Nieuwe nomaden op het water van IJburg

Het water is Nederlands last frontier. Nadat we eeuwenlang het water hebben bestreden slaan we nu een andere, vriendelijker toon aan. De zee mag via een inkeep in de duinen het achterland binnenspoelen, al te uitbundige rivieren worden geleid naar nevengeulen en `calamiteitenpolders'. En in toenemende mate laten we een begerig oog op het water vallen als woonlocatie. Sinds 1 januari moet in alle nieuwe woonwijken gemiddeld tien procent van het oppervlak water zijn. De vrijgevochten woonbotencultuur krijgt gezelschap van echte waterwoningen.

Naast het gemeentelijke informatiecentrum van IJburg, Amsterdams reusachtige nieuwe woonwijk in het IJmeer, liggen nu zes prototypes afgemeerd van drijvende waterwoningen. Het zijn zowel enkele huizen als twee-onder-een-kappers, van drie verdiepingen hoog, die nu in gebruik worden genomen als verkoopkantoor voor de woningen op IJburg. Architect Art Zaaijer heeft deze hoekige ijsbergen van glinsterend blauw aluminium ontworpen in opdracht van woningbouwcorporatie Het Oosten in samenwerking met bouwmaatschappij Ooms. Op, of beter gezegd aan IJburg zijn ruim tweehonderd `waterkavels' voorzien, en deze twee bedrijven zijn samen met drie andere corporaties in de race om daarvoor de `woningen' daarvoor te mogen ontwikkelen.

Ooms heeft de licentie voor Europa op het speciale, in Canada ontwikkelde drijfsysteem dat letterlijk en figuurlijk het fundament is van deze huizen (en van het informatiecentrum, een bijzonder ontwerp van het bureau Attika). Het bestaat uit een platform van piepschuim in beton gevat. Het voordeel volgens Zaaijer is dat het huis bij aanvaring niet zinkt, dat het platform ook na jaren schudden aan de meerpaal niet scheurt, en dat het licht is, waardoor de huizen makkelijk in ondiep water langs oevers en uiterwaarden kunnen liggen. Dankzij de combinatie van een vaste waterkavel én dit drijfsysteem kunnen kopers een gewone hypotheek en zelfs huursubsidie voor hun waterwoning krijgen. Want in de eerste drijvende buurt van IJburg komen, net als in de rest van het land, een derde sociale huur, een derde middensegment en een derde vrije sector.

Deze waterwoningen zijn een hedendaags voorbeeld van het oude architectonische adagium form follows function. Hun verschijning wordt namelijk voor een belangrijk deel bepaald door twee randvoorwaarden: de constructie moest licht zijn, en ze moeten `emissievrij' zijn, dat wil zeggen dat ze geen enkele vervuiling van het IJmeer mogen veroorzaken. Omwille van de lichtheid zijn ze gemaakt in houtskeletbouw. Het voordeel daarvan is dat je je eigen interieur met de zaag kunt vormgeven. Een raam erin, een vide erbij, het dak platter: de indeling is volkomen flexibel, met dien verstande dat je die ene centrale stalen kolom moet laten zitten. Deze flexibiliteit sluit goed aan bij de trend om de consument meer vrijheid te geven bij het ontwerpen van zijn woning.

De tweede factor, de milieu-eisen, hebben de keuze van het materiaal bepaald. De woningen moesten worden gemaakt van een materiaal dat geen onderhoud vergt, om te voorkomen dat er verf of smerige schoonmaakmiddelen in het IJmeer terecht zouden komen. Dus viel de keuze onvermijdelijk op aluminium. Zelfs de ramen kunnen helemaal binnenste buiten tuimelen, waardoor de Glassex op het aluminium vensterbank druipt en niet in het water. Op de steile lessenaardaken kunnen zonnepanelen worden geplaatst.

Het nadeel van de trend naar het wonen op het water zal blijken te zijn de privatisering van het water, of in ieder geval van uitzicht van de kant. Het voordeel voor degenen die erop wonen, is de autonomie. Als het uitzicht je verveelt draai je je huis negentig graden, als je een hekel krijgt aan de buurman licht je je anker en laat je je verslepen met huis en al. Of deze bewoners de nieuwe nomaden van Nederland zullen worden, moet nog blijken, maar de wetenschap dat het kán, is al vrijheid.

Het wonen op het water houdt niet noodzakelijk vernieuwende architectuur in. In een kanaal in Amsterdam-Noord zag ik onlangs een woonark dat z'n best deed op een Goois landhuis te lijken, met muren van baksteen (fineer?), rood-witte luiken voor de ramen en een dik pak riet op het dak. (En als er wél sprake is van vernieuwende architectuur zijn de buren daar niet altijd blij mee). Hier opent zich een heel nieuw speelterrein voor architecten. Zaaijers ingenieuze waterwoningen zijn nu nog maar prototypes, maar ze markeren de beginnende volwassenwording van het wonen op het water. De werkelijkheid is er, nu nog de regels daar aan aanpassen.

Gebouw: Prototypes waterwoningen IJburg. Architect: Art Zaaijer. Opdrachtgever: Het Oosten en Ooms. Ontwerp: 2000. Prijs: vermoedelijk 6 à 7 ton excl. ligplaats.

    • Tracy Metz