Doodgewone straf

In de federale gevangenis van Terre Haute, Indiana, was alles in gereedheid gebracht om Timothy McVeigh woensdag een dodelijke injectie te geven. Gisteren werd besloten de executie tot 11 juni uit te stellen. De bommenlegger van Oklahoma City blijkt in de VS ongewild een pleitbezorger van de doodstraf.

De doodstraf is heel gewoon in Amerika. Negen jaar geleden vloog Bill Clinton tijdens de presidentsverkiezingen even naar Arkansas, waar hij gouverneur was, om de doodstraf goed te keuren van een man wiens hersens zo beschadigd waren dat hij het toetje van zijn galgenmaal wilde bewaren om het later op te eten.

Clinton is zonder probleem tweemaal gekozen. Ook de finalisten in de verkiezingen van vorig jaar, Bush en Gore, waren voorstanders van de doodstraf. Daarmee was het geen onderwerp van debat en viel er voor Amerikanen niets te kiezen. De meerderheid heeft daar ook geen behoefte aan, zeker niet nu de grootste terrorist uit de Amerikaanse geschiedenis op het punt staat te worden geëxecuteerd in de federale strafgevangenis van Terre Haute in de staat Indiana.

McVeighs dood heeft vertraging tot 11 juni opgelopen doordat de FBI duizenden documenten blijkt te hebben achtergehouden. Ook de president van de Verenigde Staten kan intussen nog roet in het eten gooien. Ongevraagde gratie, studie naar de zuiverheid van de doodstraf, dat soort dingen. Het zou voor George W. Bush een stijlbreuk zijn, in Texas werden op zijn gezag 152 doodvonnissen voltrokken. Verijdeling van de executie zou een onmiskenbaar voordeel hebben: de man die in 1995 de dood van 168 mensen in Oklahoma City op zijn geweten nam, zou voor één keer niet zijn zin krijgen. Doorleven is het laatste wat hij wil.

McVeigh domineert al maanden het nieuws in Amerika. Alles is bekend over zijn jeugd als sleutelkind, als kampioensschutter in de Golfoorlog, vaste klant in het circuit van wapenliefhebbers, ontgoocheld kandidaat voor de `special forces' en tenslotte `gewapend tegenstander' van de federale staat naar aanleiding van de hardhandige overmeestering van een sekte in Waco, Texas, die tachtig slachtoffers maakte.

De koele moordenaar, die in 1997 werd veroordeeld, doet geen beroep op juridische procedures die zijn leven kunnen verlengen. Hij is zo vol overgave bereid te sterven in de handen van zijn gehate federale staat, dat een legioen engelen der wrake nu spottend over `federale hulp bij zelfdoding' spreekt. Dat gunnen zij deze berouwloze bommenlegger niet. Slachtoffers en families van slachtoffers hopen dat zijn dood verlichting zal brengen van hun pijn. De exclusieve tv-verbinding die zij krijgen met de federale gevangenis in Indiana moet hen daarin bijstaan.

Als McVeigh afziet van verder uitstel en Bush trouw blijft aan zijn staat van dienst in Texas, waar de doodstraf veertig keer zo vaak wordt toegepast als in New York, dan eet McVeigh op 11 juni zijn galgenmaal. Hij mag bestellen wat hij wil, zolang het niet meer kost dan twintig dollar, en geen alcohol, tabak of verdovende middelen bevat. Het verzoek van een vooraanstaand vegetariër McVeigh het recht te ontzeggen nog een dode te maken (in dit geval een onschuldig dier), is door de federale gevangenisdienst afgewezen.

Voor tegenstanders van de doodstraf zijn dit moeilijke maanden. Uit enquêtes blijkt dat McVeigh ongewild een perfecte pleitbezorger van de dood-door-de-overheid is. Zelfs Amerikanen die normaal tegen de doodstraf zijn, hebben deze keer hun bezwaren ingeslikt. Volgens een recente USA Today-peiling geldt dat voor meer dan de helft van de 38 procent van de Amerikanen die anders tegen de doodstraf zijn. 81 procent van de ondervraagden bij deze enquête wil dat McVeigh sterft.

