Doeltreffend mannetje

Boven de Shankly Gates, de hoofdingang van het Anfield Road-stadion in Liverpool, staat in gietijzeren letters geschreven: You'll never walk alone. Geen tekst is zo vaak gebruikt wanneer voetballers en hun aanhangers een triomf vierden. Geen tekst die zo vaak is misbruikt door voetballers en aanhangers die geen Liverpoolbloed in hun lijf hebben. Alleen de voetballers en aanhangers van de Merseyside kunnen het lied waarmee Gary and the Pacemakers begin jaren zestig de Beatles beconcurreerden, met echt voetbalgevoel zingen.

Toen in het seizoen 1964-'65 op the Kop, de roemruchte tribune op Anfield Road waar de fanatiekste aanhangers van de wereld staan, de popsong van Gary and the Pacemakers werd geadopteerd als het nieuwe clublied, was Michael Owen nog niet geboren. In dat glorieuze seizoen (winnaar van de Cup Final) werd de aanval van het elftal van Liverpool geleid door een kleine man, genaamd Ian StJohn. StJohn was de held van de Kop en een van die kleine spitsen die in de loop der jaren Liverpool succes hebben gebracht: Kevin Keegan, Kenny Dalglish en nu Michael Owen, het 21-jarige mannetje dat met twee doelpunten in de Cup Final oude tijden aan de Merseyside deed herleven.

Owen is een van die vele talentvolle spelers (Gerrard, Fowler, Redknapp) die uit de jeugd van FC Liverpool komen. Owen werd geboren in het naburige Chester. Zijn vader was nota bene professional bij de plaatselijke rivaal Everton. Al als junior onderscheidde de kleine Owen zich als een doeltreffende aanvaller. Als 17-jarige debuteerde hij in het eerste elftal en als vanzelfsprekend scoorde hij. Nog geen jaar later werd hij de jongste speler die ooit in het Engelse elftal speelde. In hetzelfde jaar maakte hij op het wereldkampioenschap furore door een spectaculair doelpunt tegen Argentinië. A teenage dream, kopten de tabloids. Een nationale held was geboren.

Maar het mannetje, dat zijn tekortkomingen aan balvaardigheid ruimschoots compenseert door zijn snelheid, doortastendheid en doeltreffendheid, viel terug in de anonimiteit. Het fragiele lijf, de korte benen en de nog jonge spieren bleken niet bestand tegen het huidige krachtvoetbal. Talrijke blessures aan de hamstrings hielden hem van het voetbalveld. Pas sinds begin dit jaar is Owen weer de ongrijpbare en doeltreffende spits die de mooiste club van Engeland en omstreken nodig heeft. In 161 wedstrijden in de hoofdmacht van Liverpool scoorde hij al 82 maal. In de laatste zeven wedstrijden liefst negen keer.

Hij is en blijft een jongen. Vooralsnog heeft het heldendom nog nauwelijks een negatieve invloed op hem, hoezeer de Engelse tabloids Owen met hun geestverwarrende teksten ook bestoken. Michael Owen is een jongen die de Liverpudlians in hun armen sluiten, omdat hij gewoon doet. De master marksman heeft zelf op de Kop staan zingen en schreeuwen. De drama's van Liverpool (Heizel in '85 met dertig doden, Hillsborough in '89 met 96 doden) heeft Owen niet van nabij meegemaakt — hij was toen nog te jong. Maar wanneer hij scoort en zijn aanhangers juichen, voelt hij het zielsleven van FC Liverpool.

Wanneer de legendarische Liverpool-manager Bill Shankly nog had geleefd, dan zou hij Owen na zijn twee doelpunten in de Cup Final over zijn bol hebben geaaid, hem tegen zijn borst hebben gedrukt en hem waarschijnlijk hebben gezegd: `Some people believe football is a matter of life and death. I'm very disappointed with that attitude. I can assure you it is much, much more important than that.' Waarschijnlijk had Owen de in 1981 overleden Schot dan geantwoord: `I know, Shanks.'