Voor zijn 25ste de wereld veranderd

Zelfs de boodschappen op zijn antwoordapparaat worden te koop aangeboden. Bob Dylan is waarschijnlijk de artiest die de meeste bootlegs (illegale platen) op zijn naam heeft staan. Inmiddels is hij wijzer geworden. Alle nummers die hij ooit heeft opgenomen, maar om mysterieuze redenen niet heeft uitgebracht, worden tegenwoordig in kluizen op geheime locaties bewaard. Dylan heeft er een handje van om zijn beste nummers niet op een plaat te zetten; Dylanologen spreken van de `schaduw-canon'. Langzaam maar zeker komt interessant materiaal uit de kluis in de zogeheten Bootleg Series. Dat heeft bijgedragen aan de artistieke herwaardering van Dylan, die de laatste jaren is bedolven onder onderscheidingen. Maar nog steeds is, om een voorbeeld te noemen, het overgrote deel van de Basement Tapes (meer dan honderd nummers) nooit officieel uitgebracht.

Dylans uitgebreide veiligheidsmaatregelen kwamen naar buiten tijdens een rechtszaak, die een ex-medewerker tegen hem had aangespannen in 1998. Zijn advocaten wilden zo voorkomen dat Dylan – al aan het begin van zijn carrière liet hij bij de burgerlijke stand de naam Zimmerman veranderen in Dylan – op video een getuigenverklaring zou moeten afleggen, die onvermijdelijk op de zwarte markt terecht zou zijn gekomen. Dylans meest recente biograaf, Howard Sounes (1965), maakt er dankbaar gebruik van in Down the Highway. The Life of Bob Dylan, dat deze maand verschijnt ter gelegenheid van Dylans zestigste verjaardag. Een van de sterke punten van deze biografie is dat Sounes, die eerder een uitstekende biografie schreef over de schrijver Charles Bukowski, veel officiële documenten heeft opgespoord en nauwkeurig heeft nageplozen. Hij schetst zo een helder beeld van Dylans zakelijke belangen.

Dat beeld is ontluisterend voor wie gedacht mocht hebben dat Dylan gemakkelijk te vereenzelvigen is met de idealen van de jaren zestig. De tijd dat Dylan, zoals zoveel artiesten in de sixties, een contract nauwelijks las voordat hij tekende, is definitief voorbij. Die goedgelovigheid leidde tot slepende conflicten met zijn manager Albert Grossman, die door Sounes uitputtend worden beschreven. Dat gaat nu anders. Dylan heeft zelfs toestemming gegeven om zijn protestlied `The Times They Are A-Changin' te gebruiken voor een reclamecampagne van de accountantsfirma Coopers & Lybrand. Bij zijn concerten worden voor honderd gulden leren portefeuilles verkocht waar `Highway 61' op staat.

Stadiontournee

Sounes berekende dat Dylan in een gemiddeld jaar van zijn `Never Ending Tour' (begonnen in 1988), netto zo'n 15 miljoen dollar verdient. Voor een concert ontvangt hij 100.000 dollar, maar hij speelt incidenteel ook op een bedrijfsfeest voor een aanzienlijk hoger bedrag. Het oorspronkelijke Woodstockfestival meed hij, maar op de reprise in 1994 trad Dylan aan voor naar schatting 600.000 dollar. Andere tijden, inderdaad. Maar niet misplaatst voor de artiest die in 1974 met The Band de stadiontournee zo ongeveer heeft uitgevonden. Zeer lucratief, maar artistiek onbevredigend. Tenminste, dat vond Dylan zelf. Het document van die tour, Before the Flood, spat nog steeds van energie.

