Duitsland begrijpt Nederland niet meer

Nederland hield zich tot dusver op de vlakte bij reacties op de plannen van de Duitse bondskanselier Schröder voor radicale hervorming van het bestuur van de Europese Unie. Tot verbazing van Duitse diplomaten.

Minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) trekt een gezicht van `weet u dat nu nog niet?' als hem weer eens wordt gevraagd welk standpunt Nederland inneemt bij het debat over de toekomst van Europa. Hij verwijst steevast naar het document `Staat van de Europese Unie' waarin de mening van de Nederlandse regering vastgelegd zou zijn. Dat stuk bevat echter meer vragen dan antwoorden.

Op de vraag wat Nederland vindt van voorstellen voor een federaal georganiseerd Europa, reageert staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) met opgetrokken wenkbrauwen. ,,We hebben al een federaal Europa'', zegt hij. Ondanks deze Nederlandse stelligheid hebben Europese diplomaten in Brussel het al maanden over een Nederlandse stilte bij de discussie in de Europese Unie. Verbaasd vragen ze zich af waar Nederland blijft bij het debat dat sinds vorig jaar in de hele EU op gang is gekomen. Horen ze Van Aartsen en Benschop niet?

Vorig voorjaar gaf de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, met een lezing aan de Humboldt universiteit in Berlijn de aanzet tot de de gedachtenwisseling over de vraag wat het einddoel van de Europese integratie moet zijn. De Franse president, Jacques Chirac, reageerde snel op Fischers gedachten over een federaal Europa in een toespraak tot de Duitse Bondsdag. Daarmee legde hij de kwestie direct op het bord van de Europese Raad, de vergadering van twee presidenten en vijftien regeringsleiders van de Europese Unie.

Velen hebben sindsdien gereageerd op Fischers stelling dat de combinatie van invoering van de euro en uitbreiding met nieuwe lidstaten in Oost-Europa de EU dwingt tot een discussie over het einddoel van de Europese integratie. De Zweedse premier, Göran Persson, heeft de gedachte resoluut verworpen. De Finse premier, Paavo Lipponen, heeft het omarmd met een eigen voorstel voor de organisatie van een federaal Europa. De Belgische premier, Guy Verhofstadt, heeft zich net als de Duitse bondskanselier, Gerhard Schröder, door Fischer laten inspireren tot plannen een federaal Europa.

En Nederland? Premier Wim Kok heeft zich beperkt tot het maken van kritische kanttekeningen bij toekomstvisies van anderen. ,,Volkomen idioot'', noemde een Nederlandse diplomaat enkele maanden geleden Fischers stelling dat er een einde is gekomen aan de zogenaamde methode-Monnet, waarmee Europa tot nu toe met gecompliceerde compromissen fundamentele tegenstellingen uit de weg is gegaan.

Staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) noemde de oproep van Fischer om over een einddoel van de Europese integratie te praten ,,een absurde vraag''. Federalistische plannen voor een Europese regering, een Europees Parlement met meer macht dan het huidige, omvorming van de Raad van Ministers tot een Europese Senaat en duidelijke afbakening van bevoegdheden tussen Brussel en de lidstaten, zijn oud. Even oud is de tegenstand van degenen die willen dat de EU vooral een samenwerking tussen staten blijft.

Duitse diplomaten verbazen zich over het zwijgen van Kok omdat ze denken dat Nederland traditioneel federalistisch is. Franse diplomaten veronderstellen daarentegen dat Nederland net als hun land geen Europese federatie wil. Nederland zou net als Frankrijk reden hebben om een dominerende rol van Duitsland in een federaal Europa te vrezen. Fransen weten dat Nederland hecht aan de Europese Commissie als supranationale instelling, maar er niet voor voelt om deze tot Europese regering te laten uitgroeien. Kok verdedigt de positie van de dominerende Europese Raad, het gezelschap van soms dag en nacht marchanderende Europese regeringsleiders. Hij zit daarmee op de Franse lijn, waarover tot nu toe iedereen behalve premier Lionel Jospin zich heeft uitgesproken. De Belgische premier Verhofstadt heeft echter de indruk dat Nederland op zijn federalistische lijn zit.

Het Nederlandse kabinet is afgelopen vrijdag een debat over de toekomst van Europa begonnen dat deze week wordt voortgezet. Verwacht wordt dat het niet eenvoudig zal zijn om het eens te worden over een standpunt dat alle misverstanden over de Nederlandse positie wegneemt. Er zijn allerlei meningsverschillen. Zo vindt minister Laurens-Jan Brinkhorst (Landbouw) het onzin als minister Van Aartsen belangstelling toont voor de Duitse gedachte om landbouwbeleid van Brussel naar de EU-lidstaten terug te brengen. Het belangrijkste punt is echter de fundamentele Nederlandse houding tegenover de Europese integratie.

,,In Nederland denken we niet geo-politiek, maar alleen economisch. We hebben Europa ook nooit politiek gezien. We houden niet van het continent'', zegt een van de deelnemers aan de Nederlandse discussie. Anders dan Groot-Brittannië, Denemarken en Zweden, heeft Nederland zich nooit openlijk tegen Europees federalisme verzet, maar altijd een houding van `komt tijd, komt raad' aangenomen.

Van die opstelling is in september 1991 afgeweken toen Nederland als EU-voorzitter federalistische plannen presenteerde die bij andere landen de allergie tegen EU-federalisme omhoogstuwde. Die Nederlandse ideeën, uitgedragen door het tweede kabinet-Lubbers, werden door de meerderheid van de andere EU-lidstaten naar de prullenbak verwezen. Nog altijd praten Nederlandse diplomaten met schaamte over deze `zwarte maandag' waarop dat gebeurde. Diplomaten van andere EU-lidstaten neigen er sinds 1991 dikwijls toe Nederlandse voorzichtigheid bij Europese debatten te verklaren uit de frustratie over die zwarte maandag.

    • Ben van der Velden