LOTT-HOUSE IN NEW YORK GEEFT GEHEIME VERTREKKEN PRIJS

Archeologen van Brooklyn College hebben voor het eerst in New York een voormalig slavenvertrek gevonden. Ze zijn al vier jaar bezig met opgravingen rond het Lott House in Brooklyn (zie ook W&O, 5 augustus 2000). Het huis is gebouwd in 1719 en verbouwd in 1800 door de familie Lott, kolonisten van Nederlandse afkomst. Tot 1989 is het huis bewoond geweest door een lid van de familie. Uit geschreven bronnen en overlevering was bekend dat de familie in de 18de eeuw slaven had gehouden.

Tot hun verbazing vonden de archeologen bij het huis geen slavenvertrekken. Dat wil zeggen: tot voor kort, toen ze in het plafond van een provisiekast in een aanbouw een valluik ontdekten. Daarachter bleken een trapje, een deur en een kleine zolderkamer zonder ramen schuil te gaan. Onder de houten vloerplanken van het vertrek ontdekten de archeologen de resten van wat zij interpreteren als attributen voor Westafrikaanse rituelen: oesterschelpen, maïsstengels, een half bekken van een schaap of geit en een met hennep dichtgebonden stoffen buidel. Onbekend is nog hoeveel slaven hier verbleven. Wel is duidelijk dat ze een gat in een stenen schoorsteen hebben gemaakt voor een beetje warmte in de winter.

In een ander deel van het huis hebben de archeologen nog een tweede ontdekking gedaan. In een grote klerenkast in een slaapkamer op de tweede verdieping vonden ze een geheim paneel met daar achter een ruimte waar zeker twaalf mensen zich konden verbergen. De archeologen denken hiermee het bewijs te hebben gevonden voor de oude overlevering binnen de familie dat het huis onderdeel was van de zogeheten Underground Railroad. Langs deze clandestiene route werden uit het Zuiden gevluchte slaven naar veilige Noordelijke steden en Canada gebracht. De route liep door Staten Island, Brooklyn, Queens en de Bronx en vermeed Manhattan, dat vanwege zijn economische en sociale banden met het Zuiden minder gastvrij was voor weggelopen slaven.

De Lotts stonden bekend als voorstanders van afschaffing van de slavernij en lieten al rond 1809, twintig jaar voordat de staat New York de slavernij afschafte, hun slaven vrij.