`Misschien is mijn succes voorbij'

Catherine Keyl (54) is boos. De kijkcijfers van haar praatprogramma waren goed. En toch is het plotseling van de televisie verdwenen, omdat een sponsor zich terugtrok.

Kwaliteit telt niet meer, zegt ze, niet bij de commerciëlen en niet bij de publieken. `Alles draait om de poen.'

Ik heb me in jaren niet zo ontspannen gevoeld. Het is alsof er een last van me is afgevallen, alsof ik twintig jaar jonger ben geworden. Maar dat is nu. De eerste maanden heb ik gerouwd. Het onverwachte afscheid van het programma was vergelijkbaar met het plotselinge verlies van een partner. Het maakte me depressief. Ik had energie nodig om van de klap te herstellen. Ik wist niet beter of ik zou nog een contract voor twee jaar krijgen. In plaats daarvan kwam er een telefoontje: `Zeg, volgende week ben je niet meer op de buis'. Procter & Gamble kreeg reclamezendtijd in ruil voor financiële steun aan Catherine. Over de hoeveelheid reclamezendtijd konden zij en RTL 4 het niet eens worden. Daar is de samenwerking op stukgelopen. Als programmamaker ben je op zo'n moment niet meer dan een pion in het schaakspel. Een paar sprekende pakken bepalen dat Catherine ophoudt en dus houdt het op.

,,Een aantal jaar geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat men stopt met een programma met zo'n groot, nog steeds stijgend marktaandeel en zo'n enorme populariteit. Hilversum maakt de denkfout om een programma dat scoort bij het grote publiek te bestempelen tot een dom programma. Dat is dédain tegenover het volk. Hetzelfde dédain dat jaren lang tegenover Willem Ruis en André van Duin bestond. Journalisten vinden het chic om te zeggen dat ze de minister-president interviewen. Het is heel wat minder chic om te zeggen dat je een programma voor de massa maakt.

,,Daarnaast irriteert me het tanende respect bij de leidinggevenden voor het vak. Interviewen op televisie is razend moeilijk maar de grote bazen denken: ach, een vraag stellen kan iedereen, en dus wordt er zoiets verzonnen als de tv-kapper. Het is toch bar en boos om een kapper te laten optreden als interviewer. Dat is net zoiets als mij mee laten doen met een kapwedstrijd. Waar slaat dat op? In Amerika weten ze dat een presentator/interviewer goud waard is. Dat je die met respect moet behandelen, in de watten moet leggen. De mensen van Universal, de concepteigenaars van Catherine, gaan buitengewoon zorgvuldig met me om. Zij zeggen: `Vrouwtje, wij hebben talkshows over de hele wereld maar er is er geen die zo waanzinnig scoort als de jouwe, dus leggen wij je in een gouden bedje'. Zo wordt er in Nederland nog steeds niet gedacht. Dat is vrij dom.

,,Soms denk ik dat er voor vakmensen geen plek meer is. Misschien nog wel bij de Vara en de Avro maar dan houdt het op. Steeds opnieuw vallen leidinggevenden op een paar mooie tieten en een stel mooie benen. Ze laten die meisjes een programma presenteren om hen vervolgens na vijf maanden weer af te branden. Te gek voor woorden. Ik meen het, vakmanschap is ver te zoeken. Op de radio al helemaal. Radio 1: 'n ramp. Vaak denk ik: jongens, als jullie zendtijd aan het vullen zijn kom er dan gewoon voor uit, maar ga niet in het wilde weg zitten lullen. Zegt een presentator tegen zijn gast, uitgenodigd omdat hij een boek heeft geschreven: `ja, ik heb het boek niet gelezen hoor.' Zulke interviewers stuur je toch naar huis. Nee, dan iemand als Barbara Walters, dat is pas een vakvrouw. Binnen Nederland heb ik weinig voorbeelden. Paul Witteman en Sonja Barend zijn goed maar het is zo afgezaagd die te noemen.

