Kampong ontloopt degradatie

Met gebogen hoofd van het kunstgras stappen was een passender gebaar geweest na een seizoen waarin de reputatie van de club te grabbel werd gegooid. Maar wat deden de hockeyers van Kampong gisteren, nadat degradatie ternauwernood was afgewend? Tot grote hilariteit van de lallende meute langs de zijlijn maakte het gezelschap van interim-coach Paul Litjens een potsierlijke buikschuiver.

Alsof Kampong reden had voor uitbundige vreugde, na een duel waarin het bijkans ten onder ging aan de spanning en na rust de hulp kreeg van de falende Rotterdam-doelman Bart Looije. Een beschamende gang naar de overgangsklasse, met weinig inspirerende tripjes naar clubs als Cartouche en Venlo, bleef de omni-vereniging uit Utrecht zodoende bespaard. Maar wat voor het hele seizoen geldt, gold zeker voor het duel van gisteren, de 5-2 zege op het reeds gedegradeerde en futloze Rotterdam: om heel snel te vergeten.

Niet Kampong, tot gisteren de nummer elf op de ranglijst, maar SCHC werd op de laatste speeldag van de reguliere competitie het kind van de rekening. Door een 5-1 nederlaag tegen Den Bosch zakte het ploegje uit Bilthoven van de negende naar de elfde en voorlaatste plaats. Daarmee viel het doek voor het elftal van debuterend coach Peter Jonker, dat zich in februari al belachelijk had gemaakt door het Europa-Cuptoernooi zaalhockey voor B-landen als een stel veredelde toeristen af te werken.

Het nieuws vanuit Den Bosch vergrootte de feestvreugde in Utrecht. Streekgenoten Kampong en SCHC verhouden zich als water en vuur, al ging het Siegfried Aikman, volgend seizoen opvolger van `crisismanager' Litjens, te ver om te spreken van een dubbele zege. Met een knipoog: ,,Maar we zijn na vandaag wel de enige hoofdklasser in de regio, en ook dat is wat waard.''

Waarmee de huidige trainer-coach van de Kampong-vrouwen maar wilde zeggen dat de club komende zomer wellicht een stel nieuwe spelers kan verwelkomen. Dat lijkt hard nodig, gelet op de povere reeks van het afgelopen seizoen (slechts vier zeges in 22 duels). Niettemin sprak Aikman (42) gisteren zijn vertrouwen uit in de huidige selectie, die grotendeels intact blijft. ,,Deze groep heeft potentie, mits gespeeld wordt naar de mogelijkheden.''

Met andere woorden? ,,Eerst achterin de tent dichtgooien en dan pas aan aanvallen denken'', doceerde Aikman. ,,Daar heeft het dit seizoen namelijk vooral aan gelegen: in verdedigend opzicht ontbrak het aan discipline, met als gevolg dat ze veel te makkelijk een doelpunt tegen kregen.''

Om te voorkomen dat Kampong volgend seizoen opnieuw achter de feiten aanloopt, lijkt een trendbreuk onvermijdelijk. De zesvoudig kampioen uit Utrecht gaat er prat op een van de weinige clubs te zijn waar de spelers niet worden betaald. Vraag is of die hardnekkige weigering nog langer vol te houden is, nu vrijwel alle hoofdklassers gekozen hebben voor een vergoedingssysteem en spelers weten dat zij elders geld kunnen verdienen.

Aikman wenst onder geen beding te bezwijken voor de verlokkingen van het geld. ,,Misschien klink ik ouderwets, maar wie bij Kampong hockeyt, hockeyt voor zijn plezier. Wie daar anders over denkt, kan beter bij een andere club gaan spelen. En laten we wel wezen: is geld zaligmakend? Dacht het niet. Kijk maar naar Amsterdam en Bloemendaal. Die piepen nu vermoedelijk wel anders, nu ze beide de play-offs hebben gemist.''

Daar weet Erik Gerritsen, oud-speler van Amsterdam, alles van. Uit onvrede met de zakelijke koers van voorzitter Jons Hensel stapte de 29-jarige middenvelder vorig seizoen, na elf jaar trouwe dienst, over naar Kampong. Grijnzend: ,,En bij deze middenmoter ben ik, ondanks een teleurstellend seizoen, vele malen gelukkiger dan bij die andere middenmoter.''

Toch ontkomt ook Kampong volgens Gerritsen niet aan betalingen, want: ,,Het geld is niet meer weg te denken uit het hockey. Het is er en gaat niet meer weg. Als Kampong de ambitie heeft om in de toekomst weer mee te doen in de strijd om de play-offs, dan zal het bestuur een omslag moeten maken. Op een voorzichtige en verantwoorde manier, waarbij

het vooral zal moeten leren van

de fouten van clubs als Amsterdam.''

Maar aan Aikman zijn dergelijke revolutionaire plannen niet besteed. Hij zal volgend seizoen vooral hameren op discipline. ,,Waarbij ik de confrontatie niet schuw.'' Al was het maar om te voorkomen dat de selectie in dezelfde valkuil stapt als dit jaar, toen het tijdens en (vooral) na de trainingen zo gezellig was dat de spelers elkaar in het veld niet de waarheid durfden te vertellen.

Realisme is daarbij de leidraad van de coach die na acht jaar eindelijk zijn geluk weer bij de mannen mag beproeven. ,,Kampong is niet meer de topclub van weleer, zo simpel is het. Normaal gesproken ben ik niet te beroerd om een stoere uitspraak te doen, maar gelet op ons potentieel zeg ik: een plaats in de middenmoot is een reëel uitgangspunt.''

    • Mark Hoogstad