Baskenland is politiek hopeloos verdeeld

Als het aan zijn tegenstanders ligt krijgt de nationalist Xabier Arzalluz, die Spaans Baskenland al twintig jaar bestiert, morgen bij de regionale verkiezingen de rekening gepresenteerd voor zijn coulantie jegens de terreurorganisatie ETA.

Nog nooit was er zo veel belangstelling voor de verkiezingen in Baskenland, de kleine, rijke regio die Spanje zo veel kopzorgen geeft. Nog nooit in de afgelopen twintig jaar van hun regeringsmacht stonden de Baskische nationalisten zo dicht bij een nederlaag, zo vertellen de peilingen. En nog nooit, zo menen veel Basken, heeft het aanhoudende geweld van de ETA de situatie zo hopeloos verdeeld en onoverzichtelijk gemaakt als nu.

De Baskische politiek is alsof iemand twee puzzels door elkaar heeft gegooid waarvan de stukjes niet meer te scheiden zijn. De grootste partij ook, na de verkiezingen, blijft naar alle waarschijnlijkheid de ,,gematigde'' nationalistische PNV van Xabier Arzalluz. Hij kan alleen regeren met steun van de radicale nationalistische aanhang van de ETA, maar dat is onder de huidige omstandigheden niet meer denkbaar.

De conservatieve Partido Popular, de tweede partij in Baskenland, heeft een principe-overeenkomst gesloten met de socialisten. Maar deze ongebruikelijke combinatie haalt zelfs in de meest optimistische schattingen geen meerderheid. Sommige socialisten, zoals oud-premier Felipe González, willen wel weer met de PNV in zee, maar dat zit er niet in nu deze partij radicaal de onafhankelijkheid van Baskenland eist.

Weer anderen willen een brede coalitie, maar die is onmogelijk omdat de Partido Popular en de PNV niet door een deur kunnen.

Baskenland, kortom, lijkt onregeerbaar.

Arzalluz, de man die nooit gekozen werd door de Basken, maar er als leider van de grootste partij al twintig jaar lang de lakens uitdeelt, lijkt de zaak niet geheel te vertrouwen. Hij hield zich opmerkelijk stil tijdens de campagne. Afgelopen zondag liet hij zich nog wel misprijzend uit over Baskische burgerrechtenbeweging Basta Ya (Genoeg Nu) die opriep niet meer nationalistisch te stemmen. En natuurlijk moest conservatief lijsttrekker en de ex-minister van Binnenlandse Zaken Jaime Mayor Oreja het ontgelden. Waar ze bij de ETA pas echt blij mee zouden zijn, zo spotte Arzalluz, was Mayor Oreja als Baskisch regiopresident. Hij had de woorden nog niet uitgesproken of de ETA schoot in Zaragoza een partijgenoot van Mayor Oreja op staart dood toen deze samen met zijn zoon op weg was naar een partijtje voetbal. Het was het dertigste slachtoffer sinds de terreurbeweging vorig jaar zijn moordpartijen hervatte. Bij de protesten tegen de aanslag traden nationalisten en niet-nationalisten gescheiden op. Arzalluz beschuldigde de conservatieven ervan dat zij met de massaal bezochte bijeenkomsten ,,het bloed uitbuiten'' voor hun verkiezingscampagne.

Veel reden voor trots hoeft de nationalistische regering van Baskenland niet te hebben. Het is de enige regio in de Europese Unie waar de democratische grondrechten met voeten worden getreden. Drieduizend lijfwachten beschermen er de levens van politici, zakenlieden, hoogleraren en vredesactivisten. De meeste Basken zijn bang en hebben genoeg van de ETA-terreur, maar dat vertaalt zich niet in een breed politiek front tegen het geweld.

De verdeeldheid wordt vooral veroorzaakt door het pact dat Arzalluz drie jaar geleden sloot met de ETA. De terreurbeweging zou de wapens voorlopig neerleggen, de PNV zou zich achter de radicale eisen scharen voor een eigen, Groot-Baskische natie, compleet met stukken Frankrijk en de aanpalende regio Navarra. De radicale politieke ETA-aanhang, die vroeger nooit kwam opdagen in het parlement, verscheen er plotseling om de minderheidsregering van de PNV te ondersteunen. Partijleider Arzalluz lieten zich doorlopend fotograferen terwijl hij de radicale aanhang op de schouders sloeg.

De vrede had zijn prijs. Een voormalige terrorist, dader van een aantal uiterst bloedige aanslagen, nam plaats in de mensenrechtencommissie van het parlement. Er werd met publieke gelden een overlegorgaan opgericht voor uitsluitend Baskisch-nationalistische gemeenteraadsleden. Het moest een soort wegbereider worden voor de nieuwe Baskische natie.

Maar na dik een jaar vond de ETA het te traag gaan met de oprichting van Groot-Baskenland. De wapens werden weer opgepakt, de ondernemers weer op grote schaal afgeperst. Het straatgeweld van jeugdbendes gewapend met molotov-cocktails tegen politieke tegenstanders werd met nieuwe energie hervat. PNV-leider Arzalluz stond met lege handen, maar stapte niet op en paste evenmin zijn boodschap van afscheiding aan. Van de weeromstuit besloot de linkse socialistische partij, voorheen regelmatig coalitiepartner van Arzalluz, zich te verenigen met de rechtse Partido Popular. Daar viel veel voor te zeggen, omdat het de politici van deze twee partijen waren die, al dan niet met lijfwacht en al, in de lucht werden geblazen door de ETA. Maar op de lange termijn lijkt die combinatie door interne tegenstrijdigheden onhoudbaar. En Arzalluz weet dat. Net zoals hij weet dat een oplossing van het Baskische conflict moeilijk denkbaar is zonder de grootste partij, zijn PNV.

De vraag dringt zich evenwel steeds meer op of de PNV denkbaar is zonder voorzitter Arzalluz (69) nu zijn handreiking aan de ETA zo verkeerd heeft uitgepakt. Binnen de PNV rommelde het de afgelopen maanden van kritiek op de grote voorman. Maar tegenstanders van de nationalistische leider hebben er al op gewezen dat Arzalluz alleen het veld ruimt bij een duidelijke afstraffing in de verkiezingen van morgen.