Surprise Show

VERRASSINGEN behoren niet tot het standaardpakket van centrale banken. Financiële markten hebben graag duidelijkheid over de richting van het monetaire beleid en willen niet overvallen worden door renteveranderingen. Centrale bankiers proberen daarom een zekere voorspelbaarheid en vooral consistentie te betrachten in de permanente uitleg van hun beleid. Ook al houden ze altijd een slag om de arm, want er moet wel enige onzekerheid bestaan over de volgende rentestap van een centrale bank, zodat de financiële markten niet op de automatische piloot kunnen overgaan. Het moet nog een beetje spannend blijven.

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft moeite met deze subtiele evenwichtskunst. Het is goed dat de ECB niet onmiddellijk toegeeft aan druk van buiten om zijn rentebeleid aan te passen, maar vasthoudt aan zijn uitgangspunt: de zorg voor prijsstabiliteit in euroland. Terwijl de Amerikaanse centrale bank sinds begin dit jaar de rente in vier stappen agressief verlaagd heeft in het licht van de stagnerende Amerikaanse economie, en internationale organisaties zoals het IMF en de OESO er in Frankfurt op aandrongen vergelijkbare stappen te nemen, bleef de ECB stoïcijns. Nee, de invloed van de Amerikaanse groeivertraging op de Europese economie viel mee. Ja, de inflatie was boven de gehanteerde doelstelling en ja, de groei van de geldhoeveelheid was eveneens te hoog. Europese politici en Angelsaksische media konden hoog of laag springen, de ECB hield zich aan de Teutoonse traditie van de Bundesbank. Of zoals ECB-president Duisenberg nog op 11 april jl. zei: ,,Ik hoor wel, maar ik luister niet.''

UIT FRANKFURT kwamen gisteren andere geluiden. Soms, erkende Duisenberg, zijn verrassingen onvermijdelijk. Hij kondigde een verlaging van de rente met een kwart procentpunt aan, waarop analisten noch de financiële markten hadden gerekend. Wat was er veranderd? Uit Duitsland, de grootste economie van euroland, komen sombere berichten over verzwakking van de economie. Officieel houdt de ECB daar geen rekening mee, maar Duitsland legt een groot gewicht in de schaal. Het argument dat Duisenberg aanvoerde was een verwachte daling van de inflatie en, opmerkelijker, een herziening van de cijfers over de groei van de geldhoeveelheid. Dit is een erfenis van de Bundesbank, waar de geldhoeveelheid (M3) indertijd zaligmakend was als ijkpunt voor de rente. Maar als het klopt dat de economische staf van de ECB in een nieuwe studie tot een lagere raming van M3 is gekomen, dan heeft de ECB kennelijk ten onrechte een te hoog renteniveau aangehouden.

ACHTER DEZE TECHNISCHE kwesties gaat een algemener vraagstuk schuil. Namelijk de wijze waarop de Europese Centrale Bank na tweeënhalf jaar werkt. De consensus waarnaar Duisenberg als president streeft, kan lastig zijn in een breed samengesteld bestuur. De tegengestelde signalen die twaalf nationale economieën geven zijn soms moeilijk met elkaar te verenigen tot een uniform rentebeleid. De financiële markten willen weten waar ze aan toe zijn. En dan is er altijd de politieke omgeving, die geen gelegenheid voorbij laat gaan om druk op de centrale bank uit te oefenen. In deze omgeving past zo groot mogelijke helderheid over de uitgangspunten van het beleid, zonder te buigen voor de druk van buiten. Daar, zo leek het deze week, ontbreekt het soms aan.