Venus in een Shell-schelp

De Zweedse journaliste Majgull Axelsson (1947) verbleef een tijdlang op de Filippijnen. De armoede van het land, de kinderarbeid en kinderprostitutie schokten haar. Zij was in die tijd verbonden aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eerder werkte zij voor verschillende kranten. Met haar documentaire roman Rosario is dood (1989) leek zij afstand genomen te hebben van haar zware Filippijnse jaren. Vorig jaar brak zij in Nederland door met de roman Aprilheks, die gaat over drie zusjes met al hun onderlinge twist en jaloezie. Nu verschijnt in vertaling haar literaire debuut uit 1994, de omvangrijke roman Huis der nevelen.

In een interview met deze krant verklaarde Axelsson dat haar ideale roman bestaat uit de twee oerbronnen van het vertellen: het journalistieke onderzoek en de literaire weergave. Verslaggeving én verbeelding. Zij is ervan overtuigd dat een schrijver onderzoek moet doen naar de fenomenen van zijn eigen tijd. Uit Huis der nevelen blijkt dat Axelsson nog lang geen distantie heeft kunnen opbrengen ten opzichte van haar ervaringen op de Filippijnen. Integendeel, het had evengoed `Huis der verschrikkingen' kunnen heten. Haar roman is een prachtig voorbeeld van een boek als snelkookpan. De druk wordt bladzijde na bladzijde opgevoerd, de hoofdpersoon raakt geleidelijk in een steeds diepere crisis. Axelsson bouwt haar boek op uit twee lijnen. Hoofdpersoon Cecilia Lind, een 42-jarige diplomate, is teruggekeerd uit de Filippijnen om haar zieke, stervende moeder te verzorgen. Ze is gescheiden. Na jaren bevindt ze zich opnieuw in het schone, verstilde Zweedse dorp van haar jeugd.

De `nevelen' uit de titel verbeelden de herinneringsflarden die Cecilia, gekluisterd aan het ziekbed van haar moeder, steeds obsessiever komen bestoken. Het zijn de herinneringen uit haar jaren als meisje en jonge vrouw. In treffende passages, geschreven in een filmische stijl en even slagvaardig vertaald, geeft Axelsson een weergave van een generatie die in het Zweden van de jaren zestig opgroeit. Vrienden en vriendinnen experimenteren met geweld en seks. Eén van de meisjes, de beeldschone Venus van Gottlösa, pleegt zelfmoord op een even gruwelijke als fantasierijke wijze. Zij wilde de mooiste vrouw zijn, maar haar wrede vriend Butterfield wees haar af. Wat doet zij? Ze sloopt bij een benzinestation van Shell de befaamde gele schelp en zeult ermee naar een spoorviaduct. Ze kleedt zich uit, schuift de schelp op de rand, stapt erin en stort neer, juist op het ogenblik dat de sneltrein passeert. Deze naar de dood verlangende Zweedse Venus is de literaire pendant van de Venus zoals Botticelli die schilderde op zijn befaamde doek De geboorte van Venus (1486). Botticelli's zachtroze schelp is vervangen door de knalgele schelp van de moderne oliemaatschappij. Bij de Italiaanse schilder verbeeldt de Venus het nieuwe leven; bij Axelsson de dood.

De tweede lijn behelst Cecilia's Filippijnse tijd, al evenzeer van dood doortrokken. De welgestelde, westerse Cecilia komt met haar chauffeur terecht in een vulkaanuitbarsting. Elke bladzijde uit deze episode is doortrokken van het asgrauw, het grijs, het duister van de eruptie. Opeens ligt er een meisje op de motorkap dat hen met verschrikte ogen aankijkt. Cecilia, overgevoelig voor het onrecht in dit land, neemt het kind, dat Dolores heet, liefdevol op. Ondertussen raakt ze betrokken in vijandige politieke machinaties. Ondanks de liefdevolle verzorging van het kind moet zij uiteindelijk Dolores toch weer kwijtraken. In een poging met het kind weg te vluchten tijdens een gewapende overval op het huis van de blanken rent Cecilia weg met het kind op haar rug. Maar de last is te zwaar. Ze gooit Dolores van zich af. Uit eigenbelang, en ook uit angst voor haar eigen sterven. En feitelijk gooit ze het kind weer terug in handen van de dood.

`Schuld', `schuldig geweten' en `schuldbesef' zijn de kernwoorden van deze roman, die langzaamaan een verstikkend en tegelijk meeslepend effect heeft op de lezer. Cecilia voelt zich schuldig tegenover haar stervende moeder. Zij voelt zich schuldig omdat zij als jong meisje dadenloos toekeek hoe Venus van Gottlösa zelfmoord pleegde. En op de Filippijnen neemt haar schuldbesef traumatische vormen aan. Zij voelt zich langzaam de moordenares van al die arme kinderen worden. Het schuldgevoel escaleert op de laatste bladzijden, die de geestelijke instorting van Cecilia beschrijven. De kracht van de roman schuilt in de bijna kamikaze-achtige overgave van de schrijfster. Zij betoont geen enkele terughoudendheid in de beschrijving van de zwarte zijde van het bestaan. Wel heeft ze een perfect gevoel voor dosering en is ze in staat een scène telkens op het juiste moment af te breken, waardoor het boek een grote spanning en intensiteit krijgt. Ongetwijfeld heeft zij dit boek moeten schrijven, gevoed door autobiografische bronnen. Ergens schrijft ze dat `mensen dwars door elkaar heen gek, verliefd en haatdragend worden'. Dat er dus verschillende stemmen tegelijk in iemand kunnen spreken. In de uitbeelding van de nuances tussen liefde en onverschilligheid, tussen haat en passie is Axelsson ongemeen sterk. Haar band met het kind Dolores is een toonbeeld van die innerlijke verdeeldheid die Cecilia tekent.

Majgull Axelsson: Huis der nevelen. Uit het Zweeds vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen. De Geus, 350 blz. ƒ49,60

[streamliner] Axelssons Filippijnen-roman is een prachtig voorbeeld van een boek als snelkookpan

Buitenlandse literatuur