`OH JA, IK BEN ALLOCHTOON'

Ze zitten in het hokje `allochtone leerkracht', maar echt thuis voelen de Molukse Rilana Beffers (25) en de Turkse Filiz Çimen (27) zich daar niet. ``Het is mijn kleurtje, maar ik voel me niet allochtoon'', zegt Beffers. De twee vrouwen voelen zich op de eerste plaats leerkracht. ``Pas toen ik werd gevraagd mee te doen aan een onderzoek naar de ervaringen van allochtone leerkrachten drong het tot me door: `o ja, zo kun je mij ook zien','' zegt Çimen.

Het onderzoek waar Çimen op duidt is uitgevoerd door Palet, steunpunt multiculturele ontwikkeling in Noord-Brabant. Het verscheen eind vorig jaar onder de titel `Wereldwijs voor de klas' en inventariseert de knelpunten die allochtone leerkrachten en pabo-studenten ervaren in hun studie en op de werkplek. Die knelpunten herkennen Beffers en Çimen. Ook zij waren eenlingen op de pabo, ook zij hadden en hebben te maken cultuurverschillen en met vooroordelen van kinderen en ouders. Want ook al beschouwen Çimen en Beffers zichzelf niet als allochtoon, de wereld om hen heen beschouwt hen kennelijk wel zo. ``Het is allemaal erg dubbel'', zeggen beiden.

Het aantal allochtonen dat kiest voor een baan in het onderwijs is klein. Çimen had in haar jaar één Colombiaanse en één Antilliaanse medestudente in haar jaar. Beffers zat in de klas met één Surinaams meisje. Omdat iedere pabo zijn studenten anders registreert ontbreken exacte cijfers, maar naar schatting is twee tot vier procent van de studenten van allochtone afkomst. Om meer allochtone studenten te werven voor het onderwijs is de overheid in januari 2000 de campagne Full Color gestart. Het oudere Brabantse project `haal de wereld voor de klas', gecoördineerd door Palet, heeft zich hierbij aangesloten. Hierin hebben de vijf Brabantse pabo's de krachten gebundeld. Via promotieteams van allochtone studenten hopen ze scholieren te interesseren voor een baan in het onderwijs. ``De belangrijkste conclusie van het onderzoek `Wereldwijs voor de klas' is dat alles wat bedacht wordt aan extra inspanning in samenspraak moet gebeuren met de mensen om wie het gaat'', zegt onderzoekster en projectcoördinator Carola Eijsenring. ``De promotieteams werven niet alleen, maar zijn ook gesprekspartner voor de pabo's wat betreft de inhoud van de studie. Verder zijn er elke drie maanden `expertmeetings' van allochtone docenten en studenten, waarin ze ervaringen uitwisselen. Dat wordt ook weer in het project gebruikt.''

Met haar geblondeerde haren, zonnebril op het hoofd en rijen oorbellen in ieder oor voldoet Çimen niet aan het traditionele beeld van een Turkse vrouw. Dat krijgt ze dan ook geregeld te horen, vertelt ze. ``Alsof het meevalt.'' Datzelfde geldt voor haar vlekkeloze beheersing van het Nederlands. Çimen, dochter van een Nederlandse moeder en een Turkse vader, is tweetalig opgevoed, maar dat geldt niet voor iedereen. Eijsenring: ``Allochtone studenten en leerkrachten zijn vaak erg onzeker over hun Nederlands. Ondanks goede cijfers hebben ze het idee daar extra streng op beoordeeld te worden door hun omgeving.'' Eén van de aanbevelingen van het onderzoek is dat pabo's meer oog moeten hebben voor de behoeften van studenten aan (bij)scholing op dit vlak, om zo hun zelfvertrouwen op dit vlak te vergroten.

