Revolutie in Duitse pensioenwereld

120 Jaar nadat de Duitse kanselier Bismarck de eerste collectieve pensioenverzekering in Europa bedacht heeft Duitsland op pensioengebied eindelijk weer een mijlpaal bereikt.

Of de werknemers van de BV Duitsland mobieler worden, nu de Bondsraad de roodgroene pensioenhervorming heeft goedgekeurd, is de vraag. Maar dat er in Duitsland op pensioengebied reeds gesproken kan worden van een historische omwenteling, is een feit. Doel van de nieuwe wet is immers de collectieve sector te ontlasten.

Honderdentwintig jaar nadat rijkskanselier Otto von Bismarck de eerste collectieve pensioenverzekeringen voor werknemers in Europa bedacht, kiest Duitsland voor een tweezuilensysteem dat wel iets weg heeft van het Nederlandse `cappuccino-model'. Met dit verschil, dat de Duitsers ervoor hebben gekozen de bedrijfspensioenen en de particuliere pensioenverzekeringen in een gezamenlijke pijler onder te brengen.

Het cappuccino-model, een troetelkind van de Nederlandse vakcentrale FNV, geldt als een modern exportproduct. Het komt erop neer, dat de collectieve ouderdomsverzekering, de AOW, elke pensioengerechtigde een basisuitkering garandeert (de koffie). Daar bovenop komt het bedrijfspensioen (de hete melk) en de particuliere pensioenverzekering (de cacao).

Jarenlang keken de Duitsers met jaloerse blikken naar het Nederlandse stelsel. Vooral de Nederlandse pensioenfondsen die inmiddels een kleine duizend miljard gulden beheren, werden nauwgezet gevolgd. Duitsland kent amper bedrijspensioenen, nog geen vijf procent van alle pensioenuitkeringen. En slechts weinigen sluiten een particuliere pensioenverzekering af.

Omdat het bestaande Duiitse stelsel door vergrijzing en dalende geboorte-overschotten op termijn onbetaalbaar dreigt te worden, werd gezocht naar een toekomstgericht model. Tot gisteren blokkeerde de oppositionele CDU/CSU elke verandering. Pas nadat bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) bij een diner en een goede sigaar in zijn ambtswoning erin slaagde de deelstaten Berlijn en Brandenburg met succes te bewerken, kon de nieuwe wet worden aanvaard.

Eindelijk wordt afstand genomen van het bestaande systeem waarbij de collectieve pensioenen middels een zogeheten omslagstelsel uit de staatskas worden betaald. Naast de collectieve ouderdomsvoorziening, een Duitse AOW, wordt per 1 januari 2002 een tweede zuil voor particuliere pensioenen en bedrijfspensioenen ingevoerd. Net als in Nederland is deze pijler gebaseerd op een kapitaaldekkingsstelsel.

Bij een collectief pensioen, waaraan elke werknemer meebetaalt, worden de premies gebruikt om de uitkeringen aan de pensioengerechtigden uit te betalen. In een kapitaaldekkingsstelsel worden de premies omgezet in het pensioen-op-termijn. Ze worden niet omgeslagen, maar gespaard. Op die manier wordt kapitaal opgebouwd dat via herbeleggingen en rente-opbrengsten in principe almaar verder groeit.

Het `pensioen-sparen' zoals de particuliere premieheffing in Duitsland wordt genoemd, gebeurt vanaf 2002 geheel op vrijwillige basis. Niemand hoeft mee te doen. Het is tevens bedoeld om de dalende geboorteoverschotten op te vangen. Daarom profiteren vooral gezinnen met meer kinderen van de maatregel. Zo loopt de vergoeding die de staat een gezin met twee werkende ouders en twee kinderen verstrekt in 2008 op tot maximaal 1.320 mark.

Vanaf 2002 kunnen werknemers, gesteund door de staat, één procent van hun bruto-inkomen voor hun pensioen reserveren, mits dat inkomen de 100.000 mark per jaar niet overstijgt. In 2008 bedraagt de pensioenpremie vier procent. Begrijpelijk dat de Duitse pensioenverzekeraars, de banken en fondsbeheerders een gretig oog hebben laten vallen op de omvangrijke pensioenmarkt.

Levensverzekeraars gaan voor 2002 uit van een nieuwe markt van rond de 56 miljard mark. Dat bedrag kan alleen maar stijgen. Temeer, omdat de regering jaarlijks zo'n 20 miljard mark aan belastingvoordelen, aftrekposten en subsidies wil overhevelen van de collectieve sector naar de tweede zuil van de particuliere verzekeringen. Voor Duitse begrippen is dat een revolutie. Misschien is het zelfs een gat in de markt voor Nederlandse pensioenverzekeraars.