Brinkhorst wil sluiting veemarkten

Minister Brinkhorst (Landbouw) is voorstander van het sluiten van veemarkten. Veemarkten zijn gevaarlijk voor de verspreiding van dierziekten, zei de D66-minister zaterdag tijdens een partijcongres in Dordrecht.

Organisaties van veehandelaren noemen de voorstellen van Brinkhorst ,,voorbarig''. Juist vandaag presenteerde de Groep Nederlandse Veemarkten (GNV), waarbij alle acht veemarkten in het land zijn aangesloten, een aantal maatregelen om het risico op de verspreiding van dierziekten te verkleinen. De veemarkten hebben afgesproken dat runderen, schapen en kalveren voortaan niet meer op dezelfde dag mogen worden verhandeld. Ook willen zij een gedetailleerd in- en uitgangsregister gaan bijhouden. De maatregelen moeten ingaan zodra de veemarkten, die elf weken geleden werden gesloten wegens de mond- en klauwzeercrisis, weer opengaan.

Brinkhorst was zaterdag nog niet op de hoogte van de voorstellen van de GNV. Hij reageerde op voorstellen van de land- en tuinbouworganisatie LTO-Nederland, die vrijdag pleitte voor een einde aan de veemarkten ,,in de huidige vorm''. De handel van jongvee, fokvee en gebruiksvee van boer naar boer moet worden verboden, schrijft LTO. Schapen, runderen en kalveren voor mesterij en slachterij zou niet meer op dezelfde markt mogen worden verhandeld.

Brinkhorst herhaalde dat hij ook het ,,gesleep'' van levend vee door Europa aan banden wil leggen. Hij denkt aan de beperking van de transporttijden tot maximaal tien uur. Veeverkeer tussen Nederland en regio's als Zuid-Europa en Ierland zou dan alleen nog per vliegtuig mogelijk zijn, in plaats van het goedkopere transport met vrachtwagen of boot. MKZ is waarschijnlijk naar Nederland gekomen met kalveren uit Ierland, die per boot en vrachtwagen zijn vervoerd langs een met MKZ-besmette rustplaats in Frankrijk.

Varkensmarkten zijn al sinds de jaren zestig verboden. Nederland telt nu nog acht grote veemarkten, die per jaar 1,5 miljoen runderen, kalveren en schapen verhandelen. Daarmee is 1,4 miljard gulden gemoeid. Als de markten gesloten worden, betekent dat het faillissement voor naar schatting de helft van de 3.000 geregistreerde veehandelaren, verwacht G. de Boer, bestuurlid van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee.

Evenals De Boer denkt J. Boogaard (GNV en veemarkt Utrecht) dat het verbod niet tot vermindering, maar tot een verschuiving van de handel zal leiden. ,,Dan vindt de veehandel ongecontroleerd plaats in boerenschuren op het platteland'', aldus Boogaard.