Sounes' cijferwerk levert soms een verrassend beeld op. Dylan verkocht in zijn hele loopbaan ongeveer 56 miljoen platen. Dat lijkt veel, maar het is veel minder dan tijdgenoten als The Beatles, die naar schatting 600 miljoen platen verkochten. Het is ook minder dan jongere artiesten als Madonna en Prince. Dylan haalde tijdens zijn hoogtijdagen in de jaren zestig welgeteld vier keer de Amerikaanse toptien en nooit de eerste plaats. `Like a Rolling Stone' bleef steken op twee. Het echte grote publiek is nooit zo gecharmeerd geweest van zijn bijtende stem en ongepolijste geluid; Dylan nam zijn meeste platen in een recordtempo op, zonder naar perfectie te streven.

Sounes geeft ook een amusant beeld van het omvangrijke onroerend goed dat Dylan bezit. Dylan is onder meer de eigenaar van een groot zakencomplex in Santa Monica in Californië. Een klein gedeelte daarvan is omgebouwd tot een koffiehuis, dat grote gelijkenis vertoont met de koffiehuizen waarin hij als jonge folkzanger zijn carrière begon. Alleen een jukebox met zijn favoriete rock-'n-rollhits uit de jaren vijftig en een amateuristisch schilderij van zijn hand verwijzen naar de beroemde eigenaar.

In de jaren zeventig liet Dylan een bizar sprookjespaleis bouwen bij Point Dume in Californië, met een Russisch aandoende, uivormige koperen koepel. Die koepel was volgens Dylan nodig `om mijn huis te herkennen als ik kom aanrijden'. Hij kocht ook zijn eerste auto terug om aan het plafond te hangen. Spanningen over deze eindeloze verbouwing waren een belangrijke factor in de echtscheiding van zijn vrouw Sara in 1977. En zijn huwelijksproblemen waren weer een belangrijke factor in Dylans artistieke wedergeboorte midden jaren zeventig. Dat geldt niet alleen voor het pijnlijk-persoonlijke meesterwerk Blood on the Tracks, maar ook voor de onderschatte, schijnbaar serene voorganger, Planet Waves. Ook zijn geruchtmakende bekering tot een hel en verdoemenis predikend christendom is moeilijk te verklaren zonder die traumatische echtscheiding.

Sounes' onhulling dat Dylan in de jaren tachtig voor de tweede keer in het geheim is getrouwd met een van zijn achtergrondzangeressen, Carolyn Dennis, heeft inmiddels overal de pers gehaald. Uit dat huwelijk kwam een dochter voort. In 1992 gingen Dylan en Dennis uit elkaar. Er is in de pers ook gespeculeerd over nòg een huwelijk met een andere achtergrondzangeres, Clydie King, maar daarover heeft Sounes geen officiële documenten weten op te sporen.

Dylans voorliefde voor gecompliceerde driehoeksverhoudingen is in zijn hele loopbaan een grote bron van inspiratie geweest. Het is vaak gezegd dat Dylan de popmuziek hersens heeft gegeven. Meer in het bijzonder heeft hij het liefdeslied in de popmuziek een nieuwe lading gegeven. Hij was de eerste die op een realistische manier over de duistere kanten van de liefde zong. Daarbij werd hij ongetwijfeld geïnspireerd door de vaak rauwe en gewelddadige liederen van de Amerikaanse folktraditie. Het is typerend dat een van zijn eerste, echte klassiekers een bitter liefdeslied was, `Don't Think Twice, It's All Right'.

Proto-punk

Dylans jeugd in Hibbing, Minnesota, en de ontdekking van rock-'n-roll; zijn jaar aan de universiteit in Minneapolis, waar hij de beat poets leest en zijn idool Woody Guthrie exact leert nabootsen; zijn pijlsnelle opkomst in de folkscene van Greenwich Village in New York – het is allemaal al vaak beschreven en Sounes heeft er niet veel nieuws aan toe te voegen. Maar hij vertelt het verhaal wel met veel vaart en zonder de neiging tot mythologisering, die Dylan zo vaak omringt, niet in de laatste plaats dankzij Dylan zelf. Hij weet ook goed de opwinding over te brengen van het historische concert in 1965 op het Newport Folk Festival, waar Dylan `elektrisch ging' met snoeiharde proto-punk. Het leverde hem de jarenlange haat op van de folkpuristen.