Dat suggereert een zeer ruime steun voor een systeem dat alleen veelvuldiger wordt toegepast in China, Iran, Saoedi-Arabië en Congo. Maar zo eenvoudig is het niet. De steun voor de doodstraf loopt na een hoogtepunt in 1996 de laatste jaren geleidelijk terug. 63 procent van de Amerikanen is nu voor de doodstraf bij moord, tegen 77 procent vijf jaar geleden. Deze steun voor de doodstraf zakt onder de 50 procent wanneer de ondervraagden de keus krijgen tussen doodstraf en levenslang zonder kans op vervroegde invrijheidstelling: 46 procent kiest dan voor de doodstraf, terwijl 45 procent in dat geval de voorkeur geeft aan levenslang.

Wilde Westen

De doodstraf bestaat zolang Amerika er is. Het land was groot, de mensen kenden elkaar niet en hadden reden wantrouwig te zijn. Het waren niet altijd de meest zachtzinnige elementen die nieuwe streken kwamen verkennen. Dat pioniersinstinct heerst nog steeds, ook in het postindustriële suburbia waar het merendeel van de Amerikanen tegenwoordig woont. Ook keurige gepensioneerde ingenieurs van het waterleidingbedrijf kunnen felle voorstanders van vrij wapenbezit en de doodstraf zijn alsof zij nog in het Wilde Westen wonen.

Er zijn in de Verenigde Staten altijd tegenstanders geweest, maar zij hebben afschaffing zelden binnen bereik gezien. Even leek het er op, toen het Supreme Court in 1971 oordeelde dat de doodstraf ,,een wrede en ongerechtvaardigde straf'' was, in strijd met het achtste en het veertiende amendement op de Grondwet. Veel staten, vooral de zuidelijke, waren furieus op deze inbreuk in hun zelfstandigheid. Regionale politici spraken van ,,een vrijbrief voor anarchie, verkrachting en moord''. Binnen twee jaar hadden 28 staten nieuwe wetten aangenomen die het Supreme Court-vonnis ontkrachtten en honderd nieuwe ter dood veroordeelden opleverden. Een golf van verontwaardiging, aangewakkerd door de populaire pers, deed de rest. Het Hof hief in 1976 het verbod op met een openlijke verwijzing naar de publieke behoefte aan de doodstraf.

De criminoloog Franklin Zimring, toonaangevend kenner van de doodstraf, verbonden aan de Universiteit van Californië (Berkeley), schreef (met Gordon Hawkins) in zijn handboek Capital Punishment and the American Agenda (Cambridge University Press, 1986) dat de herinvoering van de doodstraf in '76 meer een trendbreuk was dan de als `radicaal' afgeschilderde afschaffing vijf jaar eerder. In de eerste helft van de eeuw behoorden de Verenigde Staten tot de landen die voorgingen in de beweging naar afschaffing van de doodstraf. Michigan (1846), Rhode Island (1852) en Wisconsin (1857) deden de galg de deur uit voordat Portugal (1876) en Nederland (1870) als eerste Europese landen de doodstraf afschaften. Het gebruik was na de Tweede Wereldoorlog in de hele VS gestaag teruggelopen tot enkele gevallen in de late jaren '60.

In '76 verwierven de staten zich de vrijheid pas goed een eigen theorie over nut en noodzaak van de doodstraf te vormen. Sindsdien zijn in het land 711 doodvonnissen voltrokken, waarvan dit jaar alleen al 28. Het gemiddelde ligt de laatste jaren tegen de honderd. Verreweg het meest gebruikt is de dodelijke injectie (546 keer, toegepast in 36 staten), gevolgd door de elektrische stoel (149 keer, in tien staten), op grote afstand gevolgd door de gaskamer (11 keer, in 5 staten), de galg (3 keer, in 2 staten) en het vuurpeloton (2 keer, 2 staten).

