Aids en polio

In 1992 opperde de Amerikaanse journalist Tom Curtis dat besmette poliovaccins aan de basis zouden kunnen liggen van de aids-epidemie. Oude vaccinmonsters blijken nu geen aids-virus te bevatten. Maar Curtis is niet overtuigd.

`Er zijn vele momenten geweest met grote aankondigingen en persconferenties waar belangrijke wetenschappers zeiden: dit is de doodsteek voor de theorie. Nu weten we zeker dat poliovaccins in de jaren vijftig het aids-virus niet in Afrika hebben verspreid. Dat nu deze oude monsters geen spoor van het virus bevatten, klinkt zeker overtuigend. Maar is de theorie nu definitief van tafel? Ik denk het niet.'

Tom Curtis is tegenwoordig een zachtaardige, bescheiden hoofdredacteur van het glossy kwartaalblad van de medische faculteit van de Universiteit van Texas. Tien jaar geleden was hij een freelance journalist, door een radicale aids-activist verleid om zich te storten op een intrigerende maar gevoelige kwestie.

Aan het eind van de jaren vijftig, zo wilde het verhaal, werden door de Pools-Amerikaanse wetenschapper Hilary Koprowski experimentele poliovaccins grootschalig uitgetest in het toen nog Belgische Congo. In het door Koprowski geleide Wistar Institute in Philadelphia waren de vaccins gekweekt in niercellen van apen – destijds de meest praktisch methode om poliovirussen te produceren. Kon het zijn dat via die cellen een onbekend apenvirus op mensen was overgebracht, een virus dat tientallen jaren later bekend zou raken als `hiv' en miljoenen mensen het leven zou kosten? Kon het zijn dat wat nog altijd geldt als een medisch succesverhaal, namelijk de bijna-uitroeiing van polio, in werkelijkheid de fundamenten legde voor een veel dodelijker epidemie?

ROLLING STONE

Het was, zacht gezegd, een prikkelende theorie en het was dan ook niet verrassend dat Curtis' artikel, in maart 1992 verschenen in het Amerikaanse blad Rolling Stone, nogal wat opschudding veroorzaakte. Het stuk zelf hield overigens de optie open: het presenteerde argumenten vóór en tegen de controversiële theorie. Maar er werd uitgebreid ingegaan op de onbetwiste geschiedenis dat een ánder destijds onbekend apenvirus, SV40 geheten, via die eerste poliovaccins wel degelijk over miljoenen mensen was verspreid. Pas toen de besmetting na vier jaar vaccineren werd ontdekt, schreef Curtis, verwisselden onderzoekers de niercellen van makaken voor die van groene meerkatten, een apensoort die geen SV40 onder de leden had.

Dat net als SV40 ook siv, de apenvariant van aids, via die eerste poliovaccins op Afrikanen zou zijn overgesprongen, was echter iets waarover de meeste wetenschappers niet graag spraken. Zij hielden het liever op de gangbare hypothese: al eeuwen springen in Afrika sporadisch apen-aidsvirussen over op de mens. Pas toen lokale dokters slecht gesteriliseerde injectienaalden gingen gebruiken en verkeerswegen het oerwoud ontsloten, zag het virus kans zich te verspreiden.

Verhalen dat mensen het virus via poliovaccins mogelijk zelf hebben verspreid, zouden de populariteit van deze en andere vaccins geen goed doen, meenden de meeste onderzoekers. Bovendien, zo stelde men terecht, ontbrak elk bewijs.

Het laatste was ook precies waarom Curtis vond dat Koprowski zijn oude vaccinmonsters op siv moest testen. ``Ik was misschien naïef'', zegt Curtis nu, ``maar destijds dacht ik echt dat het zo zou lopen: na mijn verhaal zou men oude monsters testen en daarmee uit.''

Maar hoewel een panel van vooraanstaande deskundigen deze suggestie later dat jaar herhaalde, werden de monsters níet getest. In plaats daarvan werden zowel Curtis als Rolling Stone door Koprowski wegens `smaad' aangeklaagd. ``Die claim maakte me feitelijk monddood'', zegt Curtis. ``Ik ontdekte hoe gemakkelijk het is een freelance journalist tot zwijgen te brengen. Geen blad durfde mijn vervolgverhalen nog af te drukken. Dat is vermoedelijk ook waarom het Wistar Institute de testen verder liet zitten: niemand zou immers nog op de zaak ingaan.''