,,Ik geloof wel dat ik zelf in de loop der jaren gegroeid ben. Een jaar of tien geleden werd ik naar aanleiding van een gesprek in Servicesalon door een recensent SS Hauptbahnsturmer genoemd. Al wist die man niet dat ik een joodse vader had, zo'n benaming is en blijft te grof voor woorden. Gelukkig is hij inmiddels overleden – God straft altijd, zij het niet onmiddellijk – maar misschien zegt zijn typering wel iets over mijn ontwikkeling als interviewer. In die tijd zat ik nog in het mentale korset van mijn vader en mijn man. Ik interviewde kritischer, afstandelijker, minder betrokken en vrij dan nu.

De eerste maanden dacht ik: er komt wel wat anders. Nu denk ik: misschien komt er wel niks, so what? Ik ben platgebeld door de commerciële en de publieke omroepen maar ze vonden het programma Catherine te duur of kwamen met een aanbod waar ik geen zin in had. Ik begin me te realiseren hoe krankzinnig de televisiewereld in elkaar zit. Ik ben opgegroeid in een tijd waarin je als presentator geramd zat wanneer je programma kwantitatief en kwalitief goed scoorde. Die normen gelden blijkbaar niet meer. Daar heb ik moeite mee. Ik dacht dat het bij de commerciële omroepen om meer ging dan geld verdienen alleen, dat er ook nog behoefte was aan zoiets als kwaliteit. Nee dus. Alles draait om de poen.

,,En het erge is dat de publieke omroepen mee gaan in die race om geld. Laatst hoorde ik op een congres Hedy d'Ancona zeggen dat eenderde van de programma's van de publieke omroep gesponsord wordt. De publieke omroep, die betaald wordt uit de belastingpot! Ik was ontzet. Vind dat politiek Den Haag moet ingrijpen. We moeten terug naar publieke omroepen die zoveel geld krijgen dat ze geen sponsors nodig hebben om een behoorlijk programma te maken. Mensen hebben het recht om te weten dat, wanneer ze kijken naar een programma van de Vara of de VPRO of de KRO, geen enkele firmant belang heeft bij wat er in die uitzending wordt gezegd. Dat weet de kijker op het ogenblik niet. Het feit dat niemand in Den Haag zich daar over opwindt bewijst maar weer wat voor een slappe bende het is.

,,Misschien ligt het grote succes definitief achter me. Is het voorbij. Op dit moment probeer ik het nuttige met het aangename te combineren, te genieten van mijn vrije tijd, te relaxen, me op te laden, me in te leven in een ander bestaan. Ik ben aan het ontdekken dat niets doen een levensvervulling kan zijn. Wie weet word ik er uiteindelijk gelukkiger van. Kan ik vrijer leven, doen waar ik zin in heb zonder op de voet gevolgd te worden door de bladen. Misschien heb ik het wel gehad met die carrière. Als er niks komt vind ik het niet erg. Nee, echt niet. Jij stelt mij nu precies dezelfde vragen als ik vijf jaar geleden aan André van Duin stelde. Hij had besloten om minder te gaan werken en ik vroeg alleen maar: wat ga je dan doen de hele dag, dat kan toch niet. Waarop hij reageerde: gewoon een beetje lummelen en ik weer zei: hou op, dat kun je helemaal niet. Maar er komt een moment in je leven dat je zoveel gewerkt hebt dat je er naar snakt om niks meer te doen.

,,Misschien is dat moment voor mij gekomen. Is het tijd om afstand van de hele zaak te nemen, op te houden. Ik herken me in André. Waarom zou ik me in godsnaam nog druk maken? Voor het geld hoef ik het niet te doen. Ik heb dertig jaar met hart en ziel gewerkt maar daar ook een hoop offers voor gebracht. Ik kom nu tot de conclusie dat ik veel gemist heb. Vrienden, familie, doodgewone dagelijkse dingen. Het was een zwaar leven. Altijd haasten, nooit tijd, altijd presteren onder druk, nooit eens denken als het mooi weer is: ik ga wat leuks doen, altijd in de publiciteit.

