Schröder krijgt tik van OESO

Vooral met haar advies om het subsidiebeleid voor de Oostduitse deelstaten drastisch te veranderen geeft de OESO kanselier Schröder een gevoelige tik op de vingers.

De roodgroene regering van bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) moet het subsidiebeleid voor de Oostduitse deelstaten drastisch herzien, want de huidige praktijk hindert de economische groei, meent de OESO. Een koerswijziging is onvermijdelijk, concludeert het jongste rapport over Duitsland.

Daarmee kritiseert de OESO de Aufbau Ost (Opbouw Oost) en geeft ze de regering-Schröder een gevoelige tik op de vingers. Slechts als het stelsel van overheidssubsidies en het huidige actieve arbeidsmarktbeleid op de helling gaan, kan de economische groei in de vroegere DDR weer toenemen, zoals in de eerste helft van de jaren negentig het geval was.

In haar rapport besteedt de OESO veel aandacht aan de economische integratie van de nieuwe deelstaten. ,,In menig opzicht zijn de resultaten indrukwekkend, schrijft de organisatie. Toch is haar kritiek niet mals. ,,De meeste banenplannen en bijscholingsprojecten zijn verworden tot pure uitkeringsmachines, zei Dieter Menke, de Berlijnse OESO-vertegenwoordiger, tijdens de presentatie van het landenrapport, gisteren in Berlijn.

Hij bepleitte een forse vermindering van het aantal subsidies aan Oostduitse bedrijven. De meeste van deze fondsen waren bedoeld voor een beperkte overgangsperiode. Inmiddels dreigen zij ,,een duurzaamheidskarakter te krijgen, aldus Menke.

Bijna elf jaar na de Duitse eenwording moet daarom het mes worden gezet in de wel 400 verschillende subsidie- en aftrekregelingen voor het Oosten. Ook het actieve arbeidsmarktbeleid van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken dient te worden herzien. De huidige Arbeitsbeschaffungsmassnahmen, kortlopende banenplannen, bieden te weinig perspectief en werken een subsidiementaliteit in de hand, meent de OESO.

Teveel overheidssteun is naar bedrijven met een lage productiviteit gegaan. Daarnaast werden kapitaalintensieve sectoren en de bouw disproportioneel begunstigd. Inmiddels bevindt dezelfde bouw in het Oosten zich in een ,,recessie, aldus de OESO.

Slechts een ander investeringbeleid leidt tot zelfstandige economische groei, voegde Dieter Menke hieraan toe. In 1999 bijvoorbeeld, zorgden subsidies uit het Westen van Duitsland voor eenderde van de economische groei in het Oosten. Zij stonden gelijk aan 4,5 procent van het Westduitse bruto binnenlands produkt (bip). Het reële bip in het oosten bedraagt 60 procent van het Westen.

De concurrentieachterstand in het Oosten blijft groot. Dat komt ook door de relatief hoge loonkosten. De productiviteit is een kwart lager, maar het loonpeil bedraagt 86 procent van dat in het Westen. Om deze kloof te dichten, pleit de OESO voor een bevriezing van de lonen in de vroegere DDR.

Sterker dan vroeger dient de politiek de marktwerking te bevorderen. Het rapport van de OESO verschijnt op een ongunstig moment. De Abschwung (economische correctie) lijkt in Duitsland in volle gang. Zo wijzen de jongste cijfers van maart op een dramatische verdere ineenstorting van de bouwsector met 13,6 procent. Daarbij is vooral het Oosten getroffen. Na maanden van groei daalde de industriële productie voor het eerst sinds maanden met 3,7 procent, deelde het ministerie van Financiën eerder deze week in Berlijn mee.

Bovendien neemt de Duitse exportgroei af. Tegenover februari kromp de exportgroei met 2,2 procent. De importen namen zelfs met 6,9 procent af.