BESCHEIDENHEID IS KRACHT PINK POWER

Het Spaanse Deportivo Alavés is woensdag in de UEFA-Cupfinale de verrassende tegenstander van Liverpool. De vechtploeg van de Nederlander Jordi Cruijff hoopt het internationale droomdebuut af te sluiten met de beker.

Het verhaal van Club Deportivo Alavés heeft veel weg van een modern voetbalsprookje. De club uit de Baskische hoofdstad Vitoria maakte in september voor het eerst in zijn 80-jarige geschiedenis kennis met Europees voetbal. Niemand wist de ploeg te stoppen. Liverpool is woensdag in Dortmund de laatste club die Alavés van een historische overwinning in het UEFA-Cuptoernooi kan afhouden.

Vrijwel alles is bescheiden aan CD Alavés. De begroting, het stadion, de spelersgroep, de supporters en de prijzenkast. De club leefde de gehele historie in de schaduw van Baskische voetbalbolwerken als Athletic de Bilbao, Real Sociedad en Osasuna. Ploegen met een rijke historie op internationaal niveau, uit voetbalsteden als Bilbao, San Sebastián en Pamplona. Alavés was jarenlang het synoniem van een voetbalclub in de marge.

Het rustige Vitoria – in het Baskisch Gasteiz genoemd – telt ruim tweehonderdduizend inwoners en ligt in Alava, de minst nationalistische van de drie Baskische regio's. Spaans is er de voertaal. Terwijl bij Athletic de Bilbao louter geboren Basken op het veld staan, wordt bij Alavés niet geselecteerd op nationaliteit maar op karakter. Sport en politiek zijn gescheiden bij de club die in 1921 aanvankelijk werd opgericht onder de naam Sport Friends Club.

In 1929 promoveerde de club voor het eerst naar de hoogste afdeling van het Spaanse voetbal, destijds de `división de oro' (de gouden divisie) genoemd. De club is dit jaar aan het achtste seizoen op Spaans topniveau bezig. De meeste tijd bracht Alavés door in de `zilveren' en `bronzen' divisies. De Argentijn Jorge Valdano is de bekendste voetballer die ooit bij Alavés heeft gespeeld. De huidige directeur-sportief van Real Madrid begon in 1975 zijn internationale carrière bij de club die hij tot 1979 trouw bleef. Valdano groeide later bij Real uit tot wereldster, terwijl Alavés in verval raakte. Elf jaar geleden doolde de club rond in de derde divisie. In die zelfde tijd pakte Liverpool zijn laatste landstitel.

De opmars van Alavés begon in 1997 toen de club José Manuél Esnal – beter bekend als Mané – aanstelde als coach. Met de Bosniër Meho Kodro en Julio Salinas in de aanval trad de club uit de anonimiteit. Alavés werd kampioen van de tweede divisie en bereikte in het bekertoernooi de halve finales door onder meer Real Madrid en Deportivo La Coruña uit te schakelen. De faam als reuzendoder was gevestigd.

Een status die het de afgelopen seizoenen wist te ontgroeien. Na een zestiende plaats in het eerste jaar op het hoogste niveau, volgde vorig seizoen de zesde plaats en kwalificatie voor het UEFA-Cuptoernooi. Als niet op de laatste speeldag bij Bilbao was verloren zou de club zich zelfs ten koste van Barcelona gekwalificeerd hebben voor de Champions League.

De kracht van het blauw-witte Alavés ligt in de bescheidenheid. De resultaten van de afgelopen jaren hebben het karakter van de club nauwelijks veranderd. Vorig jaar kwam de club nog in het nieuws omdat een deel van de selectie in een lijnbus naar een uitwedstrijd in Madrid was gereisd. In de voorbereiding van dit seizoen trainde de ploeg uit nood tijdelijk op een golfcomplex. Elke vrijdag eet de selectie gezamenlijk een tortilla, een Spaanse omelet. Bij de club met de bijnaam el glorioso (de glorieuze) is geen plaats voor vedettes en overdreven luxe. De begroting van Alavés bedraagt zo'n 54 miljoen gulden.