Drugshandel

De federale doodstraf kwam pas terug toen het Congres in '88 draconische wetgeving tegen de drugshandel aannam. In '94 werd de federale toepasbaarheid van de doodstraf uitgebreid tot zestig misdrijven, sommige ook zonder moord. De aanstaande injectie van Tim McVeigh is overigens de eerste federale executie sinds 1963. President Clinton zag acht jaar kans zijn handen schoon te houden. De beslissing over de executie van drugsmoordenaar Raul Garza, door Clinton te elfder ure uitgesteld, komt vóór juni toe aan George W. Bush.

Het belangrijkste argument vóór de doodstraf is altijd: voorkomen dat een misdadiger zijn heilloze praktijken herhaalt. Maar ook vergelding is een vast punt: `oog om oog, tand om tand', `wie doodt verdient de dood'. Het derde argument is de afschrikwekkende werking.

The New York Times haalde dat argument onderuit met een een groot onderzoek vorig jaar, waaruit bleek dat staten zonder doodstraf lagere misdaadcijfers hebben dan staten mét. Die cijfers gaan op en neer volgens landelijke trends die losstaan van het hebben van de doodstraf.

Voorstanders wuiven dat soort gegevens weg. Afschrikwekkende werking is een dogma.

Vervolg op pagina Z2 (32)

Doodgewone straf

Vervolg van pagina Z1 (31)

In die visie zou openbare executie het beste passen, maar daar deinst men over het algemeen van terug. In het geval-McVeigh is de laatste maanden heftig gediscussieerd of openbare terechtstelling, bijvoorbeeld op televisie, gepast was. McVeigh wil wel, hoe meer kijkers hoe meer vreugd. Maar minister van Justitie Ashcroft besloot dat alleen beperkte transmissie van de beelden voor de families nuttig kon zijn. Iedere vorm van martelaarsdom wil hij vermijden. De rechter steunde de minister daarin en wees de eis af van een internet-pornobedrijf dat de executie live via internet wilde verspreiden tegen een vergoeding van 1,95 dollar per aansluiting. Het argument dat de opbrengst naar een goed doel zou gaan kon de rechter niet vermurwen.

Amerika houdt de doodstraf in leven, maar deinst terug voor al te veel kermis, al zitten tijdens de executie 1.400 journalisten voor 1.146,50 dollar ieder in de tent van een partycenter in de buurt van de executie om verslag te doen. Het aantal echte getuigen wordt sterk beperkt. In de operatiekamer des doods in Virginia demonstreerde de beul tijdens een recent bezoek hoe gordijnen de nabestaanden van het slachtoffer en de aanstaande nabestaanden van de dader aan elkaars gezicht onttrekken. ,,Dat voorkomt onnodige extra spanningen.''

In Terre Haute, de enige federale strafgevangenis waar de doodstraf wordt uitgevoerd, zullen drie groepjes getuigen aanwezig zijn: enkele familieleden van de slachtoffers, tien journalisten en vijf genodigden van McVeigh zelf. Onder de laatsten bevindt zich de schrijver Gore Vidal, die met McVeigh in een briefwisseling over mensenrechten verzeild is geraakt.

Moratorium

De tijdelijke populariteit van de doodstraf lijkt een voorspelbare rimpel in een tegengesteld patroon. Vorig jaar kreeg de twijfel-beweging de wind in de rug doordat gouverneur Ryan van Illinois een moratorium afkondigde. Aanleiding waren dertien gevallen in dertien jaar van ernstige juridische fouten bij de totstandkoming van doodvonnissen. De pro deo-advocaat van de verdachte had het er volkomen bij laten zitten, of politie en openbaar ministerie waren met dubieus bewijs gekomen. Meestal ging het om leden van minderheden.

De onderzoekingen legden problemen onder het vergrootglas die allerminst uniek waren voor Illinois. 93 Amerikaanse ter dood veroordeelden waren sinds de hervatting vrijgelaten wegens grove procesfouten. Het wordt steeds duidelijker dat het om een topje van een ijsberg gaat. Nieuwe technieken voor DNA-onderzoek hebben de ontdekking van onschuldige moordenaars en verkrachters alleen maar versneld. Het voorbeeld-Illinois sloeg aan, temeer daar Ryan een Republikein is, die in principe voor de doodstraf is.