De schadeclaim leidde, tot Curtis' teleurstelling, in wetenschappelijke kring niet tot brede verontwaardiging. ``Het verbaasde me dat onderzoekers zich niet realiseerden dat zoiets ook hen zou kunnen overkomen: tot zwijgen worden gebracht wanneer je, nog zonder bewijs, met een controversiële theorie naar buiten komt.''

Rolling Stone kocht de claim uiteindelijk af voor één dollar en een afgedrukte `uitleg': géén rectificatie maar een herhaling dat voor de theorie géén bewijs bestond.

Het was een andere journalist, Edward Hooper, die de fakkel van Curtis overnam. Na jaren speuren in Afrika schreef hij in 1999 het boek The River. Daarin lanceerde hij een aangepaste theorie: niet besmette makaken maar chimpansees, in het geheim gebruikt om vaccin te maken, zouden verantwoordelijk zijn. Het Wistar Institute, herhaalde Hooper, zou zijn oude monsters moeten testen. En onder druk van de nieuwe publiciteit gebeurde dat ook.

Eind vorige maand, negen jaar na het oorspronkelijke verhaal, publiceerden de Science en Nature de resultaten van zulke testen. Ze waren uitgevoerd door drie afzonderlijke onderzoeksgroepen uit de VS, Engeland en Frankrijk. Uit archieven in Philadelphia en het Britse National Institute for Biological Standards and Control waren oude vaccinmonsters van het Wistar Institute tevoorschijn gehaald, en onderzocht op sporen van siv, hiv of chimpansee-DNA. Alle testen eindigden negatief: niets wijst erop dat de vaccinvoorraden deels met chimpansee-cellen zijn gemaakt of met een voorouder van hiv besmet waren.

Een vierde onderzoeksgroep, uit Oxford, analyseerde daarnaast de genetische afstamming van aids-virussen in Congo. Men concludeert dat alle menselijke virusvarianten lijken af te stammen van één `moedervirus', overgesprongen tussen 1920 en 1940 – en dus niet van vele virussen uit besmette poliovaccins tientallen jaren later.

``Alleen geharde aanhangers van samenzweringstheorieën'', zo vatte de Britse viroloog Robin Weiss in Nature de situatie samen, ``zijn nu misschien nog niet overtuigd. Ieder ander zal de zaak nu als afgedaan beschouwen.''

ONMISKENBAAR

Voor Tom Curtis (``ik ben geen aanhanger van samenzweringstheorieën'') is dat punt echter nog niet bereikt. ``Het bewijsmateriaal is onmiskenbaar overtuigend'', zegt hij over het onderzoek, ``maar niet definitief. Het lijkt duidelijk dat de voorraden in Philadelphia geen aids-virus bevatten. Maar men zwijgt over het feit dat deze voorraden niet in Afrika gebruikt zijn. De vaccins in Afrika zijn destijds tot de laatste druppel opgemaakt. Zolang we het feitelijk toegediende vaccin niet kunnen testen, is het moeilijk om van een definitief antwoord te spreken.''

``Kort na mijn verhaal oordeelde een commissie van zwaargewichten ook dat de theorie definitief had afgedaan'', zegt Curtis. ``Men had immers aangetoond dat in 1959 de eerste aids-patiënt een zeeman uit Manchester was, ver weg van Afrika. Maar een paar jaar later bleek dat helemaal niet te kloppen, het weefselmonster van de zeeman was in het laboratorium met een recent aids-virus besmet geraakt. Dus of de zaak nu definitief van tafel is, vraag ik mij af.

``Het ergste vond ik altijd dat sommige onderzoekers dachten: zelfs als het klopt, dan nog kunnen we er beter niet over praten. Het zou mensen maar bang maken voor poliovaccins. Ik heb het verhaal destijds geschreven als waarschuwing: door apencellen te gebruiken om vaccins te kweken, riskeerden onderzoekers dat apenvirussen oversprongen op mensen. Met SV40 gebeurde het. Als het met aids níet is gebeurd, dan is dat omdat we geluk hebben gehad, niet omdat we precies wisten wat we deden.

``Na mijn verhaal in Rolling Stone kwamen er aanbevelingen om virusvaccins veiliger te kweken. Maar inmiddels zijn we hard op weg naar xenotransplantatie, wat feitelijk precies hetzelfde is. We geven mensen dierlijke organen en schakelen dan hun afweer uit, zodat ze veel vatbaarder zijn. We maken een soort reageerbuis van ze, waaruit opnieuw een virus tevoorschijn kan komen waarop de mens geen antwoord heeft.''