Rol criminele informant in beursfraudezaak vaag

Aan fraudeofficier De Graaff is in het Clickfondsonderzoek een criminele informant ,,ter beschikking gesteld.'' Maar wat is er vervolgens mee gebeurd?

Het is eind maart als fraudeofficier Henk de Graaff een telefoongesprek voert met rechter-commissaris Erik Pennink, een van de onderzoeksrechters die het Clickfondsdossier leidt. Onderwerp van gesprek zijn besloten getuigenverhoren die momenteel lopen in een zijtak van het beursfraudeonderzoek. Dat gebeurt ter voorbereiding van een nog voor te brengen zaak rond verdachte Bernard M. die, volgens het Openbaar Ministerie (OM), gelden afkomstig uit softdrugshandel zou hebben witgewassen.

Eén van de getuigen blijkt de griffier van de rechter-commissaris te hebben gebeld en te hebben geklaagd over de behandeling van Justitie. Bovendien weet hij niet of hij in het onderzoek nog als verdachte wordt gezien. Ter voorbereiding van het verhoor wil Pennink van De Graaff weten hoe dat zit.

De fraudeofficier meldt dat de persoon geen verdachte meer is. En dan zegt hij iets opmerkelijks. Zó opmerkelijk dat Pennink later besluit om dat per brief nog eens aan De Graaf te melden: ,,Vervolgens heeft u mij ongevraagd meegedeeld dat de getuige in een eerder onderzoek als criminele informant was opgetreden en dat deze informant door de officieren van justitie Teeven en Witteveen aan u `ter beschikking was gesteld'.''

Penninks verbazing is begrijpelijk. Teeven en Witteveen leidden het strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) om geld van drugsbaron `De Hakkelaar' terug te krijgen. En diezelfde `Hakkelaar' speelt ook een rol in het Clickfondsonderzoek.

Daarbij gaat het om een procesverbaal van de Criminele Inlichtingendienst (CID) dat gebruikt is in een rechtshulpverzoek naar Zwitserland. In dat verbaal wordt een vage verdenking geuit dat er geld van `de Hakkelaar' zou zijn witgewassen via bedrijven die een rol spelen in de beursfraudezaak. Deze verdenking, waarvan de bron door de CID geheim wordt gehouden, is overigens al uit het onderzoek verdwenen.

Advocaten van verdachten vermoeden dat de CID-informatie alleen maar is gebruikt om de strenge voorwaarden voor het verlenen van Zwitserse rechtshulp te omzeilen. Bern levert alleen maar rechtshulp uit als er sprake is van zware delicten en niet van fiscale fraude, het aspect waar Clickfonds uiteindelijk om draait.

Bij Pennink, die er als rechter-commissaris voor moet zorgen dat het onderzoek goed verloopt, hebben waarschijnlijk alarmbellen gerinkeld toen De Graaff zijn opmerking maakte. Het inzetten van criminele informanten ligt gevoelig.

Wat bezielde de officier om op dit moment, terwijl het Clickfondsonderzoek al zo lang loopt, überhaupt te reppen over het ,,ter beschikking stellen'' van een criminele informant? Is deze informant wellicht de bron van het CID-verbaal? Zo nee, wat is dan wel zijn rol?

Pennink doet wat hij moet doen. Hij vraagt De Graaff om opheldering. In dezelfde brief stelt hij vragen. Zoals: Is er informatie van deze informant in het Clickfonds gebruikt? Zijn er toezeggingen of betalingen gedaan? En is er ,,nog andere informatie met betrekking tot deze kwestie die van belang kan zijn voor enige beslissing die in de strafzaak van de verdachten in het Clickfondsonderzoek genomen dient te worden?''

Maar De Graaff wil niet inhoudelijk reageren. Hij schrijft terug: ,,Als zaaksofficier kan ik geen mededelingen doen over CID aangelegenheden'' en verwijst Pennink naar de chef CID van de Amsterdamse politie. Zo is de stand van zaken nog steeds.

Als de geheimzinnige informant bijvoorbeeld iets te maken zou hebben met het CID-verbaal dat ten grondslag lag aan het Zwitserse rechtshulpverzoek, levert dat veel extra vragen op. De rechtshulp werd immers niet alleen gevraagd in de vermeende drugszaak, maar óók in de affaires rond het effectenhuis Leemhuis en Van Loon en andere hoofdverdachten. Hun raadslieden, die niet op de hoogte blijken te zijn van de recente correspondentie tussen Pennink en De Graaff, zullen duidelijkheid eisen. Om te beginnen maandag, als het Leemhuis en Van Loon-proces verder gaat. Het OM wil geen commentaar geven.