Een zwak voor kappers

Hoewel geschiedschrijvers ons graag doen geloven dat de rock & roll halverwege de jaren vijftig zijn intrede deed op de Nederlandse radio, waren het de Amerikaanse crooners en croonsters die, samen met de Kilama Hawaiians, de Millers en wat lokale kindsterretjes, de dienst uitmaakten in Hilversum. Guy Mitchell, Johnny Ray en Doris Day waren daar zwaar favoriet, maar mijn voorkeur ging toch meer uit naar een kleine gedrongen zanger van Italiaanse afkomst: Perry Como.

Deze op 18 mei 1912 in het Amerikaanse Canonsburg geboren vocalist Pierino Como zou ongetwijfeld een gedegen carrière tegemoet zijn gegaan als kapper, ware het niet dat hij altijd stond te zingen tijdens het bedienen van schaar en scheerkwast waardoor op een dag een klant hem adviseerde zijn voornaam te veranderen en auditie te doen bij de plaatselijke band van Freddy Carlone, een dansorkest dat voortdurend in een autobus door het land tourde en zo'n combinatie van zanger en kapper dus best kon gebruiken.

Na later nog een tijdje in dezelfde functie bij de formatie van Ted Weems (!) werkzaam te zijn geweest, besloot Como het kappersgerei voorgoed opzij te leggen en tekende hij een solo-contract bij platenmaatschappij Victor waar hij onmiddellijk een gigantische hit had met de Jerome Kern-Ira Gershwin song Long ago and far Away uit de musical Cover Girl.

Tussen 1944 en 1958 had Como maar liefst 42 toptienhits in de Billboard charts, een aantal dat slechts door Bing Crosby werd overtroffen, en dat zei heel wat in die tijd. Inmiddels had ook de filmindustrie Como gespot wat resulteerde in drie films, Something for the Boys, Doll Face en If I'm Lucky, alle drie met toenmalige sterren van het witte doek als Vivian Blaine en Carmen Miranda. Toen Como midden jaren vijftig eindelijk door de Nederlandse radio ontdekt werd, was de man al een superstar en levende legende in de USA en had hij zelfs een eigen tv-show waar miljoenen naar keken. Ik had in die tijd een zwak voor kappers omdat mijn grootvader zelf een kapperszaak had in de Amsterdamse Zocherstraat en ik bovendien nogal onder de indruk was van een kapper uit het plaatsje Een die, naar zijn zeggen, een wondermiddel tegen kaalheid had uitgevonden en daarvan duizenden flesjes verkocht die naderhand slootwater bleken te bevatten.

Ik wist toen nog niets af van de muziek van Charlie Parker en Dizzy Gillespie, dus toen ik voor het eerst Como's hit Chi-Baba Chi Baba via de Hilversumse radio beluisterde dacht ik dat er een nieuw tijdperk was aangebroken. Evenmin had ik in de gaten dat Como's When You Were Sweet Sixteen een cover was van een song uit 1898 en dat Don't Let the Stars Get in Your Eyes een jaren dertig-deuntje was. Stom, achteraf bezien, maar goed dat ik ze toch allemaal gehoord had waardoor ik vele jaren later als eerste Long Ago And Far Away herkende toen saxofonist Sonny Rollins dat nummer in het Amsterdamse Concertgebouw speelde. Papa loves Mambo was de laatste Perry Como-tune die me is bijgebleven, daarna verkocht ik ziel en zaligheid aan de jazz van Art Blakey met zijn Jazzmessengers, Miles Davis en John Coltrane.

Como ging natuurlijk rustig door met zijn wekelijkse Coast to coast tv-shows waarin hij zelfs een samenwerkingsverband met Ray Charles aanging, wat achteraf bezien toch op zijn minst opmerkelijk moet zijn geweest voor de ex-kapper uit Canonsburg. In 1958 brak hij nog eenmaal door in Hilversum met Catch a Falling Star, maar toen bereikte heel langzaam de rock & roll zelfs de Nederlandse radio en was het gedaan met de crooners en aanverwanten.

In 1970 maakte Como in de USA nog een comeback met zijn album Live At The International Hotel, Las Vegas, maar dat hebben we hier niet meer bewust meegemaakt omdat toen Radio Veronica al de dienst uitmaakte in een muzikale teloorgang die in 2001 zou resulteren in de hedendaagse Radio 3-hit Bolletje in m'n holletje, maar dat wisten we toen gelukkig nog niet.

(www.hansdulfer.nl)