DE ALLERLAATSTE MIDDENSCHOOL

In Groningen staat de enig overgebleven Middenschool van Nederland. Over een paar jaar moet de school toch echt cijfers gaan geven.

`We hebben een raar rapport joh!'' zegt Emy Koers. Ze is leerlinge uit het derde jaar van de Leon van Gelder Middenschool. ``Ja, het is heel dik en er staan geen cijfers in'', vult haar schoolgenoot Tim de Groot uit het tweede jaar aan. Emy: ``We moeten zelf commentaar schrijven hoe het gaat op school. En dan schrijf ik dat ik het wel goed vind gaan en dan vindt de leraar van zo'n vak dat helemaal niet.''

De Leon van Gelder Middenschool, onderdeel van het Reitdiep College in Groningen, is de enige Middenschool die Nederland nog rijk is. Het is ook de enige school die geen kwaliteitskaart krijgt van de Inspectie, omdat de school geen examens afneemt en geen cijfers geeft. Directeur Hans van der Molen: ``Ja, dat rapport is niet echt een rapport waar je bij je opa en oma mee aan kan komen. Maar na vier jaar hebben de leerlingen wel een complete portfolio van wat ze allemaal geleerd hebben.''

De school mag zich officieel geen Middenschool meer noemen, maar na vier jaar krijgen leerlingen van de Leon van Gelderschool nog altijd wèl een officieel Middenschooldiploma uitgereikt. Hiermee kunnen ze doorstromen naar het mbo of de bovenbouw van havo of vwo, afhankelijk van het niveau dat ze in de vier jaar hebben bereikt. Leerlingen volgen een individuele leerroute en in principe kan niemand blijven zitten.

De Groningse school bestaat sinds 1979. Het toenmalige gemeentebestuur van Groningen was een belangrijke motor achter de stichting. Huidig burgemeester en toenmalig wethouder Onderwijs Jacques Wallage was een fervent voorstander. De school werd gesticht in de wijk Vinkhuizen, die gold als een dwarsdoorsnede van de samenleving. Een van de hogere doelen van de Middenschool was indertijd om kinderen van alle gezindten en uit alle milieus samen met elkaar op school plaatsen, om de gelijkheid te bevorderen.

In de praktijk pakte dat anders uit. Het overgrote deel van de kinderen kwam van heinde en verre en de kinderen uit de wijk waren in de minderheid. Nu is dat anders: ``De helft van de bijna 500 kinderen komt uit de omliggende wijken, maar het voedingsgebied van de school is nog steeds erg groot: van Assen tot het uiterste puntje van Groningen'', aldus Hans van der Molen. ``Er is nog steeds een groep ouders én kinderen die bewust kiest voor deze manier van onderwijs.''

principes

Van der Molen werkt sinds 1981 op de Middenschool. Zijn adjunct-directeur Barend Sweigman is vanaf het prille begin bij de school betrokken. Van de vier principes waarmee de Middenschool indertijd is begonnen, staan er nog drie overeind: uitstel van de studie- en beroepskeuze tot het vierde jaar, verbreding van het leeraanbod èn aandacht voor de individuele en sociale ontwikkeling. Het gelijkheidsideaal, iedereen samen in de klas, is verlaten. Barend Schweigman: ``Helaas is de Middenschool indertijd beland in een politiek ideologische discussie over gelijkheid waar iedereen zijn stellingen betrok en er niet meer af kwam. Daarmee is ook de pedagogische visie ondergesneeuwd. Maar juist die pedagogische visie is in deze school heel belangrijk en is in de afgelopen twintig jaar verder ontwikkeld. Gelijkheid is geen streven meer, inderdaad, maar leerlingen komen hier nog altijd met iedereen in aanraking en begrip en erkenning voor andere religies en culturen zijn een nadrukkelijk onderwerp in onze lessen en projecten.''

Een belangrijk onderdeel van de pedagogische visie is de intensieve mentorbegeleiding en de brede oriëntatie op de samenleving. Op het moment dat leerlingen de school binnenkomen, krijgen ze een of twee mentoren die tot het eind van de schoolloopbaan meegaan. Leerlingen hebben ook een vaste groep docenten die vier jaar met hen meereizen. Deze docenten geven de eerste drie jaar met elkaar een breed pakket aan vakken: talen, wiskunde, natuur, mens en maatschappij, techniek, verzorging, economie, informatica en beeldende vakken. Mens en maatschappij is een samenvoeging van aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer. Natuur is een samenvoeging van natuurkunde, scheikunde en biologie. Linda Vree is lerares biologie en geeft het vak natuur tot het vierde jaar. Ze is niet bevoegd voor natuurkunde en scheikunde maar heeft volgens eigen zeggen genoeg in huis om de vakken te kunnen geven. Vree: ``Voor iedere les een andere leraar levert alleen maar onrust op en gebrek aan samenhang tussen de vakken.''

