Iraanse cybercafés de wacht aangezegd

Iraanse autoriteiten zijn de afgelopen dagen in het offensief gegaan tegen de internetcafés in Teheran. Maar het is in eerste instantie nog niet duidelijk wie er achter het offensief zit: de Iraanse PTT die met lede ogen toeziet hoe steeds meer burgers de internetcafés gebruiken om goedkoop naar het buitenland te bellen, ultraconservatieve krachten die het hele internetwezen als des duivels zien, of beide. De regering van president Mohammad Khatami heeft altijd gezegd internet te willen vrijlaten. Volgens haar kan de bevolking zelf wel uitmaken wat goed voor haar is.

In Teheran en andere Iraanse steden springen de internetcafés sinds een jaar of drie, vier dan ook als paddestoelen uit de grond. In Teheran alleen zouden er inmiddels 1.500 zijn, die door de jeugdige bevolking druk worden gebruikt om het contact met de buitenwereld te onderhouden. Daarnaast hebben talrijke Iraniërs, en niet alleen de rijken, thuis een internetaansluiting.

Volgens de Iraanse krant Hambastegi heeft de politie de afgelopen vijf dagen 400 internetcafés in Teheran gesloten, met name in het meer welstandige noorden van de hoofdstad. De eigenaars, en die van nog gespaarde etablissementen, is te verstaan gegeven dat ze zich van een vergunning moeten voorzien bij de Unie van Gebruikers van Administratieve Machines en Computers, een door conservatieve geesten gedomineerde beroepsorganisatie. Deze Unie stelt dat elke instelling die een commerciële dienst levert, een vergunning nodig heeft.

Verscheidene getroffen exploitanten denken dat de kwade genius achter de razzia de PTT is die paal en perk wil stellen aan het goedkope bellen via internet. Voor de prijs van een lokaal gesprek kan men zich via internet met elk buitenland in verbinding stellen. Van die dienst wordt toenemend gebruik gemaakt door burgers met familie en vrienden in het buitenland – en dat zijn er veel.

Het is mogelijk dat op de achtergrond ook conservatieve krachten staan, die de Islamitische Republiek het liefst van de boze buitenwereld, en met name het verdorven Westen, zouden willen afsluiten. Zij stonden een paar jaar geleden achter het besluit om satellietschotels te verbieden, een verbod dat officieel nog steeds van kracht is maar waaraan steeds minder mensen zich storen naarmate de schotels kleiner worden.

Pragmatische conservatieven zien weinig in een verbod van internet omdat ze wel inzien dat ook dit niet valt af te dwingen. In een vraaggesprek toonde de conservatieve theoreticus Ali Larijani zich eerder dit jaar ernstig bezorgd over de informatievervuiling via internet, dat wil zeggen porno. Maar, zei hij, ,,we moeten niets opleggen''.

Bovendien: wat dan te doen met de ayatollahs? In de heilige stad Qom houden verscheidene hoge geestelijken er al jaren hun eigen internetafdeling op na, en velen communiceren tegenwoordig per email. ,,Je kunt internet zowel positief als negatief gebruiken'', aldus een geestelijke in een van de lokale internetcentra. ,,Voor ons is het een positief werktuig.''