Op de pabo's blijkt er weinig aandacht voor de specifieke problemen van allochtone docenten in spe en intercultureel onderwijs in het algemeen. Çimen: ``Als je bijvoorbeeld met een hoofddoek voor de klas staat, dan krijg je te maken met vooroordelen van ouders. Hoe ga je daarmee om? Op de pabo is er niemand met wie je daarover kunt praten.'' Çimen heeft er al ervaring mee: ``Toen ouders op mijn vorige school hoorden dat er een allochtoon voor de klas stond kwamen ze even kijken hoe ik er uit zag.'' In haar huidige werk (een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen) zijn het ook de ouders die voor problemen zorgen, niet de kinderen of collega's.

Met die `spiedende blikken' kan Çimen nog wel leven, erger is het als (allochtone) ouders haar niet serieus ómdat ze Turks is. ``Ik heb nu een Turkse vader waarvan ik vermoed dat hij denkt `jij hebt niks te zeggen over mijn kind'. Maar dat zal hij nooit in mijn gezicht zeggen, het is gevoelsmatig. Ik heb het probleem dat ik én vrouw én Turks ben. Als blanke man van vijfenveertig met een baard en grijze haren straal je meer autoriteit uit.''

Ook Beffers kent de vooroordelen. Soms komen ze uit onverwachte hoek. Zoals van allochtone ouders die hun kind van school halen omdat ze vinden dat er te veel allochtone leerkrachten werken. ``Waarom ze dat bezwaarlijk vonden weet ik niet. Misschien uit angst dat allochtonen leerkracht het Nederlands minder goed zouden beheersen.''

Beffers heeft het atheneum gedaan en dat was bijzonder in de Molukse gemeenschap in Vught waar zij opgroeide. Nog bijzonderder was dat ze naar de pabo ging en die afmaakte. ``Ik had drie Molukse vriendinnen die na het atheneum gingen studeren, maar ik ben de enige die het heeft afgemaakt. Je moet doorzettingsvermogen hebben. Mijn vader was magazijnbediende. Hij heeft nooit de kans gehad te studeren, dus stimuleerde hij mij enorm. Mijn moeder was zelf leerkracht, dat was mijn voorbeeld.''

Uit het onderzoek van Palet blijkt dat veel allochtone leerkrachten terecht komen op een islamitische school. Uit eigen beweging, maar ook omdat andere scholen nogal eens last hebben van koudwatervrees. ``In dat opzicht zijn stages heel belangrijk'', zegt Eijsenring. ``Als een allochtone stagiaire binnenkomt is er vaak wat aarzeling, maar als het goed loopt zeggen ze `nu zien we je hoofddoek niet eens meer'. Die scholen staan de volgende keer meer open voor een allochtone leerkracht.''

Beffers werkt op een witte school in Den Bosch. Daar is ze een voorbeeld voor haar allochtone leerlingen. ``Ik heb bijvoorbeeld een geadopteerd kindje dat erg naar mij trekt.'' Hoewel ze het naar haar zin heeft op haar huidige school, mist ze de allochtone kinderen om haar heen. ``Ik heb het gevoel dat ik meer voor hen kan betekenen.'' Çimen knikt instemmend. ``Als een Turks of Marokkaans meisje naar mij toe komt met haar problemen thuis, bijvoorbeeld over make-up, begrijp ik haar. Ik heb het zelf ook meegemaakt.''

Op haar huidige (voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen) hebben tieners nogal eens de neiging elkaar uit te schelden, vertelt Çimen, die er zoveel mogelijk over in gesprek gaat met de leerlingen. Maar soms overschrijden ze haar grens. ``Als ze het hebben over een `kutturk' dan raakt mij dat en zeg ik `ho, nu heb je het ook tegen mij', ook al roepen ze met een wegwerpgebaar meteen `ach, jij niet juf.' Ik merk dat de leerlingen mij eigenlijk niet zien als allochtoon. Ze vonden het maar raar dat ik hierover geïnterviewd werd!''

Palet tel. 040 - 235.9999

    • Jacqueline Kuijpers