Studenten die levens redden

Onschuldig ter dood veroordeeld: het overkwam vele Amerikanen. Professor journalistiek David Protess en zijn studenten redden de levens van negen inwoners van Death Row.

In de lift staat een man. Op zijn witte T-shirt prijkt het portret van een zwarte man en de tekst Free Maurice Carter. Wie is Maurice Carter? ,,Maurice Carter zit al meer dan 25 jaar in de gevangenis voor een misdaad waarmee hij niets te maken had.'' De man in het T-shirt zegt dat hij zelf acht jaar, tien maanden en negentien dagen in de dodencel van Maryland zat voor de moord op een negenjarig meisje. Pas in 1993 kwam het bewijs dat hij, Kirk Bloodsworth, onschuldig zijn dood zat af te wachten. ,,Ik was de eerste gevangene in Amerika die op grond van DNA-testen werd vrijgelaten van Death Row. Ik heb moeten wachten tot de technologie me bijgebeend had.''

Sinds zijn vrijlating zet Kirk Bloodsworth zich in voor mensen als Maurice Carter. Hij getuigt voor volle zalen hoe het is om acht jaar, tien maanden en negentien dagen, ,,vroeger telde ik ook de minuten'', als onschuldig man in de dodencel te zitten. Dan begint hij over de dierentuin. ,,Zo was het. Apen in een kooi: de tralies zijn het ergste. Je kunt nergens heen.'' In zijn nachtmerries, waaruit hij schreeuwend en zwetend ontwaakt, leiden zijn bewakers hem naar de gaskamer. Dodelijk gas is in Maryland een van de executiemethoden.

Het is nauwelijks toeval om Kirk Bloodsworth in de lift van Days Inn Gold Coast in Chicago tegen te komen. Om de hoek woont zijn gastheer Rob Warden, directeur van het Center on Wrongful Convictions, onderdeel van de rechtenfaculteit van de Northwestern Universiteit. Het Centrum voor Onterechte Veroordelingen doet onderzoek naar rechterlijke dwalingen en neemt de verdediging op zich in twijfelachtige rechtszaken. Het centrum werd ruim twee jaar geleden opgericht na een conferentie in Chicago. Eregasten destijds: veertig ex-bewoners van Amerikaanse dodencellen. Sinds de herinvoering van de doodstraf in 1976 hebben de Verenigde Staten 84 mannen en twee vrouwen van Death Row vrijgelaten omdat later aangevoerd bewijs hun onschuld aantoonde.

Rob Warden en zijn collega's van het Center waren betrokken bij de rechtszaken van negen van de dertien mannen die terugkeerden uit Illinois' dodencel. Wardens kruistocht begon in de jaren zeventig toen hij het blad Chicago Lawyer oprichtte. Misstappen van justitie werden hierin breed uitgemeten. ,,Het systeem is ziek'', zegt Warden. ,,Partijdigheid en onzorgvuldigheden zitten ingebakken. Politie en justitie zijn gebrand op zoveel mogelijk veroordelingen, zonder zich druk te maken of die veroordelingen wel terecht zijn.''

Een van de eerste doodstrafzaken waar de Chicago Lawyer over schreef, was die van vier zwarte jongemannen die een jonge blanke vrouw en haar verloofde ontvoerden uit een benzinestation. De vrouw hebben ze in een verlaten huis verkracht en twee kogels door het hoofd gejaagd, en de man doodschoten. Twee van de verdachten kregen lange gevangenisstraffen, de andere twee de doodstraf. Alleen: ze hadden het niet gedaan – daar raakten Rob Warden en zijn team gaande hun onderzoek van overtuigd. De publicaties in de Chicago Lawyer leidden tot nieuwe rechtszaken, maar niet tot vrijspraken.

Zestien jaar later zouden de vier nationale bekendheid krijgen als de Ford Heights Four, naar de plek van de misdaad, de buitenwijk van Chicago waar de jongens opgroeiden. Ze werden vrijgelaten omdat een groepje studenten journalistiek van de Northwestern Universiteit hun onschuld in 1996 aantoonde. Ze waren op pad gestuurd door hun professor journalistiek David Protess, medewerker van de Chicago Lawyer, om tot dan toe niet gehoorde getuigen en verdachten op te sporen. ,,Studenten'', zegt Protess, ,,krijgen mensen aan de praat die hun mond niet opendoen tegen rechercheurs en ook niet tegen gevestigde journalisten.''

