Braziliaanse koning van de traptechniek

Niet de 17-jarige Pelé, maar de 30-jarige Didi werd uitgeroepen tot de beste speler van het wereldkampioenschap van 1958. Waldir Pereira, de zwarte aristocraat met de magische toets in zijn voeten, was de man die in Zweden Brazilië naar de wereldtitel leidde.Statig, kalm en gezegend met een fenomenaal inzicht deed Didi dingen met de bal die weinig voetballiefhebbers in die tijd voor mogelijk hielden. Didi was de koning van de subtiele pass en de koning van de traptechniek.

Vaders riepen hun kinderen in de zomer van 1958 binnen en sleurden hen voor de zwart-wittelevisie. Nog nooit hadden ze negers zien voetballen. Wat ze zagen, grensde aan tovenarij: ongelooflijke passeerbewegingen van rechtsbuiten Garrincha, de backs Djalma en Nilton Santos die nooit een overtreding maakten, het 17-jarige wonderkind Pelé en vooral die stijlvolle rechtsbinnen: Didi. Zo beheerst als hij zich bewoog, zo prachtig als hij de bal beroerde, zo gemakkelijk als hij tegenstanders passeerde en beslissende passes gaf.

Garrincha, Didi, Vava, Pelé en Zagalo; ze vormden de voorhoede van Brazilïe in 1958. Nog altijd klinken deze vijf namen als een lied. Vooral Didi had iets van een componist. Hij componeerde balvaardigheid in slowmotion, zijn bewegingen waren instant poetry. In zijn boek De Goddelijke Kanarie refereerde August Willemsen veertig jaar later aan de waarneming van de Franse voetbaljournalist Gabriel Hanot tijdens de finale van het WK van 1958, die Brazilië met 5-2 van Zweden won. Zestig passes van de voet van Didi telde Hanot: geen een kwam verkeerd aan.

Didi werd twee keer met Brazilië wereldkampioen: in 1958 en in 1962. De rechtsbinnen van Fluminense, Botafogo en later van Real Madrid was een vreemde voetballer. Trainen deed hij niet graag; hij vertrouwde op zijn techniek en zijn inzicht. Hij noemde de bal `zijn meisje'. Nadat hij op het WK van 1954 in Zwitserland al tot de uitblinkers behoorde en Brazilië in de kwalificatiewedstrijd voor het WK van 1958 tegen Peru naar het titeltoernooi had geschoten, twijfelde bondscoach Feola toch nog of hij de 30 jaar oude Didi wel mee naar Zweden zou nemen. Didi was geen vechter, bovendien hield Didi er een buitenechtelijke relatie op na met een blanke vrouw.

Maar toen Feola onder druk van de Braziliaanse pers zowel Pelé en Garrincha als Didi opstelde, was Brazilié niet meer te stuiten. De Brazilianen speelden een voetbal uit een andere wereld: puur op baltechniek, speels en kunstzinnig. Met Didi als de dirigent. Zoals Brian Glanville in The Story of the World Cup schreef: `Samba en nog eens samba!'

Met name de traptechniek van Didi was bijzonder. Beroemd was zijn folha seca (de bal die als ware het een blad van een boom dat naar beneden dwarrelde). Hij gaf de bal – met buitenkant rechts – zoveel effect mee dat deze draaiend op de gewenste plaats terecht kwam. Pas veel later raakten dergelijke schoten in zwang als `bananenschoten'. Didi werd de prins genoemd. Maar hij bleef bescheiden. Hij voetbalde omdat hij er plezier in had. Zijn plezier werkte aanstekelijk. Wanneer hij iets deed met de bal, genoten ook zijn tegenstanders.

Didi debuteerde in 1952 in het Braziliaanse elftal. De finale van het WK van 1962 tegen Tsjechoslowakije was zijn laatste van 74 interlands. Hij werd vervolgens trainer en leidde als bondscoach Peru in 1970 naar de kwartfinales van het WK. Daarin verloor Peru met 4-2 van BrazilIë, dat onder aanvoering van de briljante Pelé – in 1958 beschouwde hij Didi nog als zijn grote broer – de wereldtitel zou veroveren.

Zaterdag overleed Valdir Pereira in een ziekenhuis in Rio de Janeiro, waar hij na operaties aan galblaas en darmen sinds twee dagen kunstmatig werd beademd. Hij leed aan leverkanker, hij werd 72 jaar.