Turkije door Europees Hof veroordeeld

Turkije heeft ,,op grote schaal'' de rechten van de mens geschonden op Cyprus, na de Turkse invasie van dat eiland in 1974. Dat heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg gisteren bepaald.

De zaak tegen Turkije was aangespannen door de regering van Cyprus.

Volgens het Hof heeft Turkije onder andere niet genoeg gedaan om de verdwijning van een groot aantal Grieks-Cyprioten na 1974 te onderzoeken en plaatste het beperkingen op de uitoefening van de (Grieks-orthodoxe) godsdienst op het `bezette' deel van Cyprus. Daarnaast wordt Turkije ernstig gekapitteld met betrekking tot de behandeling van (van oorsprong) Grieks-Cyprische inwoners van het Karpas-schiereiland dat nu deel uitmaakt van het `Turkse' gedeelte van het eiland. ,,De omstandigheden waaronder de bevolking (van Karpas) werd veroordeeld te leven waren vernederend en schonden de notie van respect voor de menselijke waardigheid'', aldus het Hof. De rechters verwierpen Grieks-Cyprische aantijgingen over slavernij en beperkingen op het recht van vergadering.

Turkije heeft beschuldigingen over mensenrechtenschendingen altijd naast zich neergelegd met het argument dat de Turkse Republiek Noord-Cyprus een onafhankelijke staat is (die overigens alleen door Ankara zelf wordt erkend). Het Hof hekelt die opvatting omdat ,,Turkije door zijn militaire aanwezigheid Noord-Cyprus in feite onder controle heeft''.

Vertegenwoordigers van de Cyprische regering reageerden opgetogen op de uitspraak. Het is overigens niet uitgesloten dat deze `morele overwinning' zoals zij de uitspraak omschreven, in de praktijk de toenadering tussen de twee gemeenschappen op het eiland zal bemoeilijken. De Turks-Cyprische president Rauf Denktas weigert aan een nieuwe ronde van vredesbesprekingen deel te nemen op grond van het argument dat de internationale gemeenschap Noord-Cyprus niet als staat erkent. Het vonnis zal dat verzet waarschijnlijk alleen maar aanwakkeren. De Turkse premier, Bülent Ecevit, steunt hem daarin: in 1974 was het Ecevit die opdracht gaf tot de invasie van Cyprus.

Gevolg van het vonnis is ook dat Turkije's precaire positie bij de Raad van Europa – waar het mensenrechtenhof formeel onder valt – nog moeilijker wordt. Het vonnis is bindend, dus Turkije wordt geacht maatregelen te nemen om het door het Hof geconstateerde onrecht te compenseren. Ankara wil graag lid worden van de EU en wil dus geen problemen met het Hof. Daar staat tegenover dat de kwestie-Cyprus in Turkije erg gevoelig ligt. Eerder ging Ankara niet in op een opdracht van het Hof een aanzienlijke som geld te betalen aan een Grieks-Cyprische vrouw die door de invasie haar huis niet meer kon gebruiken. De Cyprische regering heeft al gedreigd met acties om Turkije uit de Raad te zetten.