,,Ik heb misschien ook wel zo hard gewerkt om een leegte te vullen. Ik ben lang voor mezelf op de vlucht geweest. In het begin van mijn carrière wilde ik vooral aan mijn vader bewijzen dat ik toch niet zo'n waardeloze dochter was als hij dacht. Toen ik zo'n jaar of vijftien geleden met behulp van hypnotherapie over dat minderwaardigheidsgevoel heen kwam had ik het idee: ik doe het goed, maar moet het nu ook wel goed blijven doen.

,,In hypnotherapie word je via hypnose teruggebracht naar je jeugd. Met volwassen ogen kijk je naar het kind dat je was. Ik zag een doodeenzaam, tuttig gekleed kind dat meer van tekenen en verhaaltjes schrijven hield dan van buiten spelen, dat hoge cijfers haalde en onbarmhartig gepest en uitgescholden werd. Pas toen ik programma's maakte over pesten heb ik me gerealiseerd hoe ik er zelf door beïnvloed ben. Altijd maar bezig om te bewijzen dat ik leuk was. Tegenover de wereld maar dus ook tegenover mijn vader. Hij had ruim twee jaar in een concentratiekamp gezeten en kwam beschadigd terug uit de oorlog. Zijn ouders waren vermoord, evenals de rest van zijn familie. De oorlog was zijn referentiekader. Zaten we op een verjaardag met een taartje op schoot, begon hij te vertellen hoe ze in het kamp moesten knokken om eten. Zo'n taartje smaakt dan niet meer. Altijd dat kamp en die oorlog. Soms waren er mensen op bezoek die zich zichtbaar afvroegen in wat voor vreemd gezin ze waren terechtgekomen. Dan geneerde ik me kapot. Verwenste mijn vader met zijn rotverhalen.

,,Mijn vader wilde mij in bescherming nemen tegen de hardheid van het leven door me weerbaar te maken. Wanneer er weer oorlog zou komen moest ik sterk genoeg zijn om alle ontberingen te overleven. Daarom voedde hij me op met strenge hand. Hij dacht dat, wanneer hij veel kritiek op me had en negatief over me was, ik vanzelf wel sterk zou worden. Het dubbele is dat die houding me onzeker heeft gemaakt maar ook zijn vruchten heeft afgeworpen. Van nature ben ik aartslui. Er moet een reden zijn waarom ik mijn luiheid overwin, toch aan de slag ga. En die reden kreeg ik op een presenteerblaadje aangereikt. Ik moest bewijzen dat ik niet achterlijk of stom was. Ik heb later nog wel eens geprobeerd met mijn vader diens kritische houding te bespreken. `Je had het nodig', zei hij, `je was anders naast je schoenen gaan lopen' en meer van dat soort teksten. Hij dacht nu eenmaal dat negatieve kritiek de beste manier was om kinderen op te voeden. Mijn moeder probeerde hem bij te sturen, prees me van de weeromstuit de hemel in, maar dat woog toch niet op tegen mijn gekwetste gevoel.

,,Na mijn eindexamen kwam ik thuis met een rapport met drie tienen, vijf negens en twee achten maar ook een vier voor boekhouden en een vijf voor handelsrekenen. Ik was apetrots, riep: `Pap, wat vind je van mijn lijst'. `Jammer van die vier en die vijf' was het enige dat hij zei. Bizar genoeg vertelde mijn moeder dat mijn vader niet meer te genieten was toen ik het huis uit ging om te studeren. Hij miste me als een gek. Waarschijnlijk omdat hij niet meer op me kon schelden. De andere kant van de medaille is dat die kritische opvoeding me in mijn televisiecarrière beschermd heeft tegen een opgeblazen ego. Als je eenmaal een eigen programma hebt, vindt iedereen je geweldig, kijkt je naar de ogen en wanneer je niet oppast ga je zelf nog geloven ook dat je bijzonder bent. Verlies je je zelfkritiek. Dat is buitengewoon gevaarlijk. Een van de geheimen van succes is dat je de betrekkelijkheid ervan blijft inzien. Daar heeft mijn vader zonder meer aan bijgedragen. Word ik de hemel in geprezen dan hoor ik hem op de achtergrond brommen: `Mensen die geweldige dingen over je zeggen, die willen iets van je. Vertrouw ze niet.'

