Kwik uit de muren

Onderzoek van de Verenigde Naties bracht in Albanië een reeks milieu- nachtmerries aan het licht. Zoals in Durrës, waar tachtig gezinnen op een gifbelt wonen. `Ik weet dat het gevaar- lijk is, maar waar moeten we heen?'

Flutorime Iani heeft haast geen tanden meer. Twee nog, als we het goed zien. Ze is 52, maar ziet er veel ouder uit: vel over been, met een huid van leer en grijs haar. Flutorime komt van flutur, Albanees voor vlinder, maar een vlinder is ze allang niet meer, deze vroegoude, vermoeide vrouw. Geen wonder: ze woont op een gifbelt, een van de vele die Albanië telt.

Vier jaar geleden verloor Flutorime Iani in Dibra, in het oosten van Albanië, heel haar bezit toen de piramidefondsen ontploften en heel Albanië een half jaar lang werd ondergedompeld in een golf van anarchie. Ze trok met haar familie naar het Westen, naar Durrës, want in die havenstad zou haar man misschien nog als dagloner wat werk kunnen vinden. Ze bouwden zich een huisje op de enige plek die vrij was: op het terrein van de in 1990 gesloten chemische fabriek. Daar woont ze nu, met haar twee kinderen, en haar man die elke dag in Durrës op werk wacht, en de rest van de familie, vier gezinnen in vier huisjes die ze zelf hebben gebouwd met stenen uit de muren van de fabriek. Van de fabriek zelf is nog slechts het betonnen staketsel over. En het gif in de grond. Tussen de betonnen palen, en tussen het gif, woont Flutorime.

Ze weet hoe gevaarlijk ze leeft, samen met de tachtig andere gezinnen die op dit terrein wonen, en hun kippen die tussen het gif scharrelen en die ze straks opeten, en de ene koe per gezin die op gif graast en waarvan ze de melk drinken. Ze weet het. ,,Maar waar moeten we heen? We zijn alles kwijtgeraakt, we weten geen oplossing.'' Ze is bang, zegt ze, ,,het stinkt en we weten niet waarnaar, we zouden graag frisse lucht ademen. De melk en de groenten smaken anders dan we gewend waren. Het water uit de bron stinkt. Het vlees smaakt anders. Ja, ik ben bang.'' Het zware metaal chromaat ligt hier, plukken harige asbest, plassen groenig water, duizenden tonnen van het giftige lindaan (een insecticide), twintigduizend ton chromium 6 ligt hier. En Flutorime Iani woont er bovenop en midden in, met haar man, haar kinderen en haar koe. En Flutorime Iani weet niet wat lindaan en chromium 6 is, maar dat het giftig is weet ze wel.

Het terrein van de chemische fabriek van Durrës is door de VN-milieuorganisatie UNEP tot ecologische hot spot uitgeroepen – een van de milieu-nachtmerries van Albanië, met de vroegere pvc-fabriek in Vlorë, de afvalstortplaats van Tirana, de olievelden van Patos en Ballsh, waar elke dag respectievelijk achtenzestig ton olie zomaar weglekt en waar je meren van olie kunt zien. In het steentijdsocialisme van Enver Hoxha bestond geen aandacht voor het milieu – nog veel minder dan elders in Oost-Europa. Arbeiders die met giftige stoffen werkten kregen een glaasje melk extra per dag en dat moest het zijn. Giftige stoffen werden jaar in jaar uit bovengronds opgeslagen of ergens gedumpt of in zee weggepompt.

Vlakbij Flutorime's woonplek ligt de opslagplaats voor chemische stoffen van de chemische en de pesticidefabriek van Durrës. Drie gebouwen, in een U-vorm pal naast het strand, waar lieflijk de golven van de Adriatische Zee op stukslaan. ,,We hebben na tien jaar nog geen idee wat hier eigenlijk is opgeslagen'', zegt de geoloog en milieudeskundige prof. Romeo Eftimi. ,,370 ton giftige chemicaliën, plus 20.000 ton giftig afval, dat is alles wat we weten.'' Het terrein is al tien jaar niet afgesloten, de deuren van de opslagplaatsen staan open en er puilen gescheurde zakken met chemicaliën uit. Lindaan, zegt Eftimi, een overal verboden stof. Veroorzaakt misvormingen bij de geboorte. De grond is ermee verzadigd, en het grondwater ook.

