`Strengere regels voor veehouderij'

De Nederlandse veehouderij moet zich gaan houden aan strengere regels voor de gezondheid van dieren. Het aantal transporten moet omlaag en veehouders moeten meer respect hebben voor bodem, water en lucht.

Dat schrijft de land- en tuinbouworganisatie LTO-Nederland in een gisteren gepubliceerde toekomstvisie op de veehouderij. De veehouders moeten zich ook meer richten op `maatschappelijke waardering', stelt de LTO. Als aan deze eisen wordt voldaan, ziet LTO in Nederland ,,volop mogelijkheden voor het behoud van een sterke, internationaal georiënteerde veehouderij''.

De landbouworganisatie denkt dat Nederlandse veehouders het op de liberaliserende wereldmarkt moeten hebben van `toegevoegde waarde': niet een zo goedkoop mogelijke bulkproductie, maar producten en diensten die volgens hoogstaande eisen zijn geproduceerd en die op maatschappelijke waardering kunnen rekenen.

LTO heeft zijn toekomstvisie ontwikkeld naar aanleiding van de mond- en klauwzeercrisis. Tegelijk loopt de boerenorganisatie vooruit op de bevindingen van de commissie-Wijffels, die volgende week rapport moet uitbrengen aan minister Brinkhorst over de toekomst van de veehouderij in Nederland.

Voor het voorkomen van dierziekten wil LTO dat het aantal diertransporten wordt teruggebracht. De tussenhandel moet worden uitgeschakeld, zodat dieren op minder verschillende bedrijven komen. LTO vindt onder meer dat kalveren, melkkoeien en de meeste schapen niet meer via een veemarkt mogen worden verhandeld. ,,Veemarkten in hun huidige vorm houden daarmee op te bestaan'', aldus LTO. Eerder deze week had LTO-bestuurslid C. van Gisbergen al gepleit voor een verbod op veemarkten.

Bovendien moeten schapen en geiten beter worden registreerd, naast een verbod op doorverkopen van schapen. Import van schapen mag alleen nog voor slachthuizen, zo vindt LTO. Import van fokvarkens en export van biggen moet verminderen.

Voor alle importen moeten quarantainevoorschriften gelden, schrijft de landbouworganisatie in haar notitie. LTO wil de kwaliteit van de productie waarborgen door te eisen dat alle bedrijven zich aan dezelfde voorschriften houden, de `ketenproductie'.