Oorverdovende stilte

Toen Eddy Merckx - de enige echte kannibaal dus - begin jaren zeventig positief getest werd in de Giro d'Italia ging in het koninkrijk der Belgen het licht uit. Iedereen had de wereldkampioen in zijn rose trui zien huilen op de televisie en tegen die smart was geen honderd jaar bezetting bestand. De natie jankte nog droeviger dan Eddy.

Nog op de dag van de ontmaskering werd de zitting van de Kamer van volksvertegenwoordigers geschorst; een wilde senator eiste de expulsie van Italië uit de Europese gemeenschap; de regering sprak een banvloek uit Aldo Moro, over de Gazetta dello Sport, over Felice Gimondi, Franco Bitossi en Gastone Nencini. En prinses Paola, zelf van Italiaanse afkomst, zou de koning, later in een kerstboodschap, laten zeggen dat een sliertje pasta het niet meer moest wagen bij haar verhemelte in de buurt te komen. Volkomen rouw van gezag en plebs voor een gevallen kampioen: zo hoort het! Dan weet je tenminste waarom je in `het ondergescheten land' van Hugo Claus woont.

Belgen zijn geoefend in andermans geluk en drama, daar is in Nederland weinig van terug te vinden. Frank de Boer en Edgar Davids waren toch 'onze jongens', waar blijft dan nu de schreeuw van de natie? Smetvrees? De vileine praatjesmaker Melkert, nochtans een zelfverklaarde Oranjefan, geeft niet thuis. Erica? Haar schim is in geen velden en wegen te bekennen. Neelie, die laatst bij Barend & Van Dorp nog uithaalde als een betoverde heks, zwijgt in alle talen. Gekke Pieper? Waarschijnlijk met vakantie.

Opeens zijn De Boer en Davids van hen alleen. Ja, sporttrainers, psychologen, een enkele mediageile clubarts en een paar goeroe-achtige parasieten spreken grote woorden van ontferming, maar dat is de leugen dubbelop: scoringsdrift in een witte jas. NOVA-koorts. Om zo lang mogelijk aan de gang te blijven, hebben ze de nandrolonspiegel tot mysterie geproclameerd. Gelukkig bieden Boudewijn Zenden en Bert Konterman nog enig houvast in hun ferme analyse: Davids en De Boer zijn het slachtoffer van BSE-koeien, lieten ze het journaille quasi simultaan weten. Geen geneuzel over voedingssupllementen uit den vreemde, de koeien in Nederland zijn ziek. Doodziek.

Een man roert zich wel: Rob Cohen, schoonvader van Ronald de Boer en zaakwaarnemer van Frank. De voormalige patatboer voert een aandoenlijke strijd, met open vizier en met een granieten geloof in de onschuld van Frank. Cohen is zijn reputatie van de Che Guevarra van Oranje snel aan het voltooien. Een kapitaalkrachtige middenstander ten strijde tegen onrecht en manipulatie - dat hebben we van de zogenaamd geharnaste sociaal-democraten in geen jaren meer gezien.

Soms gaat Cohen iets te ver in zijn enthousiasme voor waarheidsvinding. Zo heeft hij een onderzoekslaboratorium in Groningen opdracht gegeven de toilettas van Frank de Boer te laten onderzoeken. Doe dat nou niet, Rob! Hou de intimiteit binnen de familie! Wat vind je in een toilettas van een voetballer als Frank de Boer nou anders dan treurigheid: wat beschimmelde broodkruimels, een oud reepje chocola, een geschilferde condoom met citroensmaak, een verlopen after shave. Natuurlijk zijn er geen sporen van nandrolon terug te vinden - Frank is geen jongen die met wijsheid en welvaart te koop loopt.

Het fetisjisme van de cijfers is ook zo'n treurig feuilleton aan het worden: 3 of 8,6 nanogram in de urine, wat maakt het uit? Topsporters willen graag een beetje gevaarlijk leven. Ze weten hoe je een Proustiaanse villa in Como moet bewonen. In minder dan een halve dag kennen ze de zingzang van een Ferrari-motor uit het hoofd. Ze hebben hun vrouwen geleerd hoe ze zich gracieus door de Cartier-winkel in Milaan moeten bewegen. Ze zijn zo mogelijk nog voorkennisser op de beurs dan Cor Boonstra. Ze voelen zich koningen in de wat sjiekere sportschool waar bodybuilders aan de lopende band worden gefabriceerd.

Maar nandrolon kennen ze niet. Nooit van gehoord. Nou ja, Jaap Stam wist tien jaar geleden ook niet dat er mensen zijn die wel eens met de Oriënt Express van Londen naar Venetië reizen. Zo gaat dat in het leven: we zijn er om te leren. De lafste partij in het hele nandroloncircus is de KNVB. Wel per helicopter naar PSV gaan om een kampioensschaaltje uit te reiken, maar Frank en Edgar in bescherming nemen, ho maar. In Zeist heersen de mores van het oude politburo in Moskou: spreken doe je pas wanneer eerst alle slagen zijn geteld.