Hij wijst om zich heen. ,,Dit is laag gelegen gebied, moerassig. Regenwater wordt hier niet natuurlijk afgevoerd maar naar zee gepompt, ongezuiverd, samen met het eveneens ongezuiverde afvalwater van de 250.000 inwoners van Durrës. In heel Albanië bestaat niet één waterzuiveringsinstallatie. De giftige vis kun je in Durrës op de markt kopen. Het gevolg: leverkanker, leukemie, deformaties, huidziekten. Die aardige golfjes die op het strand slaan, het is puur gif.'' En niemand die er iets aan doet, zegt Eftimi, er is geen geld voor, en belangstelling is er evenmin. Het (staats)milieubureau heeft hier in Durrës drie mensen die net beginnen en die vrijwel zonder budget werken.

Miri Hoti is burgemeester van Durrës, een zware man zonder nek, of met een nek die breder is dan zijn kale hoofd. We ontmoeten hem in het gemeentehuis, in de schaduw van de nieuwe, met Arabisch geld gebouwde moskee. Als Miri Hoti wordt aangesproken op het lot van Flutorime Iani en haar gezin en die andere gezinnen die op bergen puur gif wonen, maakt hij er grapjes over waarom hij zelf zeer hartelijk moet lachen. Flutorime Iani gaat hem niet aan, we hebben geen geld voor sociale woningbouw, zegt de burgemeester, en zeker, lindaan is gevaarlijk, maar die mensen wonen er vrijwillig. We hebben ze gewaarschuwd dat het er gevaarlijk is, maar ze willen niet weg, en we hebben achtduizend mensen in Durrës die sinds de crisis van 1997 helemáál geen huis meer hebben, zegt Miri Hoti.

Agron Duka, de prefect van de regio Durrës, en als zodanig de juridische controleur van het stadsbestuur, heeft meer zin voor de realiteit van een vergiftigd milieu. ,,Alleen hier, en nergens anders in de wereld, kunnen mensen op bergen lindaan leven. Vanuit juridisch standpunt mogen die mensen daar niet wonen.'' Maar ook hij demonstreert verder vooral machteloosheid: ,,Er is geen plek om ze ergens anders onder te brengen.'' En verder, zegt Agron Duka, is er alleen maar onverschilligheid over het milieu. ,,Milieu is in Albanië geen prioriteit, de mensen hebben het te druk met andere dingen.''

Vier kilometer buiten Vlorë, ruim honderd kilometer ten zuiden van Durrës, óók aan die lieflijk kabbelende Adriatische Zee, ligt een andere hot spot: de voormalige pvc-fabriek, net zo'n staketsel van betonnen palen en balken, want ook hier zijn de stenen gesloopt om er, op het terrein van de fabriek zelf en elders, huisjes van te bouwen. In Enver Hoxha's tijd, vertelt Romeo Eftimi, werd hier elke dag vijftig ton hydrochloride in zee gepompt, zomaar, ongezuiverd, het zuur dat na aanraking met water ontstaat kan metalen oplossen. Op het fabrieksterrein liggen hier en daar, hoog opgetast, gescheurde plastic zakken met onduidelijke chemicaliën. Overal zijn kleine zilverglinsterende bolletjes te zien: kwik. De kwikoplossingen zakken in de grond. In de zomer, als het hier veertig graden kan worden, ontstaan kwikdampen die worden ingeademd door de bewoners, en kwikdampen veroorzaken kanker, bloedziekten, ze verwoesten de hersenen en ze tasten het zenuwstelsel aan. Zeventig ton kwik zijn hier in de grond en het zeewater terechtgekomen, zegt Eftimi, de grond hier bevat honderd keer de toegestane hoeveelheid kwik.

Die grond wordt afgegraven, niet om te worden vernietigd, maar om als bouwmateriaal te worden verkocht: er wordt cement van gemaakt, dat voor de woningbouw wordt gebruikt, net zoals de stenen uit de muren van de fabriek en het schroot van de fabriek elders worden hergebruikt. ,,De inwoners van die nieuwe huizen ademen straks kwikdampen uit hun muren in, zonder het te weten'', zegt Eftimi, als er wéér een vrachtwagen met zand wegrijdt.

