Hollands Dagboek: Jan de Jonge

De sociale dienst van Amsterdam is onbestuurbaar, stelde accountants- bureau KPMG onlangs. Twee directeuren vertrokken. Minister Vermeend stuurde een onderzoeks- team. Interim- directeur Jan de Jonge (1940) moet orde op zaken stellen bij de dienst. Hij is getrouwd en heeft drie dochters.

Donderdag 3 mei

05.30 uur: Vogels fluiten mij uit bed voor een stevige oefening op de ergometer. Jacoba en ik ontbijten altijd samen; wij bespreken de activiteiten van vandaag en het weekend.

07.00 uur: wegens vakantie zijn er geen files. Ik geniet van het ijle groen op bomen en struiken. Om 08.00 uur is er nog niemand op het stadhuis en ik besteed een uur aan het lezen van rapporten. Interessant is een onderzoek, waarin de sociale dienst van Amsterdam wordt vergeleken met 47 andere. Amsterdam scoort daarin uitstekend op twee van haar drie hoofdtaken: het verstrekken van inkomens en de zorgtaak (de zogenaamde sociale activering). Alleen mensen aan werk helpen, doet de dienst relatief slecht. Wel werkt Amsterdam met de helft minder medewerkers per honderd cliënten dan de andere. Geen wonder, dat de dienst niet aan al haar taken toekomt. Het gemeentebestuur blijkt echter niet onder de indruk van deze gegevens en wil pas meer medewerkers aanstellen als er betere resultaten zijn. Een heerlijke vicieuze cirkel!

Eerste programmapunt is een overleg met wethouder Köhler, medewerkers van de bestuursdienst, mijn mededirecteur, Paul van Vliet en twee stafleden. Wij spreken vooral over Tandje Hoger, een project om in drie jaar tijd tenminste 40 procent van alle cliënten aan werk te helpen en nog eens 40 procent te activeren door scholing en dergelijke. Een buitengewone krachtsinspanning voor deze zwaar belaste dienst. Dit plan was mede oorzaak van de commotie, die onlangs heeft geleid tot het opstappen van twee directeuren. Mijn eerste opdracht is dan ook om te zorgen voor een gewijzigd plan van aanpak, dat het college reeds volgende week wil bespreken.

Intussen is het onderzoek van minister Vermeend vandaag begonnen. Zijn accountants hebben zich met duizend dossiers teruggetrokken en werken geïsoleerd van onze medewerkers. Ik hoor dat hun werkopdracht veel verder gaat dan alle gebruikelijke controlemethoden.

Met Paul en Kees, hoofd Beleid, naar het Rosarium in de Amsteltuin, waar een werkgroep al drie dagen bezig is aan een actieplan voor het hele functioneren van de dienst. 's Middags naar het hoofdkantoor voor enkele kennismakingsgesprekken.

Bij thuiskomst blijkt onze gast uit Sint Petersburg net aangekomen. Via een scala van onderwerpen komen wij op de maatschappelijke en economische ontwikkelingen in Rusland, waarover hij toch wel redelijk positief gestemd is. De rest van de avond wordt besteed aan lezen van stukken.

Vrijdag

Om 07.30 uur rijd ik met Trijn van Oijen, hoofd Personeel, naar Amsterdam. Onderweg evalueren wij de inbreng van gisteren en praat zij me bij op personeelsgebied. Het hoge ziekteverzuim is zorgelijk. Later op het hoofdkantoor maak ik kennis met gemeenteraadslid Hooijmaijers, enthousiast en goed op de hoogte. Hij geeft zijn visie op de politieke opvattingen over de sociale dienst.

's Middags verdiep ik mij verder in het ziekteverzuim. Dit is gemiddeld 15 procent en op sommige afdelingen structureel hoger. Het wordt veroorzaakt door de grote werkdruk ten gevolge van snelle wijzigingen van regelgeving, uitbreiding van taken, voortdurende reorganisaties en agressie van cliënten. Het werk bij de sociale diensten is in korte tijd enorm verzwaard. Vroeger hield men zich vrijwel uitsluitend bezig met het verstrekken van uitkeringen. Daarna kwam de gerichte armoedebestrijding met bijzondere bijstand, waarbij de medewerker zelf moet beoordelen of de cliënt recht heeft op een extra uitkering. Later drong het besef door dat er misbruik van uitkeringen werd gemaakt en kwam er een controletaak bij. Sinds enkele jaren moet de medewerker de cliënt weer aan het werk krijgen. Allemaal terechte eisen. Maar voor de extra werkzaamheden zijn nauwelijks extra medewerkers aangesteld.

Op weg naar huis tegen 19.00 uur realiseer ik mij dat het 4 mei is. Vroeger regelmatige deelnemers aan de dodenherdenking, komen wij daar tegenwoordig bijna nimmer meer aan toe. Terwijl ik de vlag halfstok hijs, gaan de gedachten naar familieleden van een oudere generatie, die zich gaven voor de vrijheid waarin wij nu leven.

Zaterdag

's Ochtends naar Rotterdam voor de gebruikelijke roei-oefening in de acht. Het is koud maar zonnig. Wij worden stevig aangepakt door onze stuurvrouw als voorbereiding van wedstrijden volgend weekend.

Thuis ben ik nog net op tijd voor een verjaardagspartij in onze buurt.

Zondag

Onze zondagse roei-ochtend: Jacoba met vier vrouwen in een dubbelvier; ik pak de skiff en roei de Eem af naar het Randmeer, tegen de straffe wind in. De rivier is prachtig. Op het laatste rechte stuk naar de Eemmond worden de golven te hoog en maak ik rond. De terugweg leg ik met harde halen af. Een goede training, die het hoofd helder maakt voor de nieuwe week.

