Huisartsen

Reeds eerder gaf deze krant blijk van een geheel eigen visie op de problemen in de huisartsenzorg, en de financiële situatie waarin huisartsen verkeren. Dat is natuurlijk ook een goed journalistiek recht en een voorwaarde voor een krant met een eigen gezicht.

Het wordt echter iets anders, wanneer die krant, bij monde van redacteur Van Koolwijk, op 10 mei onder de kop `Duur akkoord huisartsen' een volstrekt onjuist beeld schetst van het principe-akkoord tussen de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over een verhoging van de praktijkkostenvergoeding voor huisartsen. Tevens worden en passant nog wat cijfers verstrekt die weer eens aantonen dat met cijfers alles bewezen kan worden, mits je bereid bent feiten en eigen mening klakkeloos aan elkaar te koppelen.

Het artikel geeft geheel juist weer dat sprake is van een verhoging van de praktijkkostenvergoeding met 250 miljoen gulden. Geheel onjuist is vervolgens de opmerking dat de verdeling van dit extra geld afhankelijk is van de lokale situatie waarin de huisarts zijn vak uitoefent. Niets is minder waar. De genoemde 250 miljoen is een macro-bedrag dat verwerkt moet worden in de normomzet van iedere huisarts. Los van dit bedrag is echter tevens afgesproken dat op lokaal niveau gekeken zal worden naar die praktijkkosten die de normvergoeding overstijgen als gevolg van de lokale situatie. Denk bijvoorbeeld aan de hoge prijzen van onroerend goed in delen van dit land. Die kosten kunnen per huisarts verschillen, en zullen op basis van de afspraken dan eveneens voor vergoeding in aanmerking komen.

In de analyse van het huisartsenconflict van de laatste weken komt het vervolgens tot een vergelijking van appels en peren. Er wordt een uurtarief voor het inkomen van de huisarts uit de hoge hoed getoverd dat neerkomt op een werkweek van rond de 40 uur. Zonder de avond-, nacht- en weekenddiensten ligt dit getal al ver boven de 50 uur. En de LHV-claim van 60.000 gulden voor een verhoging van de praktijkkostenvergoeding wordt zonder blikken of blozen gewijzigd in een claim voor een inkomensverhoging.