In die kinderwereld, met die eeuwig negatieve vader, was het prettig om ineens leuk gevonden te worden door de hoofdonderwijzer. Ook al sloeg dat `leuk-vinden' door naar seksueel misbruik. Samen met het pesten en mijn vaders kritiek heeft het mijn leven beïnvloed. Het dubbele eraan is dat je weet dat het niet klopt want je mag er niet over praten, maar tegelijkertijd ben je uitverkoren. Jij mag als enige op de kamer van de hoofdonderwijzer komen. Jij krijgt als enige zoveel aandacht. Slachtoffers van misbruik willen vaak het liefste dat de dader genadeloos veroordeeld wordt. Ik deel die mening niet. Had mijn hoofdonderwijzer niet die speciale interesse voor mij getoond dan was ik misschien volledig aan de kritiek van mijn vader onderdoor gegaan. Het ligt allemaal niet zo zwart-wit. Zoals zoveel slachtoffers heb ik de ervaring weggestopt, er dertig jaar niet aan gedacht tot ik een documentaire maakte over jongens die seksueel misbruikt waren. Op dat moment kwam er van alles terug. Aanvankelijk zag ik het misbruik als oorzaak van mijn depressies en lage zelfbeeld. Nu denk ik: die man is misschien wel mijn reddende engel geweest. Dat is bijna niet uit te leggen.

,,Langzaamaan wist ik me te bevrijden uit het keurslijf van mijn vader om er weer in te kruipen door te trouwen met een bijzonder kritische man. Weer moest ik me aan alle kanten bewijzen. Paradoxaal genoeg heeft dat wel bijgedragen aan mijn carrière. Wanneer hij tegen me zei: `dat red je niet', `daar ben je te oud voor' of `dat kun je niet' was dat voor mij een aansporing om het tegendeel te laten zien. Na drieëntwintig jaar was het op, zijn we gescheiden. Daarna kreeg ik een leuke vriend, een echte positivo. Hij heeft me geleerd dat je alles van twee kanten kunt bekijken. Ik kwam uit de wereld van: `Dat-halen-we-nooit-want-je-zult-zien-straks-is -ook-de-brug-nog-dicht' en belandde in de wereld van: `Als-de-brug-dicht-is-zijn-we-wat-later-ook-geen-probleem'.,,Ik probeer zelf ook positief over mensen te zijn. Veel Nederlanders hebben toch een kritische, afzeikerige toon. Dat is ook het sfeertje binnen de omroep: `Die man is zo'n waardeloze figuur en die vrouw is zo'n stumper'. Anderen naar beneden halen om zelf beter te lijken. Vorige week nog, stond er in Vrij Nederland een column van Bert van der Veer over mij. Ik was zo'n doos die dacht dat ze een programma had, maar ze had alleen maar een deal tussen RTL 4 en Procter & Gamble. Ik moet lachen om zo'n stukje. Ik vind Bert van der Veer een leuke lieve man, maar hij was wel de programmadirecteur die de deal bedacht. En toen de deal werd opgezegd wist hij van niks, moest ik hem dat vertellen. Wie is er dan de doos?

,,Natuurlijk heb ik ook een bitchy kant. Je denkt toch niet dat je waar ook ter wereld succes kunt hebben als je altijd vriendelijk en aardig bent? Bij mij moet je bijvoorbeeld op tijd zijn. Negen uur beginnen is negen uur beginnen, geen gezeik. Op de redactie hanteren we een aantal eenvoudige regels. Nooit liegen. Niet zeggen dat het live is wanneer het tevoren wordt opgenomen. Afspraak is afspraak. Hou je je niet aan die regels, donder dan maar op, aan dat soort mensen heb ik niks. Ook in de uitzending kan ik behoorlijk uitvallen. Take it or leave it. Vind je het niet leuk, jammer. Het grote publiek heeft het altijd geapprecieerd. Dat zegt: je bent een van de weinigen die recht voor zijn raap tegen zijn gasten durft te zijn. Jammer alleen dat ik geen publiek meer heb.''

Ik heb misschien ook wel zo hard gewerkt om een leegte te vullen