Nog geen drie jaar na de vrijlating van de Ford Heights Four kregen studenten van Protess het voor elkaar om de onschuld te bewijzen van een andere zwarte ter dood veroordeelde. In februari 1999 liep Anthony Porter na zestien jaar de dodencel uit. Zijn zaak leunde op de verklaring van een enkele ooggetuige. Rob Warden concludeerde na een onderzoek dat in 46 van de 86 zaken van onschuldig ter dood veroordeelden, valse verklaringen de doorslag hadden gegeven.

,,Politie en justitie zetten ooggetuigen naar hun hand, ze maken deals met ze, gebruiken ze om een zaak rond te krijgen en jury's zijn geneigd om ooggetuigen op hun woord te geloven.''

Andere oorzaken zijn: bewijsmateriaal waarmee gesjoemeld is, achtergehouden bewijs dat in de richting van een andere verdachte wijst, en jury's die geneigd zijn pseudobewijs voor bewijs aan te zien. De verdachten krijgen vaak een gebrekkige verdediging, ze zijn te arm zijn om een goede advocaat te betalen. Eenmaal veroordeeld is het extreem moeilijk om weer vrij te komen: in hoger beroep hoeft de aanklager geen schuld aan te tonen, maar moet de verdachte zijn onschuld bewijzen.

David Protess geeft zijn studenten in zijn collegeblok onderzoeksjournalistiek de keuze uit vier of vijf rechtszaken, die meestal al jaren slepen in hoger beroep, en zet ze in een team met privé-detectives en advocaten. Protess wil dat zijn studenten werken aan 'dubieuze strafrechtszaken uit de echte wereld' met als doel: waarheidsvinding. In elke zaak komt het moment – soms pas na jaren onderzoek, studenten uit een volgend jaar nemen de zaak dan over – dat de conclusie getrokken moet worden: schuldig of onschuldig. Tot dat moment daar is, worden de studenten geacht `objectief' onderzoek te doen. ,,Als de conclusie is dat een onschuldige ter dood is veroordeeld, begint voor ons de fase waarin we hem vrij proberen te krijgen'', zegt Protess. ,,Onderzoeksjournalistiek heeft de taak om onrecht aan het licht te brengen, en de morele verplichting dat onrecht ongedaan te maken.''

Het is moeilijk in te schatten wat het aandeel van studenten is in de oplossing van een zaak, zegt Protess, maar in de zaak van Anthony Porter was het duidelijk: ,,Zonder de studenten had hij nu nog op Death Row gezeten.'' Porter zat in de dodencel voor een dubbelmoord die hij in 1982 in Washington Park, Chicago, gepleegd zou hebben. De datum van executie was al vastgesteld, er waren nog twee dagen te gaan, toen zijn executie werd uitgesteld omdat de rechtbank zijn mentale vermogens wilde testen. Anthony Porter heeft een IQ van 51.

Rond die tijd stapte de 21-jarige studente Shawn Armbrust, afkomstig uit een blanke, welgestelde familie, een nieuwe wereld binnen. Ze meldde zich aan voor het blok onderzoeksjournalistiek (`het klonk als een cool class') van David Protess, en ze koos voor de zaak Anthony Porter. ,,Hij leek me de man die het meest hulp nodig had'', zegt ze. ,,Bovendien waren wij de eerste studenten die zijn zaak zouden onderzoeken. Het was helemaal onze zaak.'' De studenten begonnen met het doorworstelen van de dossiers. De advocaat van Anthony Porter bleek op cruciale momenten in slaap te zijn gevallen. De ooggetuige had gezegd dat de moordenaar het pistool in zijn rechterhand had gehad. Anthony Porter was links – en niemand had de moeite genomen om dat te onderzoeken.

De studenten kwamen er achter dat de ooggetuige waar de zaak op gebaseerd was, de waarheid niet had verteld. Shawn en haar medestudenten speelden de moordscène, zoals beschreven door de ooggetuige, in Washington Park na. ,,Op de plek waar hij zei dat hij stond, kon hij de moorden nooit gezien hebben: er staat een metershoge muur'', zegt Shawn Armbrust. ,,Het was ongelooflijk dat iemand op grond van dit `bewijsmateriaal' ter dood veroordeeld kon worden.''