Nadat de club zich vorig jaar voor het eerst had geplaatst voor Europees voetbal vroeg het aan de UEFA toestemming voor een opmerkelijk plan. Alavés wilde zijn fans laten meedelen in het succes. De club ontwierp een shirt met daarop alle veertienduizend namen van de seizoenkaarthouders. De kleur van het shirt: roze. Het succesvolle optreden in het UEFA-Cuptoernooi werd dan ook al snel pink power genoemd.

Esnal beschikt niet over een selectie met sterren. Behalve Jordi Cruijff, die transfervrij overkwam van Manchester United, zijn de Roemeense international Cosmin Contra, de Noor Dan Eggen, de Joegoslaaf Iván Tomic en de Spaanse topscorer Javi Moreno de belangrijkste spelers in de selectie. De Braziliaan Magno Morcelín, die twee jaar geleden van Groningen overkwam, zit vaak op de bank.

De kracht van de selectie zit hem vooral in een goede organisatie, de winnaarsmentaliteit en het besef van de eigen tekortkomingen. De trainer, die vorige week zijn contract bij Alavés verlengde, selecteert zijn spelers behalve op kwaliteit op karakter. Wie niet in de groep past, komt er bij hem niet in. Esnal, die werd begeerd door Valencia, houdt niet van onrust in de kleedkamer. De spelers moeten onvoorwaardelijk voor elkaar door het vuur gaan. Het Baskische vechtvoetbal van Alavés komt het beste tot zijn recht als de tegenstander het spel moet maken.

Jordi Cruijff zei in december in Voetbal International dat hij in het begin moest wennen aan de speelstijl van de Basken. Cruijff toen: ,,Het geeft een voldaan gevoel als het elftal goed staat en je een zwaarbevochten punt uit de strijd sleept. Ze willen een knokpot zien waarin lekker gekleund wordt. Wie hier niet rent, speelt niet, zo simpel is het. De trainer heeft me een keer in de rust gewisseld. Ik had drie wedstrijden op rij goed gepresteerd, we speelden tegen tien man, ik dacht dat het wel effe wat minder kon. Iedere voetballer probeert dat, maar ik kon direct gaan zitten. Is wel goed voor me, een harde trainer.''

Toen Alavés in september begon aan zijn Europese avontuur beschouwde vrijwel niemand de ploeg als een serieuze kanshebber. Ook de spelers zelf niet. Zeker niet na het teleurstellende debuut in de eerste ronde voor eigen publiek tegen het Turkse Gaziantepspor. Alavés kwam niet verder dan 0-0. In de uitwedstrijd wist el glorioso echter met 4-3 te winnen. Vervolgens rekende de roze ploeg af met het Zweedse Lilleström, het Noorse Rosenborg, het Italiaanse Internazionale, het Spaanse Rayo Vallecano en het Duitse Kaiserslautern.

Opvallend was dat Alavés pas in de kwartfinale tegen Rayo zijn eerste Europese thuiswedstrijd won. Alle eerdere duels in het eigen Mendizorroza-stadion eindigden in een gelijkspel. Behoudens tegen Rayo wist Alavés daarentegen alle uitwedstrijden te winnen. De club groeide van grote onbekende uit tot de revelatie van het Europese bekertoernooi.

Ook de stad Vitoria lift mee met de successen van de plaatselijke trots. In het centrum van Dortmund is een gigantische promotietent neergezet met een oppervlakte van achthonderd vierkante meter waarin de stad zijn cultuur wil tonen aan de wereld. Dat betekent: vooral veel feestjes en hapjes (tapas).

De spelers van Alavés dragen tegen Liverpool woensdag een speciaal ontworpen geel-blauw tricot. Alleen de supporters die de reis van Vitoria naar Dortmund meemaken kunnen in het bezit komen van het shirt. Volgens Jordi Cruijff is Alavés op voorhand zeker niet kansloos tegen de Engelsen. Cruijff deze week in Voetbal International: ,,Iedereen die ons nu nog als underdog beschouwt, is niet op de hoogte van het Spaanse voetbal.''