Staatsbelang

HOE NORMAAL is een `deal' met een crimineel? De Tweede Kamer en de regering worstelen zichtbaar met deze vraag bij de vormgeving aan een wettelijke regeling van kroongetuigen. De president van de Haagse rechtbank ziet het een stuk eenvoudiger. ,,Pacta sunt servanda'', zegt hij met klassieke eenvoud in een kort geding dat werd aangespannen door Mink K. Deze sloot een overeenkomst met officier van justitie Teeven waarin deze ,,volledige en absolute geheimhouding'' toezegde.

Deze deal ligt imiddels op straat. Maar: afspraak blijft afspraak, vindt de Haagse rechter. Daarom gelast hij de BVD alle van het openbaar ministerie ontvangen inlichtingen over K. te vernietigen en mag de minister van justitie alleen met het OM over de zaak praten. Niet alleen de BVD maar ook de Tweede Kamer staat daarmee buitenspel. Ook al geldt de plicht van bewindslieden het parlement inlichtingen te verstrekken staatsrechtelijk als een `hoeksteen'.

Deze gulden regel kent een uitzondering ten behoeve van het staatsbelang. Maar daarbij gaan de gedachten eerder uit naar de veiligheid van de staat dan de veiligheid van een informant als Mink K., ook al valt deze bepaald niet te verwaarlozen. Komen daarvoor echter geen andere maatregelen in aanmerking? Daarop gaat de rechter niet in. Het is goed dat de staat dit vonnis in hoger beroep wil laten toetsen. In het voetspoor van het gerechtshof Amsterdam dat het OM niet-ontvankelijk verklaarde tegen Mink K. zet de Haagse rechter de staatkundige verhoudingen rond de strafrechtspleging onmiskenbaar onder druk.

ALS DE HOGERE RECHTER vasthoudt aan absolute geheimhouding ligt de conclusie voor de hand dat de justitie dit soort deals niet moet sluiten. Ook zonder op de einduitslag van het geding vooruit te lopen dringt de gedachte zich op dat het contract met Mink K. geen gelukkige greep van de officier van justitie is geweest. Dat doet de vraag van de personele consequenties van beleidsdaden herleven. Deze zijn na de IRT-enquête, waarvan de zaak-K. een uitvloeisel is, blijven bungelen.

,,Sommige mensen zijn zelfs gepromoveerd, dezelfde waarvan wij na zorgvuldige afwegingen hadden vastgesteld dat zij ernstig tekort zijn geschoten'', zei het lid van de enquêtecommissie Rouvoet (RPF) onlangs tegen HP/De Tijd, ,,niemand heeft een forse tik op de vingers gehad.'' Zijn conclusie dat een andere aanpak veel ellende had kunnen voorkomen, verdient onverminderd aandacht.