De middag wordt besteed aan verder inlezen, grasmaaien en een borrel in Den Haag voor een tachtigjarige achternicht. 's Avonds stukken lezen voor morgen.

Maandag

Om 10.00 uur op het stadhuis een kennismaking met Pauline Krikke, wethouder Economische Zaken en Werkgelegenheid. Ik kan niet voorbijgaan aan de geruchten over haar mogelijke benoeming tot burgemeester van Arnhem. Maar al snel gaat het gesprek over de dienst. Zoals ik al had verwacht, toont zij zich zeer geïnteresseerd. Wel drukt zij mij op het hart dat alles op alles moet worden gezet om Tandje Hoger uitgevoerd te krijgen. Door de ontstane impasse zijn kostbare maanden verloren gegaan. Het is nu of nooit, vanwege de gunstige arbeidsmarkt.

Aansluitend een overleg met directeuren van instanties die zich toeleggen op werkvoorziening (sociale werkplaatsen) en arbeidstoeleiding (mensen aan een baan helpen). Twee daarvan: de stichting Maatwerk en de N.V. Werk, helpen in onze opdracht cliënten aan het werk te krijgen. Onder de besliste leiding van de wethouder wordt gesproken over voortzetting en uitbreiding van deze uitbesteding.

Razendsnel terug naar de dienst, waar ik nader op de uitbesteding inga met de regiomanagers en stafhoofden.

Na nog wat korte individuele gesprekken, komt om 17.30 uur mijn collega Ruut van Dam van Custom Management. Hij is mijn schaduwpartner, die als klankbord optreedt en eventueel voor mij kan inspringen. Ofschoon ook hij een man uit het bedrijfsleven is, heeft hij ook veel ervaring bij de overheid. Later op de avond gaan wij even samen eten.

Dinsdag

07.00 uur: vandaag heb ik een student-chauffeur om onderweg de stukken door te lezen voor nog een vergadering met de wethouder over Tandje Hoger. Het kost veel tijd om onze ideeën en die van de bestuursdienst op elkaar af te stemmen. Het gaat weer over de uitbestedingscontracten.

Snel naar kantoor voor een directievergadering. In korte tijd werken wij ons door een paar dikke stukken. Het gaat ook over andere zaken dan Tandje Hoger, want er is veel blijven liggen in de afgelopen maanden. Ik informeer naar het Vermeend-onderzoek; hierover krijgen wij geen mededelingen.

's Middags open ik een workshop over de opvang na agressie. De sociale diensten worden hiermee steeds vaker geconfronteerd. Een verbijsterend verschijnsel, waardoor medewerkers `met cliëntcontacten' het gemiddeld maar zes jaar in die functie uithouden!

Later op de middag overleg ik met het dagelijks bestuur van de ondernemingsraad, dat zich zeer constructief opstelt en graag wil meedenken over de ontwikkelingen. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt!

Ten slotte spreek ik met de regiomanagers, die betrokken zijn bij de uitbesteding van werkzaamheden. Ik hoor overigens, dat het eerste contact met de NV Werk vanochtend is mislukt. Deze stelt zich op het standpunt dat er niet over voorwaarden gesproken hoeft te worden omdat de gemeenteraad toch al besloten heeft dat de NV onze opdrachtnemer zal zijn. Maar er zullen toch afspraken moeten komen, dus ik zal een stevig gesprek met de directeur voeren.

19.30 uur thuis, de gebeurtenissen van dag doorgesproken met Jacoba en de avond is voor de onvermijdelijke stukken.

Woensdag

In de auto neem ik het uitbestedingscontract voor de laatste maal zorgvuldig door. Voor het eerst zie ik alle bijlagen! Om 08.00 uur leg ik mijn aantekeningen klaar voor de afdeling juridische zaken. Ik worstel mij, nu weer zelf rijdend, door het verkeer naar de Herengracht voor een werkbezoek aan het regiokantoor Centrum (60 medewerkers). Een speciale Balie voor Werk & Inkomen zorgt hier dat mensen aan werk geholpen worden. Met veel succes: het aantal mensen dat hier in een uitkering terechtkomt, is in één jaar gehalveerd. Ook in deze regio is sprake van agressie, die merkbaar toeneemt telkens als de dienst slecht in het nieuws is.

Later bezoek ik de Werkwinkel: een samenwerkingsproject tussen de dienst en vijf andere instanties. Hier worden jaarlijks ongeveer 2000 klanten `behandeld'. Deze cliënten behoren voor tweederde tot de zogenaamde fase 4: met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Van hen wordt eenderde toch aan betaald werk geholpen en eenderde wordt sociaal geactiveerd. Ik vind dit een groot succes. Na een tussenstop op het hoofdkantoor rijd ik naar Noord voor een derde kennismakingsbezoek.

Ik ben er van overtuigd geraakt, dat deze dienst uit het dal kan krabbelen waarin hij terecht is gekomen. Wel hoop ik, dat de heibel als het onderzoek van Vermeend klaar is, de dienst niet opnieuw ernstig zal schaden. Het blijft spannend!

Intussen is het avond geworden. Op weg naar huis ga ik langs de roeivereniging, waar ik iets te laat aankom voor de instructie die ik moet geven. Met twee pupillen in skiffs varen wij een eind de Eem op. Het water is helderblauw, het barst van de vogels, kortom het is weer schitterend.

De agressie neemt merkbaar toe als de dienst slecht in het nieuws is