Apocalyps toch nog

In Cannes presenteerde Francis Ford Coppola gisteren de director's cut van zijn Vietnamklassieker `Apocalypse Now'. De lange versie bevat meer seks en meer politiek.

`Apocalypse When?' was de vraag die aan het einde van de jaren zeventig in de kranten gesteld werd aan regisseur-producent Francis Ford Coppola. De productie van zijn grote Vietnamfilm Apocalypse Now was uitgelopen van vier naar vijftien maanden, en Coppola had uit eigen zak twaalf miljoen dollar bijgelapt om het door vele tegenslagen (in 1991 uitgebreid beschreven in de documentaire Hearts of Darkness) geteisterde project tot een goed einde te brengen. Niemand had nog veel vertrouwen in het resultaat, toen Coppola besloot om een voorlopige versie van de film in 1979 in Cannes te vertonen.

De film leverde Coppola zijn tweede Gouden Palm op (ex aequo met Die Blechtrommel) en werd een groot commercieel succes. Maar de eindmontage was in grote tijdnood tot stand gebracht en bovendien, zo vertelde de Coppola (62)gisteren op zijn persconferentie bij de uitbreng van een nieuwe, 53 minuten langere versie onder de titel Apocalypse Now Redux, was uit angst voor de financiële ondergang zo veel mogelijk geprobeerd er een gewone oorlogsfilm van te maken: ,,Het publiek is intussen veel meer bereid om moeilijke films te accepteren, wat overigens niet wil zeggen dat het makkelijker is om auteursfilms gefinancierd te krijgen. Toen we met het oog op het produceren van een dvd, een formaat dat filmmakers in staat stelt om verschillende versies te presenteren, nog eens naar het oorspronkelijke materiaal keken, besloten we om niet alleen het negatief digitaal te restaureren, maar ook om terug te keren naar de originele uitgangspunten. De nieuwe versie geeft meer context voor het ongewijzigde einde, dat nu dramatisch sterker werkt.''

Van de nieuw ingevoegde scènes is de belangrijkste die waarin een Frans privé-legertje een koloniale plantage verdedigt, tegen de Vietcong, de Zuid- en de Noord-Vietnamezen en de Amerikanen. Tijdens een uitgebreide dinerconversatie legt de plantage-eigenaar (Christian Marquand) uit dat de kolonialen hun thuis verdedigen, terwijl de Amerikanen gedemotiveerd zijn omdat ze er niets te zoeken hebben. Bovendien vertelt hij dat de Amerikanen de eersten waren die de Vietminh hielp in hun strijd tegen de kolonisator: ,,Jullie stonden zelf aan de wieg van de Vietcong!'' Aan het einde van de scène heeft kapitein Willard (Martin Sheen) een erotische ontmoeting met een Franse plantersweduwe (Aurore Clément).

Volgens Walter Murch, editor van beide versies van Apocalypse Now, leent de scène zich voor een interpretatie dat de uit de mist oprijzende Fransen schimmen zijn, en niet meer tot de realiteit behoren. Andere nieuwe scènes betreffen een tweede ontmoeting van Willard en zijn mannen met de in de jungle optredende Playmates, die door hun impresario gedwongen worden voor twee tanks benzine het bed met de passanten te delen. Ook heeft Marlon Brando meer scènes gekregen, waarin hij onder meer Vietnamese kinderen leugens voorleest uit Amerikaanse kranten.

Kort samengevat zou je kunnen zeggen dat de nieuwe versie meer politiek en meer seks bevat. De nadruk ligt minder op de spectaculaire oorlogsscènes en meer op de vraag wat de Amerikanen eigenlijk in Vietnam bereiken wilden. Het is nu niet Robert Duvalls beroemde uitspraak `I love the smell of napalm in the morning' die het langst nadreunt, maar Brando's citaat van Joseph Conrad: `More than anything I detest the stench of lies'.