In de lessen wordt door de leerlingen veel samengewerkt in groepen. In het eerste en tweede jaar gebeurt dat in tafelgroepen met alle niveaus door elkaar. In het derde jaar werken leerlingen van hetzelfde niveau vaker in tweetallen. De resultaten worden naast een geschreven rapport ook weergegeven in het niveau. Per vak kan een leerling op een ander niveau scoren. Derdejaars Emy Koers: ``Ik heb met Duits een havo/atheneum-niveau en de rest lager.''

Naast de `normale' schoolvakken is er veel tijd ingeruimd voor mentoruren en werken met taken. Leerlingen kunnen niet blijven zitten. ``Bij tegenvallende resultaten wordt de begeleiding zwaarder. Docenten en mentoren houden een leerling extra in de gaten en maken afspraken over de aanpak.''

In het derde leerjaar is er het vak oriëntatie. Emy: ``Je gaat bij bedrijven en opleidingen kijken en je moet een dag stage lopen. Ik ga naar een kinderdagverblijf.''

Drie keer per jaar krijgen de leerlingen hun geschreven rapport. Linda Vree: ``Dat is een hele happening van anderhalf uur waarin in een kring de rapporten worden besproken. Aan de orde komen of leerlingen verantwoording kunnen dragen, kritisch zijn en respect tonen. De leerlingen geven elkaar tips of herkennen de problemen die ze hebben.''

Met de komst van de Wet op Basisvorming in 1992 veranderde er veel voor de Leon van Gelderschool. Inhoudelijk was het niet moeilijk voor de school om de basisvorming in te voeren, de basisvorming is grotendeels geïnspireerd op de Middenschoolideeën. Maar het probleem was dat met de nieuwe wet het predikaat vernieuwingsschool officieel werd opgeheven. De school mocht alleen voortbestaan als een school voor vbo/mavo en dàt was in de ogen van de leraren en directie in strijd met de brede vorming en uitstel van studiekeuze van de Middenschool. Overleg op gemeentelijk en landelijk niveau (met toenmalig staatssecretaris van Onderwijs Wallage) leverde een fusie op met het Kamerlingh Onnes College, een scholengemeenschap in de buurt, waarbij de Middenschool behouden bleef.

De invoering van het vmbo, afgelopen jaar, zet de Leon van Gelderschool wederom voor een dilemma. Een van de principes van de Middenschool, de uitgestelde beroeps- en schoolkeuze, wordt vervroegd naar halverwege het derde jaar. Van der Molen: ``We worden in een spagaat gedwongen. De intenties van het vmbo zijn wel voorbereiding op het mbo, maar er zitten nog steeds elementen in die voorbereiden op beroepsbeoefening terwijl wij leerlingen juist zo breed mogelijk voorbreiden op een vervolgopleiding. Voorheen konden onze leerlingen ook doorstromen naar de technische Mbo-opleidingen maar met de komst van het vmbo werd die route afgesneden omdat we geen technische afdelingen als bouw of elektrotechniek hebben.''

uniek experiment

Van de nood werd een deugd gemaakt en de Leon van Gelderschool start komend jaar het Programma Techniek Breed. Een uniek Nederlands experiment met, zoals de naam al zegt, een brede oriëntatie op techniek, gesubsidieerd door het Ministerie van Onderwijs met als doel dat de opleiding op andere scholen wordt ingevoerd. Schweigman: ``Met onze ervaring met brede oriëntatie krijgen leerlingen een opleiding die gericht is op houding, technisch denken en inzicht in plaats van het aanleren van beperkte technische vaardigheden.''

In 2005 moet de Leon van Gelderschool ook geloven aan examens en rapportcijfers. Van der Molen: ``We willen natuurlijk best afgerekend worden op het resultaat. Maar dan moet er wel gekeken worden naar het niveau van de leerlingen wanneer ze instromen en het resultaat als ze uitstromen en hoe ze verder gaan. Met name het oordeel van de vervolgopleidingen vinden we belangrijk. Het gevaar van het afrekenen op de cijfers van de onderwijsinspectie is dat scholen gaan selecteren bij de instroom. En dat is in strijd met onze ideeën over onderwijs.''