigen boek blijven toch in je hoofd hangen.'' In zijn dankwoord verwees hij wel naar de kritiek op zijn boek: ,,Misschien worden er nu wel ergens borden met etensresten door de televisie gegooid.'' Enkele van zijn strengste critici zaten op dat moment overigens binnen werpafstand.

De publieke kastijdingen van jury en schrijvers had niet tot extra afzeggingen geleid. Vijf van de zes genomineerden waren toch aanwezig: J. Bernlef (genomineerd voor Boy), de latere winnaar Lieske, Erwin Mortier (Mijn tweede huid), Frank Noë (Het gemaal) en Wanda Reisel (Een man een man). De zesde genomineerde, Toon Tellegen (De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne), had al geruime tijd geleden laten weten verhinderd te zullen zijn.

In zijn welkomstwoord riep H. Kleyngeld, voorzitter van de stichting Libris literatuurprijs, de pers op hun artikelen over de genomineerde boeken voortaan eerder te publiceren, zodat er tijd zou zijn om inhoudelijk over de nominaties te discussiëren. Tijdens het diner (gemarineerde zalm met sinaasappel, broccolisoep, tong, varkenshaas en passievruchtenbavarois) namen temperatuur en spanning evenredig toe, zeker bij de talloze vertegenwoordigers van uitgeverij Querido, belast met de ondersteuning van hun genomineerde auteurs. Dat uitgerekend de enige auteur van een andere uitgeverij (Mortier zit bij Meulenhoff) vooraf het meest werd genoemd als winnaar, maakte de spanning nog sterker.

De vrolijkheid van het gezelschap nam verder af toen na het toetje bleek dat de bekendmaking van de winnaar nog een halfuur op zich zou laten wachten door complicaties in verband met de rechtstreekse televisie-uitzending. Aan het andere eind van de zaal vertelde een schuldbewuste medewerker van Park Plaza bovendien dat er iets was misgegaan met de sigaren: de gebruikelijke zending uit Veghel was dit jaar niet gearriveerd. Bij de weddenschappen aan de dinertafels werd nog maar eens een extra tientje ingezet: meestal op Erwin Mortier.

De presentator van de televisie-uitzending, Philip Freriks, ontlokte tegen elven juryvoorzitter Winnie Sorgdrager nog de uitspraak dat het literaire wereldje `wel heel erg klein' was. Vervolgens voerde hij haar mee naar het podium, waar Sorgdrager de avond een passend slot gaf.

Juist het meest bekritiseerde boek op de gewraakte lijst, kreeg de prijs, zij het niet dankzij een unaniem besluit. Lieskes Franklin was voor de jury een boek `waarin stilistisch machtsvertoon verrassend blijkt te kunnen samengaan met zachtheid en lichtheid, waarin de grootste onwaarschijnlijkheden aannemelijk worden gemaakt door de brutale geestigheid waarmee ze de lezer worden voorgetoverd'.

In zijn dankwoord sprak Lieske (1943), die in 1996 met zijn roman Nachtkwartier werd genomineerd voor dezelfde prijs, naar aanleiding van een `met betekenis geladen motje' dat in beeld komt in de film Macbeth van Orson Welles over hoe literatuur volgens hem moet zijn: `vanzelfsprekend en mysterieus'. Inmiddels werd aan tafel acht het geld van de weddenschappen weer teruggegeven aan de spelers: niemand had gewonnen.

Op de borrel na afloop werd er vooral gespeculeerd over de vraag of schrijvers en juryleden in de toekomst nog wel zin zullen hebben in een prijs, die hen tot kanonnenvoer van de kritiek maakt. Jurylid Aukje Holtrop was opgelucht dat haar taak erop zat. ,,Vooral voor de schrijvers is het heel vervelend. Een nominatie wordt zo een straf. Hun boeken zijn al gerecenseerd en dan worden ze nog een keer afgebrand. Het zou beter zijn gewoon een winnaar de prijs te geven.'' Holtrop heeft besloten geen zitting meer te nemen in jury's die via een nominatiesysteem hun prijzen toekennen.

Kort daarvoor had Lieske zijn veel jongere mede-genomineerde Erwin Mortier verteld dat diens Mijn tweede huid de prijs wat hem betreft ook had verdiend. ,,Nee, het is goed dat u 'm krijgt'', had Mortier lachend geantwoord. ,,Ik heb nog een heel oeuvre vóór me.''