Wie wil nog een Arabier in huis?

Jafar was blij met de opdracht om mijn huis te schilderen. Een paar jaar geleden had hij mijn keuken gewit. Ik was heel tevreden over hem. Hij werkte keurig. Aan zijn spierwitte werkkleding kon je zien dat hij niet alleen respect voor zijn klanten had maar ook voor zichzelf. Maar sedert het witten van de keuken is er veel veranderd in Israël. De Palestijnse onafhankelijksheidsopstand brak uit en sleepte ook de Israëlische Arabieren mee. In oktober gingen zij uit solidariteit met hun Palestijnse broeders de straat op. Wegen in het hart van Israël werden geblokkeerd, auto's met stenen bekogeld. Tijdens het opbreken van de demonstraties schoot de politie dertien Israëlische Arabieren dood, vaak van heel dichtbij.

De emoties liepen hoog op. De schijn van vreedzame coëxistentie tussen de joodse meerderheid en Arabische minderheid lag aan diggelen. Arabieren maakten de joden voor moordenaars uit. Op hun beurt legden de joden een loodzwaar stigma van verraad op de Arabieren. Niet alleen uit angst maar ook om hen te straffen, brak een spontane economische boycot tegen de Arabieren uit. Israëlische joden lieten zich niet meer zien in restaurants in de Arabische dorpen. Jafar had ook last van het weglopen van zijn joodse klanten. Hij mag dan wel een vakman zijn, hij is ook een Arabier uit Jaffo, nabij Tel Aviv. En wie wil na de solidariteitsopstand van de Israëlische Arabieren met hun Palestijnse broeders een Arabier in zijn huis? Misschien is hij wel een terrorist.

Terwijl hij de deuren spierwit schilderde, haalde ik mijn vliegticket voor een reis naar Nederland bij mijn reisagente. Ik vertelde haar dat mijn huis werd geschilderd. Een collega van de reisagente had meegeluisterd. ,, Ik zoek een schilder'', zei ze. ,,Is hij goed?'' ,,Ja'' antwoordde ik, ,,Ik kan je hem warm aanbevelen''. Langs mijn neus weg zei ik dat mijn schilder een Arabier was. Haar gezicht betrok. ,,Een Arabier? Goed dat je het zegt, want die wil ik niet in mijn huis hebben. Ik heb twee dochtertjes en die wil ik onder geen voorwaarde alleen met een Arabier in mijn huis achterlaten'', zei ze. ,,Ben je bang dat je dochters door mijn Arabische schilder zullen worden aangerand?'' vroeg ik haar. ,,Israëlische joden kunnen er ook wat van. De Israëlische kranten staan vol van aanrandingen en andere seksuele vergrijpen. Je kunt Jafar echt vertrouwen. Ik durf mijn hand voor hem in het vuur te steken'', zei ik. Ik voelde me schuldig dat ik haar had onthuld dat Jafar een Arabier is. Aan de andere kant – als ze hem had ontmoet zou dat meteen zijn uitgekomen. Ze zou dan ongetwijfeld een smoes hebben bedacht om van hem af te komen. ,,Ik zal mijn man vragen wat hij er van denkt'' zei ze. Met deze dooddoener dacht ze van me af te zijn.

Voordat ik het reisbureau verliet liet ik nog een paar loftuitingen op Jafar los. ,,Je denkt zeker dat ik Arabieren haat'', zei ze met een rood hoofd. ,,Dat is niet zo. Maar als een Arabier met mijn twee dochters alleen in mijn huis is en ik werk hier, heb ik geen rust.''

Ik had haar niet verteld dat Jafar niet alleen werkt. Al vier jaar heeft hij een Egyptische knecht. Vier jaar geleden kwam Ahmed als toerist naar Israël om werk te zoeken aan de Israëlische goudkust. Zoals veel andere Egyptenaren en Jordaniërs is hij illegaal in Israël. Ahmed spaart vlijtig. Hij piekert er nog niet over naar zijn dorp bij Kairo terug te keren omdat hij bang is dan niet meer naar Israël te kunnen terugkeren. Zolang hij in Israël is wordt hij door de Israëlische politie als illegale gastarbeider getolereerd. Al een paar keer is Ahmed op weg naar zijn werk met Jafar door de politie aangehouden. Dat gebeurde ook toen hij bij mij kwam witten. ,,De politie snuffelde in zijn papieren, keek hem aan en liet hem gaan'', vertelt Jafar. Dat is geen goedheid of naastenliefde, maar economische noodzaak. Sedert de gewapende Palestijnse intifadah uitbrak, heeft Israël Palestijnse arbeid aan zeer strikte veiligheidseisen onderworpen. Soms gaan de grenzen voor de in armoede levende Palestijnen naar het welvarende Israël hermetisch dicht. Arbeidskrachten uit Arabische landen waarmee Israël vredesverdragen heeft gesloten worden gedoogd. Zelfs als ze illegaal in Israël zijn en jaren blijven hangen om voor een betere toekomst in hun eigen land te kunnen sparen, zoals ook de ziekenverzorgsters uit Thailand, dienstmeisjes uit Afrika, bouwvakkers uit Roemenië en Polen en landarbeiders uit China. Wegens het materiële succes van het zionisme is Israël een trekpleister voor mensen in naburige en verder weg gelegen armere landen geworden. Israël wordt er zichtbaar een ander land door. Mijn Filippijnse werksters zullen gauw weer de vloeren dweilen en ramen lappen om het stof te verwijderen dat Jafar en Ahmed hebben gemaakt bij het witten en schilderen van mijn huis dat in de jaren zeventig door Palestijnen uit Gaza werd gebouwd.