Nageslacht m/v

Bij dieren worden meestal evenveel zonen als dochters geboren. Maar zebravinken, torenvalken en Seychellenrietzangers weten het geslacht van hun nakomelingen te beïnvloeden.

Bij edelherten (Cervus elaphus) pikt één superman de hele harem in. Zwakke vrouwtjes krijgen wat vaker een dochter, sterke vrouwtjes vaker een zoon. Voor het voortplantingssucces op termijn is dat in beide gevallen de beste keus. Sterke vrouwen hebben immers meer kans op een superzoon die een harem kan stichten.

``Zo'n effect is ook bij paarden en apen wel gevonden, maar de correlaties zijn zwak en het is nooit serieus onderzocht'', relativeert evolutiebioloog Ido Pen, die onlangs in Groningen promoveerde op de invloed die ouders uitoefenen op het geslacht van hun kinderen. Uit zijn onderzoek blijkt dat zebravinken (Taeniopygia guttata) het geslacht van hun kuikens sterk kunnen beïnvloeden. Met zijn collega's Cor Dijkstra en Bernd Riedstra ringde Pen zebravinkmannen met rode of groene ringen. De vrouwtjes vielen op mannen met een rode ring. Blijkbaar dichtten ze roodgeringde kandidaten supermankwaliteiten toe. Een vrouwtje dat met een superman paart, heeft baat bij zonen, omdat die de supermankwaliteiten kunnen erven. Inderdaad bleek het nageslacht van vrouwtjes die het met een rode ring aanlegden voor zeventig procent uit mannetjes te bestaan. Maar in het tweede legsel van dezelfde paartjes vonden de onderzoekers dat effect niet langer. ``Misschien vielen de supermanprestaties van de eerste generatie jongenskuikens tegen en lieten de moedervinken zich geen tweede keer foppen'', zegt Pen.

Bij zoogdieren worden meestal evenveel zonen als dochters geboren. Bij vogels ook, maar zebravinken weten die verhouding desgewenst drastisch aan te passen. En zo blijken er meer vogelsoorten te zijn. Torenvalken (Falco tinnunculus) die vroeg in het seizoen broeden, krijgen vooral zonen, ontdekte Pens collega Cor Dijkstra, terwijl uit latere legsels meer dochters kruipen. Pen ontwierp wiskundige modellen om na te gaan of dat een goede strategie is. Dat is het inderdaad. Jonge torenvalken kunnen na hun eerste winter al nestelen, mits ze een territorium hebben. De mannetjes moeten dat territorium bemachtigen. Een vroeg geboren valk doet dat de zomer na zijn geboorte. Een laat-geborene heeft daar geen tijd meer voor en moet een jaar langer wachten met nestelen. Juist in dat eerste jaar is er vrij veel sterfte onder jonge valken. De vroeg-geboren torenvalken zullen dus meer nakomelingen krijgen dan laat-geborenen. Dat torenvalken het geslacht van hun nog ongeboren kinderen manipuleren is uit genetisch oogpunt dus succesvol.

Ook de Seychellenrietzanger (Acrocephalus sechellensis) is een kei in sekse-manipulatie. Als ze een zoon wil, legt deze vogel een mannelijk ei. Prefereert ze een dochter, dan legt ze een vrouwelijk ei. In een voedselrijke omgeving zijn dochters gewenst. Dochters blijven namelijk bij het nest en helpen hun ouders met de zorg voor nieuwe legsels. Met hulp van de dochters kunnen ze meer voedsel aanslepen en kuikens grootbrengen. Is er te weinig voedsel voor een groot gezin, dan heeft kraamhulp door dochters geen zin en kan de Seychellenrietzanger beter jongens uitbroeden. Mannetjes vertrekken, op zoek naar een eigen territorium.

Dier-ecoloog Jan Komdeur van de Rijksuniversiteit Groningen ontdekte dat de Seychellenrietzanger in een voedselrijke omgeving inderdaad vooral vrouwelijke eieren legt en in voedselarme omstandigheden vooral mannelijke. Komdeur verhuisde vogels van een voedselarm naar een voedselrijk eiland, waar ze terstond overschakelden van mannelijke op vrouwelijke eieren. Ook onderzocht hij het effect van geslachtsmanipulatie naar verschillen in voortplantingssucces op de langere termijn. Dat effect liegt er niet om. Onlangs presenteerde Komdeur de resultaten van zijn onderzoek op een congres in Haren. Hij verwisselde rietzangerkuikens in voedselrijk en voedselarm milieu door mannelijke zowel als vrouwelijke pleegkuikens. Hij volgde 34 pleegkuikens en keek hoeveel kleinkinderen er kwamen. ``In voedselarm milieu bleek een zoon drie à vier keer zoveel kinderen te krijgen als een dochter, terwijl in voedselrijke omstandigheden een zoon drie à vier keer zo weinig nageslacht produceerde als een dochter'', zegt Komdeur.

De voordelen van geslachtsbeïnvloeding zijn dus groot, maar hoe doen die vogels dat? Pen: ``Weet ik niet, maar de geslachtschromosomen bepalen al in het onbevruchte ei of het een mannetje of vrouwtje wordt. Daar komt de vadervogel dus niet aan te pas. Bij zoogdieren geeft juist de vader de doorslag. Misschien dat de moedervogel een ei van ongewenst geslacht heropneemt in haar lichaam. Het is bekend dat vogels soms een ei weer absorberen, maar of dat verband houdt met het geslacht van het ei weet men nog niet.''

Volgens Jan Komdeur manipuleren Seychellenrietzangers het geslacht van hun ei al voor dat ei in de maak is. Van heropname is volgens hem geen sprake. Hij onderzocht rietzangers die dankzij een overvloed aan voedsel twee, drie of zelfs vier eieren legden per broedsel, in plaats van het gebruikelijke enkele ei. Tussen twee eieren zit één dag. Indien het tweede ei bij nader inzien heropgenomen zou worden, zou het minstens een dag langer moeten duren voordat een volgend ei gelegd werd. Nooit echter vielen er gaten in de serie gelegde eieren. Komdeur weet zeker dat hij zich niet liet verwarren door vreemde eieren die door andere Seychellenrietzangers in het nest gedumpt waren. Uit DNA-analyse kon hij de verwantschap afleiden. De geslachtsmanipulatie moet dus al voor de bevruchting plaats vinden. Ido Pen bevestigt dat bij de zebravinken evenmin gaten vielen in de eileg. Slim, want zo voorkomt de moeder energieverspilling aan een niet-uitgebroed ei. Waarschijnlijk worden de geslachtsbepalende hormonen beïnvloed door omgevingsfactoren als de voedselvoorziening en de aanwezigheid van kraamhelpers. Maar dat hebben biologen tot nog toe niet kunnen bewijzen.