Intussen behandelt de helft van de 38 staten die de doodstraf kennen wetsvoorstellen voor een moratorium. Die komen niet moeiteloos door de statelijke volksvertegenwoordigingen, maar het klimaat verandert: The Washington Post vond in een recent opinieonderzoek dat 51 procent van de ondervraagden alle executies wil stop zetten totdat een commissie heeft uitgezocht of de doodstraf eerlijk wordt toegepast. Het Supreme Court buigt zich op het ogenblik over de vraag of het ter dood brengen van geestelijk gehandicapten grondwettelijk is. Een negatief antwoord zou de toepassing van de doodstraf van heel wat klandizie beroven.

Voorstanders van de doodstraf doen er alles aan de landelijke moratoriumbeweging af te remmen. Zij stellen dat het tiende amendement op de Grondwet de staten het recht geeft de doodstraf in hun wetgeving op te nemen. Bovendien, zeggen zij, hebben een half miljoen gevallen van moord en doodslag sinds de herinvoering van de doodstraf in '76 tot maar 5.000 doodstraffen geleid.

Tegenstanders van de doodstraf hebben geleerd dat zij verder komen met het wijzen op de gebreken in Amerika's strafprocesrecht dan door morele argumenten te hanteren. Ook bij de nabestaanden van de massamoord in Oklahoma blijkt dat men verdeeld is over nut en toelaatbaarheid van de doodstraf. Ongelovigen en gelovigen vinden elkaar op beide oevers. Waar weinig Amerikanen omheen kunnen is de wetenschap dat tientallen of meer landgenoten ten onrechte zijn veroordeeld.

Een studie waar de Columbia University Law School in New York tien jaar aan werkte, leverde vorig jaar wat dit betreft verpletterende aanwijzingen op. Men ontdekte dat zeven van de tien terdoodveroordelingen in hoger beroep wegens allerlei fouten onhoudbaar bleken. In 7 procent van de gevallen werd de veroordeelde in federaal hoger beroep niet eens schuldig bevonden, laat staan dat hij de doodstraf verdiende. Overigens komt hoger beroep relatief weinig voor: de meeste pro deo-advocaten nemen de moeite niet.

Verkettering

Afschaffing van de doodstraf is nog lang niet aan de orde. Zelfs de `moratoriumstrategie' hapert op het ogenblik. Maar ook in het federale Congres heeft men zich de zaak aangetrokken. In maart dienden senatoren van beide partijen een wetsvoorstel in om de ergste gebreken in het strafprocesrecht te ondervangen. Men wil het gebruik van DNA bevorderen door het bewaren van biologisch bewijsmateriaal verplicht te stellen. In de tekst probeert men minimumgaranties voor de kwaliteit van de rechtshulp vast te leggen zonder overigens iets te doen aan het niveau van betaling dat zelfs advocaten van goede wil belet serieus werk in strafzaken te leveren.

De onterecht veroordeelden die de laatste jaren op vrije voeten zijn gekomen, hebben dat te danken aan commerciële advocaten en activisten die zich hun lot aantrokken. Als gouverneur van Texas toonde George W. Bush zich ongevoelig voor de ook daar bestaande kritiek op de kwaliteit van de rechsthulp. Het moet blijken of hij daar als `conservatief president met een hart' anders over denkt. Een eventuele wet zal zijn bureau in het Oval Office met een handtekening moeten verlaten.

De president moet tussen Scylla en Charybdis koersen. De doodstraf is net zo'n eeuwig Amerikaans onderwerp als abortus, pornografie en gebed op school. Bush riskeert verkettering van zijn conservatieve achterban én meedogenloze spot van de rest van het land. NBC's praatmeester voor de late avond, Jay Leno, neemt Bush regelmatig op de hak met grappen als: ,,Bush' idee van energiebesparing is het gebruik van zonne-energie om misdadigers in te bakken.'' Al Gore geniet voor één keer van zijn rust.