Baanatletiek?

De Nederlandse baanatletiek verkeert, mede door een gebrek aan beoefenaars, in een impasse. Is er sprake van een structureel probleem?

Robin Korving, atleet: ,,Nu wordt gezegd dat de baanatletiek in dit land op sterven na dood is, maar zó nijpend is de situatie nu ook weer niet. De atletiekbond heeft weinig leden en topevenementen zijn in Nederland bijna op de vingers van één hand te tellen. Het probleem is dat de jeugd nauwelijks meer warmloopt voor atletiek. Baanatletiek kent veel disciplines waarbij je moet sporten in kleine groepjes. Daarom haken jongeren na een teleurstellende ervaring snel af. In een voetbalelftal kun je steun zoeken bij tien ploeggenoten, bij baanatletiek kun je slechts bij twee of drie man terecht.''

Nelli Cooman, oud-wereldkampioene 60 meter indoor: ,,De jeugd wil tegenwoordig snel geld verdienen met sport, terwijl je eigenlijk in eerste instantie in jezelf moet investeren. Plezier in de sport, motivatie en doorzettingsvermogen zijn net zo belangrijk als talent. Jongeren kunnen zichzelf niet bezighouden, daarom zijn ze minder geschikt voor baanatletiek. Als de gezelligheid bij de atletiekclubs toeneemt, zal de jeugd ook meer aan atletiek doen. Ook moet het verloop van trainers en leden bij de clubs een halt worden toegeroepen. In mijn tijd waren er veel talentvolle atleten. De atletiekbond had destijds al met de plannen moeten komen die nu in ontwikkeling zijn. De KNAU heeft stilgestaan.''

Piet van der Molen, voorzitter atletiekbond KNAU: ,,De KNAU maakt zich zorgen over het feit dat er weinig aanbod is van baanatleten in de leeftijd van achttien tot dertig jaar. Om de problemen het hoofd te bieden zijn diverse plannen ontwikkeld. Er is een nieuwe technische staf geformeerd en er verrijzen binnen afzienbare tijd vijf of zes nieuwe trainingscentra waar gekwalificeerde trainers komen te werken. Bovendien hebben we de overheid gevraagd om de beoefening van atletiek op basis- en middelbare scholen te stimuleren.''

Joop Alberda, technisch adviseur NOC*NSF: ,,Als je kijkt naar de fysieke kwaliteiten van Nederlanders, dan is atletiek een sporttak waar we nog te weinig mee doen. De komende jaren wordt de ontwikkeling van de atletiek een speerpunt in de plannen van NOC*NSF. Resultaten kunnen pas over een kleine tien jaar worden verwacht. De vraag blijft of atleten zolang in zichzelf willen investeren. Een baanatleet moet heel veel alleen doen, daar is zelfdiscipline voor nodig. Voor mentale steun streven we ernaar dat baanatleten met problemen steun kunnen zoeken bij andere sporters. In Nederland isoleren sportmensen zichzelf nogal eens bij tegenslag. Die karaktertrek moeten ze loslaten.''

Ellen van Langen, olympisch kampioene 800 meter 1992: ,,De laatste jaren is sportminnend Nederland niet verwend met grootse atletiekprestaties. De concurrentie is sterker geworden, bovendien kunnen veel sporters het financieel niet opbrengen zich de hele dag met atletiek bezig te houden. NOC*NSF doet er alles aan om atleten naar een hoger niveau te tillen. Afgezien van voetbal hebben bijna alle sporten in Nederland te kampen met een afnemend aantal beoefenaars. Dat komt omdat jongeren tegenwoordig veel vrijetijdsbestedingen hebben én omdat sport op school aan het verdwijnen is. Daar moet de overheid snel wat aan doen.''

Honoré Hoedt, hoofdcoach middellange afstand van de atletiekbond KNAU: ,,De Nederlandse baanatletiek verkeert niet in grote problemen. De jeugd is talentvol, op een heleboel nummers worden goede prestaties geleverd. Er wordt aandacht besteed aan een kerngroep van atleten die wordt klaargestoomd voor de Zomerspelen van 2004. Binnenkort gaan we ons licht opsteken bij de Spaanse atletiekbond, die al tien jaar aan de weg timmert met een succesvolle structuur. Kortom: de Nederlandse atletiek is volop in beweging.''