De studenten gingen met privé-detective Paul Ciolino op zoek naar de ooggetuige, die al snel verklaarde dat de politie hem gedwongen had te zeggen wat hij had gezegd. Uit de politieverslagen bleek dat er nog een getuige èn een verdachte was die nooit door de politie waren verhoord. De studenten raakten hen op het spoor, na weken speuren in buurten waar ze nooit eerder geweest waren. Uiteindelijk kreeg Ciolino de echte moordenaar tot een (op video opgenomen) bekentenis. Twee dagen later sprong Anthony Porter in de armen van David Protess en zijn studenten. ,,Het belangrijkste wat ik heb geleerd'', zegt Shawn Armbrust, ,,is op welke angstaanjagende manier doodstrafprocessen worden gevoerd. Ik bedoel: als Anthony Porter geen IQ van 51 had gehad, dan was hij nu dood geweest.''

De zaak-Porter maakt deel uit van een patroon. Het Death Penalty Information Center meldt op zijn website dat tussen 1973 en 1993 gemiddeld 2.75 onschuldige gevangenen uit de dodencel zijn teruggekeerd, en dat sindsdien het gemiddelde is opgelopen tot vijf per jaar. ,,De meeste Amerikanen dachten dat het systeem misschien niet perfect, maar wel adequaat werkte. Zaken van onschuldig ter dood veroordeelden zagen zij als uitzonderingen'', zegt Rob Warden, die met zijn Center for Wringful Convictions de publieke opinie probeert te beïnvloeden. ,,Door wat wij naar buiten brengen beginnen mensen te denken dat het systeem moet veranderen, en als dat niet kan, het onvermijdelijk wordt de doodstraf af te schaffen.''

In Ford Heights (5300 inwoners, meldt een bord) wonen alleen maar zwarte Amerikanen, en een enkele hispanic familie. Eind jaren tachtig veranderde de wijk van naam, moe van het oude East Chicago Heights dat beelden opriep van misdaad en werkloosheid. Het werd Ford Heights omdat daar vlakbij de Ford-fabriek staat (waar bijna niemand uit Ford Heights werkt). Langs de weg liggen autowrakken, de bermen zijn vuilnishopen, en de wegen zitten vol gaten. Ford Heights heeft geen winkels en geen restaurants.

Het is het soort buurt (een uur rijden met de auto vanaf het centrum van Chicago) waar jonge blanke studenten van de Northwestern Universiteit nooit zouden komen als ze zich niet in hadden geschreven voor de colleges van David Protess. Zij komen uit een andere wereld, de wereld van Peter Stuyvesant, waar werkloosheid, armoede en gevangenissen niet bestaan. ,,Voordat ik aan de zaak-Porter begon kende ik niemand die in de gevangenis had gezeten'', zegt Shawn Armbrust. ,,De getuigen die we op het spoor kwamen, hebben allemaal een of meer familieleden in de gevangenis zitten. Zij – zowel de verdachten als de ooggetuigen – worden door politie en justitie als minder belangrijke mensen gezien. Dat opende mijn ogen: tot dan toe waren `racisme' en `ongelijkheid' een theorie die ze je vertelde in colleges sociologie.''

Shawn Armbrust werkt nu als coördinator strafzaken bij het Centrum over Onterechte Veroordelingen. Ze wordt overspoeld door brieven van gevangenen die schrijven dat ze onschuldig zijn en de wanhoop nabij. De advocaten van het centrum nemen een zaak op zich als ze de indruk hebben dat de gevangene onschuldig is en als ze het idee hebben dat ze die onschuld kunnen bewijzen. ,,Rob zegt dan: there's a smell.''

Dan staat Shawn Armbrust op om Kirk Bloodsworth naar het vliegveld te brengen. Nooit, zegt Kirk Bloodsworth, heeft de staat Maryland excuses aangeboden voor zijn verloren acht jaar, tien maanden en negentien dagen in de dodencel. ,,Ze zeiden helemaal niks. Alsof je een stuk vuilnis bent waarmee ze kunnen doen wat ze willen.'' Hij heeft voor de thuisreis een ander T-shirt aangetrokken, met de opkomende zon en de tekst 1985-1993, free at last.