IJzervreter met romantische inborst

Patton, de film, wordt wel gezien als een soort documentaire. Zelden is een hoofdrol in een film zo vereenzelvigd met de geportretteerde. De Amerikaanse, roestvrijstalen generaal George S. Patton is sinds 1970 zijn vertolker George C. Scott geworden. In plaats van andersom.

Patton kán ook gemakkelijk worden verward met een documentaire doordat de generaal zich – volgens de meeste ooggetuigen en historici althans – in het echt gedroeg als een soort filmster. Overdrijving was in het script niet nodig, Patton, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een paar van de grootste overwinningen op de Duitsers behaalde, was van zichzelf al larger than life genoeg.

De generaal bevond zich, net als zijn beroemde Duitse tegenstander Erwin Rommel, het liefst met de manschappen in de frontlinie. Old guts and glory noemden zijn ondergeschikten hem. Hij sprak het liefst in robuuste frasen waarop scenaristen van B-films jaloers zouden zijn. Zoals: ,,Oorlogvoeren heeft niks te maken met sterven voor het vaderland. Het gaat erom de andere poor bastard te laten doodgaan voor het zijne.'' En: ,,Mannen, we vechten om de nazi's weg te vagen, die deze goddamned son-of-bitchery zijn begonnen.'' Sigaar tussen de tanden. Hand op de paarlemoeren kolf van zijn Colt.

Zijn gedrag was geen bluf. Tijdens de veldtocht in Sicilië in 1943 presteerde hij het om met zijn troepen, eerder dan zijn Britse concurrent maarschalk Montgomery, Messina te bereiken, hoewel ze een veel langere weg moesten afleggen. Na de landingen in Normandië zette Patton de `doorbraak bij Avranches' op zijn naam en daarmee de bevrijding van Frankrijk. Ook smoorde Patton het Duitse Ardennen-offensief door zijn tankeenheden binnen onmogelijk weinig tijd een kwartslag van aanvalsrichting te laten veranderen.

Patton laat ook de donkere kanten van de generaal zien, zoals zijn woedeaanval op een soldaat met een zenuwinzinking die de frontlijn niet meer inwil. Patton geeft hem een klap. Verplichte excuses aan het leger zijn het resultaat.

Toch doet Patton, volgens biograaf Carlo D'Este, niet alle recht aan de complexiteit van Pattons karakter. Patton, meent D'Este in A Genius for War, was inderdaad een ijdele ijzervreter met eigenschappen die hem in het Wilde Westen tot de ideale sherrif zouden hebben gemaakt. Maar het script van Patton zou de karakterologische grondstof hebben onderbelicht die niet zo eenvoudig in oneliners is te vangen. Patton was bijvoorbeeld – geen ideale eigenschap voor een martiale film-held – een uitgesproken romanticus. De correspondentie met zijn vrouw getuigt daarvan. Maar bovenal was hij diepgelovig. Hij kon urenlang bewegingloos bidden.

Antipaaps was hij wel. Bij een instructie van infanteristen in het gebruik van het geweer wees hij op het belang van het regelmatig schoonmaken. Als ze dat niet deden was het wapen net zo nuttig voor de eigenaar als de popes pecker. Ook waren, aldus D'Este, lang niet al zijn manschappen even gecharmeerd van zijn geldingsdrang op het slagveld. Patton won de oorlog. His glory, maar our guts, viel ook onder de manschappen te beluisteren.

Net als de meeste generaals sterft Patton in bed. Eind 1945 blaast hij de adem uit in een Duits ziekenhuisbed. Complicaties na een auto-ongeluk in de buurt van Mannheim worden hem na een week fataal. ,,Wat een manier van doodgaan'', verzucht de gesel van de Wehrmacht. Scott kreeg een Oscar voor zijn rol.

Patton (1970, VS, F.J. Schaffner), zaterdag, BBC2, 00.45-3.25u.