Tussen de gescheurde zakken met chemicaliën en de vrolijke bolletjes kwik scharrelen kippen, er graast een geit. Er spelen kinderen, de kinderen van Besnik Leshe bijvoorbeeld, een jonge man die met zijn ouders, zijn vrouw en kinderen en zijn broer en diens gezin op deze gifbelt woont, het hek rond zijn huisje bestaat uit in elkaar geschoven daken en portieren van gesloopte auto's. Eenzelfde verhaal als Flutorime Iani in Durrës, in 1997 uit Elbasan gekomen, alles kwijtgeraakt, en sindsdien hier. Hij is 27, hij scharrelt wat op de zwarte markt en werkt als dagloner. ,,Ik weet hoe gevaarlijk het is. Maar de staat steunt ons niet, we hebben geen geld. Waar moeten we heen?'' Ja, zijn kinderen spelen overal, ook tussen die zakken met chemicaliën, ook bij het kwik. Ja, ze zijn nog gezond. ,,Helpt u ons alstublieft'', fluistert Besnik Leshe als we afscheid nemen. Zijn hoofd vertoont twee grote kale plekken. Hij is al ziek, zegt Romeo Eftimi.

Helpt u ons alstublieft. De burgemeester van Vlorë heet Niko Veizi. Net als zijn collega van Durrës is hij zich van geen kwaad bewust, hij weet van het probleem. ,,Ze wonen al tien jaar op die plek, en we hebben ze gewáárschuwd dat het gevaarlijk is'', zegt Niko Veizi. ,,Zelf hebben we geen geld om ze te helpen, de staat moet helpen, internationale organisaties, maar stelt u zich eens voor, we hebben nog 1100 gezinnen in Vlorë die hun woningen in 1997 zijn kwijtgeraakt, en die mensen op de gifbelt, die komen niet van hier, die komen uit Elbasan.'' Ze wonen er vrijwillig, zegt Niko Veizi, ,,wij hebben ze daar niet neergezet.''

Een oud, oud refrein: Albanië is een stammen- en clanmaatschappij, in Vlorë helpt men de eigen inwoners als men kan, maar die uit Elbasan, die moeten maar voor zichzelf zorgen, tachtig gezinnen uit Elbasan op een gifbelt, ze vormen in Vlorë geen prioriteit voor het stadsbestuur, ze zijn niet van hier. Niko Veizi is al net zo verbaasd als zijn collega in Durrës was als buitenlandse journalisten hem voorhouden dat het om mensenlevens gaat, om kinderen, en dat hij als overheid de plicht heeft om de bevolking te beschermen tegen levensgevaarlijke milieu-verontreiniging, en dat het plaatsen van een hek met prikkeldraad rond een levensbedreigende gifbelt wel het minste is dat hij kan doen. Hij sputtert: ,,We hebben hen gewaarschuwd, we hebben hen aangeraden te vertrekken'', maar later bindt hij in, okee, morgen, morgen zal ik op de televisie maatregelen aankondigen.

Edi Rama is ook burgemeester, van Tirana. Een andere man, een andere mentaliteit: deze reus in zijn oranje trui – ver, ver over de twee meter – is geen politicus, geen beroepsburgemeester, schilder is hij, zoon van een beeldhouwer. Oud-minister van Cultuur. Een doener, geen apologeet. Geen bestuurder, maar, zegt Edi Rama, ,,dit is een land waar je al doende leert regeren, de regering is de universiteit van politici.'' Zijn eerste daad na zijn aantreden was het mobiliseren van de stedelijke bulldozers om het belangrijkste stadspark van Tirana weer tot stadspark te maken: hij sloopte er zonder pardon de tientallen winkels die er de afgelopen jaren illegaal waren gebouwd. De bergen beton worden nu weggeruimd. Illegaal bouwen, het is de plaag van deze stad, zegt hij: in de jaren negentig, en vooral na de crisis van 1997, zijn honderdduizenden mensen naar Tirana gekomen, en overal hebben ze zonder toestemming woningen, hele flats soms, gebouwd, ze hebben illegaal stroomleidingen aangelegd, en waterleidingen, zonder dat daar enige infrastructurele capaciteit voor bestond, en voor stroom en water betaalt natuurlijk niemand, al die honderdduizenden mensen zijn ook nergens geregistreerd. Geen wonder dat de stroom elke dag vele keren uitvalt. Hele wijken zijn erbij gekomen, het was complete anarchie, zegt de reus. De mensen hebben gewoon huizenblokken opgebouwd en met de fundamenten stroomleidingen en rioolbuizen geblokkeerd en stukgemaakt. Een jaar geleden wisten we niet eens of hier 300.000 of 600.000 mensen wonen. Nu hebben we ze geteld, het zijn er 700.000.

