EEN AFSPRAAK BIJ WILHELMINA'S BUSTE, DE GELE SPENCER VAN FRANK DE GRAVE, EN MELKERTS METAMORFOSE

De boodschap klonk knap geheimzinnig. ,,Zie je bij Wilhelmina'', zei het Tweede-Kamerlid via de telefoon. Ik hing op en een lichte paniek maakte zich van mij meester. Hij was mediaspecialist van de PvdA, ik was jong politiek redacteur van deze krant, maar waar zouden we elkaar nou precies treffen? `Wilhelmina' bleek de buste van de vroegere koningin, die vanaf een voetstuk neerkeek op een zithoek in het oude gebouw van de Tweede Kamer. Hier, op dit kruispunt van wandelgangen, wisselden journalisten en politici informatie uit of ontmoetten ze elkaar voor een gesprek à deux.

Er was niets geheimzinnigs aan onze afspraak. Zoals later veel Haagse gebeurtenissen wel interessant, soms meeslepend, maar zelden geheimzinnig bleken. Want in de kleine wereld die Binnenhof heet, let iedereen op iedereen en vermenigvuldigt alle informatie zich snel. ,,Heb jij voor mij de Medianota van Brinkman?'', vroeg eerder genoemde PvdA'er mij ergens begin jaren tachtig in vertrouwen. De Medianota van toenmalig CDA-minister Elco Brinkman was een explosief stuk en bovendien geheim, maar NRC Handelsblad had er een dag eerder uitvoerig uit geciteerd. Ik was verrast door het verzoek: sinds wanneer dient een journalist zijn documenten prijs te geven? Ik koos voor een principieel `nee'. Het oppositionele Kamerlid was boos, sprak nog iets van de ene dienst die toch de andere waard was en voegde me dreigend toe: ,,Ik weet wel wie jullie bron is.'' Enigszins verbouwereerd kapte ik het gesprek af. Politieke journalistiek, zo bleek me later nog vaak, is balanceren tussen het onderhouden van goede contacten en het bewaren van je onafhankelijkheid. Het is evenwichtskunst in een wereld waar zuivere verhoudingen schaarser lijken te worden. Want aan twee kanten neemt de concurrentie toe: steeds meer journalisten jagen op hetzelfde nieuws en steeds meer parlementariërs willen ook een plaats in het nieuws. Het Binnenhof fungeert zo als marktplaats: `Heb je voor mij...? Dan heb ik voor jou...'

Wat waren de grote gebeurtenissen die indruk maakten? Het klinkt a-historisch, maar die verliezen snel aan perspectief. Natuurlijk, Lubbers die het kruisrakettenbesluit bekendmaakte, Ed Nijpels die in de `nacht van de lange messen' op Verkeer en Waterstaat zijn macht verloor. Of Jozias van Aartsen die nog niet zo lang geleden in de Kamer een vreemd kamikazeduel aanging met Wim Kok.

En toch zijn het eerder kleine gebeurtenissen die de politiek tekenen. Neem Frank de Grave, tegenwoordig minister. Ik zie hem in de oude Kamer nog van achter de groene gordijnen zijn bankje inschuiven, vlak voordat het overlijden van oud-premier Willem Drees zal worden herdacht. Achter de regeringstafel zaten, die 25ste mei 1988, de nog levende tijdgenoten van Drees er deftig gesteven bij en in de VVD-bankjes zat Frank de Grave met een opzichtige gele spencer aan. Zie hier dé representant van de era-Nijpels, die het `gewoon jezelf zijn' tot politieke norm verhief.

We hadden later die middag een afspraak en ik vroeg De Grave waarom hij voor de gelegenheid zo ongepast gekleed was. ,,Joh, ik wist nergens van'', zo zei de jonge parlementariër frank en vrij.

Neem ook Hans Dijkstal, de opgeruimde VVD-leider die sinds hij Frits Bolkestein opvolgde, zo keurig de status quo bewaart. De eerste keer dat ik zijn werkkamer aan het Binnenhof betrad, was ik behoorlijk verrast. Niet door het lege bureau dat discipline over de materie suggereerde, niet door de streng-klassieke inrichting die nog grotendeels van zijn voorganger was, maar wél door de jazzy muziek die vrolijk uit een wandmeubel klonk. Pose of niet,+ hier stond de vertegenwoordiger van de ontspannen politiek. Niet links of rechts, maar streng versus losjes lijkt tegenwoordig de scheidslijn in Den Haag.

Streng is in ieder geval Ad Melkert, altijd geweest trouwens. Januari '87 interviewde ik het jong aangetreden PvdA-Kamerlid. En de 30-jarige parlementariër, die al een bestaan bij de Novib, de PPR en de internationale jongerenpolitiek achter zich had, maakte indruk met zijn vele parlementaire activiteiten en zijn vermogen tot reflectie. ,,Ik krijg de ruimte die een nieuwkomer toekomt'', zo sprak hij zonder enige ironie. Het jongste Kamerlid van de lichting '86 maakte misschien nog meer indruk met zijn outfit die, anders dan de tijdgeest voorschreef, streng-formeel was. Op de foto bij het interview was de pose bijkans potsierlijk: de junior-parlementariër, gestoken in een double-breasted colbert, blikte streng in de camera. De snor accentueerde de strengheid, maar meer nog was het de hand, die gentlemanlike in de jaszak stak, met de duim nadrukkelijk erbuiten. Het kon niet missen, hier stond een staatsman-in-de-dop.

Sinds enige tijd – kan het zijn sinds hij zich warmloopt voor de opvolging van Wim Kok? – is Melkert bezig met een verjongingskuur. De snor is verdwenen, de norsheid is ingewisseld voor een regelmatige glimlach. ,,Nee, hier staat geen ander mens voor u'', zei hij vorig jaar zelf maar tegen het congres van zijn partij.

En inderdaad, er is maar één Melkert. December '99 trof ik de PvdA'er in Rotterdam bij De Kuip voor zijn en mijn favoriete voetbalclub. Feyenoord speelde die avond in de Champions League tegen Olympique Marseille, nadat ze twee weken ervoor op Stamford Bridge waren weggespeeld door Chelsea. Ik was redelijk somber over de kansen van de Rotterdammers en vroeg Melkert naar zijn prognose. En toen gebeurde er iets wonderlijks: de voetbalsupporter Melkert was op slag weer de politicus Melkert en op de toon van een communiqué zei hij: ,,Ik heb een zeker vertrouwen in de afloop.'' Met Melkert is het net als met Louis van Gaal, hij heeft altijd gelijk: Feyenoord won die avond met 3-0.

Hij is misschien wel de slimste politicus van het Binnenhof. En hij wordt misschien wel de opvolger van Wim Kok, of niet. Ook ik heb `een zeker vertrouwen in de afloop'. Maar ik zal die, net als alle andere momenten aan het Binnenhof, binnenkort van een afstand volgen.

De Tweede Kamer ontvangt deze week, op `derde woensdag', de Jaarverslagen 2000 van de departementen, waarover eind juni een debat met de regering volgt. Dit is de laatste bijdrage van Kees van der Malen aan NRC Handelsblad. Per 1 juni begint hij als hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad.