Kamerlid vermoedt handjeklap militairen

Het Tweede-Kamerlid N. van 't Riet (D66) vermoedt dat Defensie oud-militairen heeft bevoordeeld bij een miljoenenorder voor transportmaterieel voor de VN-vredesmissie UNMEE in Eritrea. Volgens haar ,,lijkt het erop dat militairen en oud-miltairen elkaar de bal toespelen''. Ze wil zo snel mogelijk opheldering van minister De Grave (Defensie).

Vorige maand berichtte minister De Grave dat Defensie voor ongeveer 10 miljoen gulden onnodige kosten heeft gemaakt bij de inzet van Nederlandse VN-soldaten in Ethiopië en Eritrea. Zo werden voor ongeveer 6 miljoen gulden containers en transportauto's gehuurd en gekocht en werden voor 4,3 miljoen gulden burgerchauffeurs in dienst genomen. Inmiddels is gebleken Defensie hier zelf voor had kunnen zorgen. Ook zou materieel ter waarde van 3,5 miljoen gulden niet inzetbaar zijn gebleken, zo schreef De Grave vorige maand aan de Kamer. De minister heeft inmiddels een vertrouwelijk accountantsrapport over de kwestie naar de Kamer gestuurd.

De order voor het materieel en de chauffeurs voor een bedrag van 17,8 miljoen gulden is verstrekt aan het bedrijf Transmo Special Products uit Moerdijk na bemiddeling van de in Den Haag gevestigde stichting Netherlands Logistics Support Group (LSG). Bij de stichting zijn diverse oud-militairen betrokken, onder wie generaal b.d. F. Van Kappen, in het verleden militair adviseur van VNsecretaris-generaal Boutros Ghali, die naar eigen zeggen door LSG is aangesteld als onbetaald adviseur. Vorig jaar was hij een van de eersten die opperden Apachegevechtshelikopters naar het uitzendgebied te sturen.

Van Kappen bevestigt LSG en Transmo te hebben geadviseerd om met Defensie in zee te gaan. Volgens Van Kappen is het echter aan de slechte inventarisatie van het departement van Defensie zelf te wijten dat er onnodig kosten zijn gemaakt. Ook van ondeugdelijk materieel zou geen sprake zijn, aldus de generaal b.d.