Het heeft van Tirana een milieubom gemaakt, zegt Rama. ,,Kijk naar de afvalstortplaats van Sharra, een paar kilometer buiten de stad, een heel bergdal is opgevuld met miljoenen tonnen stadsafval, ongesorteerd. Mensen zoeken er naar flessen die ze nog kunnen verkopen, ze steken het afval in brand, en daar komt dioxine door vrij, duizend keer de toegestane norm. Het afval vervuilt de rivier waaruit verderop mensen hun drinkwater halen.'' En kijk naar de stad: overal bergen autowrakken, overal bergen afval, ze gooien het gewoon op straat, het kan niemand wat schelen. Hij wil de illegaal gebouwde privé-woningen legaliseren, ,,al zullen die mensen dan wel huur moeten gaan betalen voor de grond waarop ze wonen, want die is van iemand anders.'' De illegaal gebouwde bedrijfsgebouwen worden gesloopt, ik ben daarin heel rigoureus, zegt Edi Rama, ,,die bedrijven kunnen best elders opnieuw beginnen.''

De Albanezen zijn geen milieuvandalen, zegt Edi Rama: ,,Ga een huis binnen en alles is brandschoon.'' Maar vijftig jaar steentijdsocialisme en tien jaar van anarchie hebben iets kapotgemaakt: gemeenschapsgevoel. ,,Hier zijn vijftig jaar door inflationair gebruik begrippen kapotgemaakt als liefde, solidariteit, nationale trots, sociaal leven, sociaal gedrag. De inhoud van die woorden is vernietigd. Als je de Albanezen met die woorden confronteert, herinner je ze aan iets dat ze willen vergeten: het communisme. In naam van de solidariteit moest je vroeger je buurman naar de gevangenis sturen. In naam van de nationale trots moest je het Westen haten. In naam van de nationale cultuur moest je Picasso en de Beatles haten. En dat vijftig jaar lang.''

Nu, zegt Edi Rama, wil de Albanees nergens meer bij horen: ,,Hij respecteert geen spelregels meer. Hij is van een ultra-collectivist een ultra-individualist geworden. Alles buiten de eigen familie, de eigen kring, het eigen bezit laat hem onverschillig. De eigen kring is schoon, publiek land mag worden vervuild.'' Dáárom de bergen autowrakken overal, de illegale woningen, de niet eens met een hek afgesloten gifbergen van Vlorë en Durrës, de vervuilde rivieren, de onverschilligheid van burgemeesters jegens de Flutorime Iani's en de Besnik Leshe's die in het gif wonen en vergeefs `helpt u ons alstublieft' fluisteren.

Niemand weet vooralsnog hoe dat verloren gemeenschapsgevoel moet worden herwonnen, zegt Edi Rama. ,,Mijn eerste prioriteit is: niet gek worden. Dit is een land waar alle vuilnis op straat ligt. Ook het geestelijke vuilnis. Als je zegt: laten we iets voor de gemeenschap doen, of voor de buurt, ben je een communist en kun je inpakken.'' Maar die reactie is normaal, zegt Edi Rama, want ,,de geschiedenis van Albanië is al honderd jaar de geschiedenis van de vernedering van mensen. Het is de normale reactie van mensen die nooit gerespecteerd zijn.''

Dit is het eerste van een serie van vijf artikelen over de milieuproblemen die UNEP op de Balkan heeft gesignaleerd. De artikelen over Macedonië, Kosovo en Servië verschijnen op de buitenlandpagina's.