Ook daarvoor boterde het al niet meer helemaal tussen Dylan en de folkgemeenschap. In het toonaangevende folkblad Sing Out werden ethische bezwaren geopperd tegen zijn `zeurende' en `wrede' persoonlijke nummers. Sounes wijst er terecht op hoe vreemd het eigenlijk is dat het snerende `Like a Rolling Stone' uitgroeide tot lijflied van de Woodstock Nation: `Er zit nogal wat ironie in het feit dat een van de meest beroemde nummers van het folkrocktijdperk – een tijdvak dat primair geassocieerd wordt met idealen van vrede en harmonie – een lied van wraak is.'

Volgens Sounes is Dylan in wezen altijd apolitiek geweest. Hij was veel minder geneigd om bij allerlei demonstraties op te treden dan andere artiesten van de folkrevival. Het zal de jonge, ambitieuze Dylan ook niet zijn ontgaan dat protestliederen begin jaren zestig in de mode waren. Maar toch schiet Sounes hier te ver door. Het is weinig zinvol om het eenzijdige beeld van Dylan de protestzanger te vervangen door een even eenzijdige typering. Dylan lijkt wel degelijk in de folkideologie te hebben geloofd. Dat veranderde in de loop van de eerste helft van de jaren zestig. Hij zong het zelf al in `My Back Pages': `I was so much older then/ I am younger than that now.'

Verreweg het grootste deel van zijn beste werk is ontstaan tussen 1962 en 1966. Voor hij 25 werd had Dylan de popgeschiedenis onherroepelijk veranderd. Sounes biedt weinig nieuwe inzichten over de muziek. Daar is Clinton Heylin beter in thuis in Behind the Shades, waar vorig jaar een tweede editie van verscheen (besproken in Boeken 12.01.01). Wel zet Sounes soms een interessant accent. Hij houdt een vurig pleidooi voor het enigszins ondergesneeuwde The Freewheelin' Bob Dylan uit 1962 (terecht) en hij is kritisch over het `opzichtige exotisme' van een van Dylans meest succesvolle platen, Desire uit 1975 (ook terecht).

In de eerste helft van de jaren zestig deed Dylan naar eigen zeggen `onbewust' wat hij in de 35 jaar daarna `bewust' moest leren. En dat is soms met verbluffende resultaten gelukt. Dylans nihilisme en apocalyptische verwachtingen zijn door de jaren alleen maar sterker geworden, zeker na het wegvallen van de troost van het huwelijk. Of hij nog veel troost kan putten uit God, is twijfelachtig. `I used to care, but things have changed', zingt hij in `Things Have Changed' op de recente soundtrack van de film Wonderboys. Waar hebben we dat eerder gehoord? Bij Kurt Cobain en daarvoor bij The Ramones. Dylan was evenzeer een voorloper van punk als een kind van de jaren zestig. In zijn beste werk heeft hij de wereld beschreven zoals die is, niet zoals die zou moeten zijn. De preoccupatie met de dood op zijn meest recente plaat Time Out Of Mind uit 1997, het jaar waarin hij ternauwernood een hartkwaal overleefde, is ook niet nieuw. Op veel platen is de dood nadrukkelijk aanwezig. Zijn nimmer eindigende tournee lijkt soms een zoektocht naar ontluistering. Voor Dylan geldt: hoe rauwer, hoe beter. Zoveel is er nu ook weer niet veranderd.

De Nederlandse vertaling van `Down the Highway' verschijnt bij Het Spectrum, kost ƒ65,- en wordt 23 mei gepresenteerd tijdens een aan Bob Dylan gewijde avond in Paradiso te Amsterdam.

    • Peter de Bruijn