Een kijkje in de keuken van een mysterieus kantoor

Zoals theaterbezoekers na afloop het toneelstuk bespreken, zo bespreken de acteurs na afloop het publiek. Werd er veel gekucht? Nee, het was `een goed kuchpubliek'. Ze kuchten netjes tussen de scènes in, als bij de opera. Ging er weer eens een mobiele telefoon af in de zaal? Vréselijk, de spelers waren volledig uit hun concentratie. Helemaal erg is het publiek dat weigert op te komen dagen.

In de driedelige documentaireserie Toneelgroep Amsterdam van Niek Koppen is het toneel eens vanaf de andere kant te zien. Een seizoen lang kon Koppen vrijuit filmen bij repetities, in de kleedkamers, bij vergaderingen van TGA, verreweg het grootste toneelgezelschap van ons land. Net als in zijn succesrijke vorige film De keuken van Kok, waarvoor hij een verkiezingscampagne van de PvdA volgde, krijgen we een interessante kijk achter de schermen van een belangrijk nationaal instituut.

Koppen filmde een cruciaal seizoen waarin artistiek leider en mede-oprichter Gerardjan Rijnders na dertien jaar troonsafstand doet ten faveure van de Vlaamse regisseur Ivo van Hove. In enkele rake scènes weet Koppen het verschil in bestuursstijl tussen de twee te tonen. De stevig rokende Rijnders in zijn slonzige sportschoolhemdjes ademt veel rust, routine en gemoedelijkheid uit. Van Hove in zijn keurige zwarte pakken (,,Ik vind dat vanaf nu het woord `directeur' gebruikt moet worden'') ziet er nogal kil en opgefokt uit.

Rijnders staat bekend als een afstandelijke man, maar vergeleken met Van Hove komt hij over als een wat slordige, warme vader van een grote toneelfamilie. TGA is duidelijk zijn gezelschap. Wat dat betreft stemt de documentaire ook treurig; Koppen filmde in feite het einde van een toneelgezelschap.

Van Hove moet schipperen tussen de gewenste verandering en de zware erfenis van Rijnders. In de ogen van zowel het personeel als van Van Hove zie je dan ook de angst voor de botsingen die komen. Treffend in dit verband is het laatste beeld, de openingsscène van Van Hove's eerste TGA-productie The Massacre at Paris. Onder dreigende muziek verschijnt de nieuwe koning op het toneel, met op zijn mantel een enorme schietschijf.

Naast de troonsopvolging neemt Koppen als rode draad de productie van twee toneelstukken, waarbij hij het geluk had dat de eerste, De Cid, een succes was en de andere, Jeanne d'Arc van de slachthuizen, een mislukking. Zowel het succes als de mislukking lijken al vanaf de eerste dag vast te liggen. Bij de eerste lezing van De Cid vertelt Rijnders in twee zinnen hoe hij het geportretteerde Spaanse hof ziet - geen groots vertoon, geen machtscentrum, maar een kleine, half-debiele incestueuze gemeenschap. En dat is meteen zo vanzelfsprekend en raak dat De Cid niet anders dan een succes kon worden, al is dat natuurlijk een reconstructie achteraf.

Bij Jeanne 'd Arc van Brecht laat de nerveuze, baardloze, Duitse regisseur meteen bij de eerste ontmoeting al weten dat hij het stuk niets vindt. Tijdens de repetities zie je de acteurs steeds ongelukkiger en vermoeider worden. Premier Wim Kok, dit keer in een bijrol als toeschouwer, mag na afloop tegen de regisseur het vernietigende oordeel uitspreken: ,,Die woorden van Brecht waren ook in mijn vakbondstijd al enigszins achterhaald.''

In vele opzichten, en dat is al een ontluistering, is TGA een doodgewoon kantoor met honderd man personeel. Er wordt vergaderd, veel vergaderd; over de lunchpauzes, over het niet kennen van het personeel in belangrijke kwesties. De werknemer meldt zich ziek, de werknemer wordt vader. Er zijn personeelsfeestjes; het afscheid van een acteur die 65 jaar wordt bijvoorbeeld, met sketches over het drankmisbruik van de gepensioneerde. Erg leuk zijn de repeteergrappen: bij iedere première komen de oude actrices Ellen Vogel en Mary Dresselhuys binnenschuiven, Hans Kesting is altijd met zijn tekkel bezig, Roeland Fernhout is eeuwig op zoek naar zijn moeder.

Koppen laat precies zien hoe een toneelstuk tot stand komt – decors bouwen, verkleden, repeteren – maar tegelijkertijd komen we eigenlijk niets te weten over toneel maken, over de magie van het theater: net doen alsof je iemand anders bent en daarmee toeschouwers doen lachen, huilen en peinzen. Koppen filmde trefzeker en virtuoos alle voorwaarde-scheppende zaken, maar hij geraakt niet tot de kern, en houdt zo het mysterie in stand. TGA lijkt misschien op een gewoon kantoor, maar wel een bedrijf met een zeer vaag eindproduct.

Onthullend is de scène waarin Pierre Bokma vlak voor een voorstelling als een bezetene zijn schoenen poetst. Daarna haalt hij met zijn medespeelster minutieus alle pluisjes en stofjes van het podium. Met dit soort rituelen, met alle heisa eromheen, zie je de acteurs ook worstelen met de ongrijpbaarheid van hun werk.

Toneelgroep Amsterdam, NPS, zondag, 19.30-20.30u.